Thomas van Groningen over doxing, de Efteling en afvallen met Ozempic: ‘Tv-presentoren superzelfverzekerd? Ik niet’
Hij geldt als een groot talent in Hilversum – niet voor niets werd Thomas van Groningen vorig jaar door het Nederlandse publiek beloond met de Televizier-Ring Talent. „Mensen kijken tegen tv-presentatoren op, denken dat ze superzelfverzekerd zijn. Dat ben ik niet. Ik twijfel veel. Misschien houdt me dat juist scherp”, zegt de presentator van SBS6-programma Nieuws van de dag (in de video hierboven zie je een fragment van het programma).
Ineens was hij er, en hoe. Toen de coronapandemie Nederland tussen maart 2020 en mei 2023 in haar greep hield, schoof Thomas van Groningen (35) liefst 314 keer aan bij het toenmalige praatprogramma Op1. Als duider van de politieke gevolgen van de crisis werd hij een vertrouwd én betrouwbaar gezicht in de vaderlandse huiskamers. „Maar ik zat eigenlijk overal”, blikt Thomas van Groningen, destijds in dienst van omroep WNL, terug op die enerverende periode.
„Het was een bizarre tijd voor een jonge journalist. Ik werd ook door andere tv- en radioprogramma’s gevraagd, soms meerdere keren per week. Ik leefde écht in die crisis. Er was continu nieuws, voortdurend werden nieuwe maatregelen aangekondigd die weer tot nieuwe discussies leidden. Ik sliep beroerd in die periode, stond altijd ‘aan’. Maar, en dat hield me op de been, de coronacrisis liet ook zien hoe groot de behoefte aan journalistieke uitleg was.”
Sindsdien ging het hard met de verslaggever die bij BNR Nieuwsradio werd ‘ontdekt’ door VI-presentator Wilfred Genee met wie hij bij de radiozender samenwerkte. Genee introduceerde hem op tv in De Oranjezomer, waar hij als duider van politieke ontwikkelingen in Den Haag geregeld aan de praattafel plaatsnam.
Radiogek
„Gek genoeg had ik niet zoveel met tv”, vertelt hij. „Radio is van jongs af al aan mijn grote liefde. Nog steeds ben ik radiogek. Ik luisterde vroeger echt alles – jingles, programma’s, dj’s… In zijn toptijd was ik een enorme fan van Robert Jensen – later ben ik hem kwijtgeraakt door zijn complottheorieën. Magisch hoe iemand met zijn stem en muziek een complete sfeer kan creëren. Dat gevoel zit er nog steeds in. Op de middelbare school begon ik al bij een lokale omroep. Nieuwslezen, plaatjes draaien, monteren. Later draaide ik ook in cafés. Als je mij achter een draaitafel zet, heb ik de avond van mijn leven. Dan ben ik echt gelukkig.”
Lachend: „Ik begon in 2008 op de School voor Journalistiek te Tilburg. De radiostudio was voor mij de grote trekker. Ik dacht: hier kan ik iets met mijn passie. Nee, ik heb de studie niet afgerond, maar ik heb wel geleerd hoe journalistiek werkt. Kritisch denken, doorvragen, verhalen bouwen. Mijn eerste stage was bij de Rotterdamse editie van Metro toen de papieren versie nog bestond. Een harde maar geweldige leerschool. Snel werken, scherp schrijven.”
Eigenlijk, vertelt hij, belandde hij bij toeval in parlementair Den Haag. Voor BNR maakte hij nieuwsreportages in den lande, maar naar eigen zeggen werd het hem te eentonig ‘om wéér een klagende boer’ de radiomicrofoon onder zijn snufferd te houden. In de uurtjes die overbleven reed hij op eigen initiatief naar het machtscentrum van Nederland om een nieuwe fascinerende wereld te ontdekken. Hij opteerde uiteindelijk voor een vacature op BNR’s parlementaire redactie – politiek Den Haag werd zijn nieuwe werkterrein.
Terrassen in de Efteling
Daar, ontdekte hij, kon het stellen van een vraag aan Kamerleden en ministers kleine en grote gevolgen hebben voor de samenleving. „De journalistiek kan machtig zijn, al moet je moet die invloed nooit bewust gebruiken, vind ik. Maar je merkt wel: als jij steeds dezelfde vraag stelt over een onderwerp, reageren politici daarop. Tijdens de coronapandemie viel mij op dat in de Efteling – ik ben een groot liefhebber van amusementsparken – dingen mochten die nergens anders waren toegestaan. Overal in het land waren de terrassen gesloten – behalve daar.”
Hij vervolgt: „Ik begon er vragen over te stellen aan de verantwoordelijke minister, Hugo de Jonge. Niet een keer, maar drie, vier keer. Als je consequent blijft terugkomen op een onderwerp, kunnen politici die vragen niet meer ontwijken. En inderdaad, het moment kwam dat premier Mark Rutte tijdens een persconferentie met vele miljoenen kijkers ging uitleggen waar de regels wel en niet golden, inclusief specifieke attracties. Wauw dacht ik. Dat is dus wat journalistiek kan doen.”
‘Vuile NSB’er’
Vervolgens ervoer hij hoe werken in het publieke oog in de tijd van social media schaduwkanten kent. Hij kreeg een hoos van scheldpartijen over zich heen omdat hij verantwoordelijk werd gehouden voor de daaropvolgende corona-aanpassingen in het pretpark. „Die reacties waren vaak keihard. Ik was een NSB’er, een vuile verrader. Dat werk. Er verschenen zelfs mensen aan mijn deur. Vooral mijn gewicht was het mikpunt. ‘Dikke olifant’ was nog de vriendelijkste bejegening. Het gekke is: 99 procent doet me niks. Anonieme types die tekeer gaan, ik laat het van me afglijden. Maar er zit altijd één reactie tussen die echt je dag verpest, waar je maar over blijft malen.”
Nee, de scheldkanonnades, zegt hij, waren niet de aanleiding om iets aan zijn gewicht te doen. De presentator maakte er vorig jaar geen geheim van dat hij het afvalmiddel Ozempic gebruikte in de strijd tegen de overtollige kilo’s. „Ik heb geen diabetes, maar wil wel op mijn gezondheid letten. Ik was gewoon te dik. Maar echt, ik probeerde alles: diëtisten, personal trainers, dieetdagboeken. Maar het jojo-effect bleef.”
Van Groningen: „Dankzij Ozempic viel ik snel af, maar ik kreeg last van mentale bijwerkingen. Ik werd angstig, onzeker. Gek hè? Als iemand iets aardigs tegen me zei, dacht ik meteen: wat zit daar achter? Ja, enigszins paranoïde. Dat gevoel werd zó naar dat ik ben gestopt. Het positieve is wel dat mijn eetlust blijvend is verminderd. Ik ben inmiddels ruim tien kilo kwijt en probeer het nu zelf vol te houden. En dat lukt.”
Politiefamilie
Thomas van Groningen werd geboren in Zwijndrecht, groeide op in Hendrik-Ido-Ambacht, maar mag zich na 18 jaar ‘wel Tilburger noemen’. Hij stamt uit een echte politiefamilie. „Mijn vader en moeder werkten beiden bij de politie. Mijn vader was agent, later ook leidinggevend, mijn moeder werkte op de meldkamer en voor het algemene nummer. Bovendien had ik nog een verzameling ooms die bij de politie zat.”
Hij vervolgt: „Voor mij was dat niet iets bijzonders hoor. Als kind sta je daar niet bij stil. Je hoorde gewoon verhalen aan tafel, op verjaardagen, bij familiebezoek. Dan ging het over achtervolgingen, over ruzies, over spannende dingen die ze hadden meegemaakt. Het was geen streng huishouden in de zin van hard of kil, maar wel duidelijk. Law and order zat er echt in. Je had respect voor gezag. Als een agent iets zei, luisterde je. Doodnormaal.
Ik denk dat dat me gevormd heeft. Je groeit op met het idee dat de samenleving kwetsbaar is, maar dat er mensen nodig zijn om haar te beschermen. Gehoorzamen en respect tonen. Regels waren er niet om te pesten, maar om te zorgen dat we zo goed mogelijk met elkaar kunnen samenleven. Ik ben geen autoriteitsfetisjist of zo, maar ik vind wel dat wetten er zijn om nageleefd te worden. En dat je hulpverleners in de breedste zin van het woord moet respecteren. Wat ik nu zie in de samenleving vind ik echt zorgelijk. Hoe agenten soms worden behandeld… Dat raakt dat me persoonlijk.
Al die filmpjes op social media waarin mensen meteen oordelen over agenten zonder de feiten te kennen. Niemand kent het hele verhaal, maar iedereen heeft een mening. De overheid en de politietop zouden veel krachtiger achter hun mensen moeten staan. Natuurlijk, als iemand over de schreef gaat, moet dat onderzocht worden. Maar je kunt ook zeggen: dit is onze agent, dit is onze brandweerman, dit is onze verpleegkundige. We staan achter onze mensen totdat het tegendeel is bewezen.”
Doxing is levensgevaarlijk
„Nu lijkt het alsof meteen de handen van agenten worden afgetrokken om maar gedoe te vermijden. En ondertussen worden ze bedreigd en uitgescholden. Ik bedoel: wie wil dit werk straks nog doen? Doxing, het online gooien van privé gegevens van agenten, is letterlijk levensgevaarlijk. Het voelt of je daar in Nederland bijna zonder gevolgen mee wegkomt. Echt onbegrijpelijk. We hebben al een enorm tekort aan politiemensen. Wie wordt nou agent als je zó wordt behandeld?”
Als het gezicht van Nieuws van de Dag is Hilversum zijn standplaats geworden, in plaats van de Haagse bubbel. Glimlachend: „Ik heb zelfs geen toegangspas meer tot het Tweede Kamergebouw.” In het dagelijkse programma op SBS6 schuift hij achter de desk om politici, opiniemakers en gasten kritisch te bevragen over wat Nederland bezighoudt.
„Ik mis de dagelijkse gang van zaken in het hart van de democratie niet. Het is goed om even afstand te nemen. Wat mij soms stoort is hoe ver politici soms van de samenleving lijken af te staan. Dat geldt ook voor bestuurders in het algemeen. Tilburg kreeg vorige maand een nieuwe burgemeester – zij was nog nooit in de stad geweest. Hoe kan dat? Dat voelt zo technocratisch. Alsof het een managementbaan is in plaats van een functie die juist grote betrokkenheid vereist.”
Den Haag bepaalt
Van Groningen: „Wat me steeds meer stoort in Nederland is dat de overheid zo goed weet hoe mensen moeten leven. Dan hoor je weer: iedereen moet fietsen. Maar waarom moeten mensen eigenlijk fietsen als ze graag autorijden? Zeker, duurzaamheid is belangrijk, maar het voelt alsof keuzes niet meer van mensen zelf mogen zijn, alsof Den Haag bepaalt wat goed voor je is. Dat voedt het wantrouwen in de politiek en vergroot de afstand tussen burgers en politici.
Toen ik in het begin in Den Haag werkte, keek ik tegen politici op. Je denkt toch: dat is een aparte kaste van heel slimme mensen die ons land bestuurt. Dé intelligentsia van de natie. Al snel kwam ik er achter dat het ook maar doodgewone mensen zijn zoals jij en ik. Die ook twijfelen of soms gewoon maar wat doen zoals wij allemaal. Niets menselijks is hen vreemd.”
In Nieuws van de Dag is hij de goedgebekte anchorman die, anders dan in sommige van zijn tv-concurrenten, zijn gasten niet met fluwelen handschoenen kietelt. Het mag er fors aan toegaan, vindt hij. Of het programma ‘rechts’ is zoals ter linkerzijde van het politieke spectrum wordt beweerd?
Thomas van Groningen: „In mijn werk poog ik de balans te bewaren en dat valt soms niet mee in deze tijden van polarisatie. Als iemand heel links praat, stel ik als tegenwicht rechtse vragen. Niet omdat ik zo nodig een mening heb – je krijgt van mij nooit te horen wat ik heb gestemd -, maar om het gesprek scherp te maken en de gasten uit te dagen. Dat is mijn werk. Vooral op social media begrijpen mensen die rol vaak niet. Dan ben je ineens een ‘links mannetje’ of juist ‘extreemrechts’. Maar… misschien doe ik het wel goed als ik van alle kanten, ongeacht politieke voorkeur, kritiek krijg.”
Geen BN’er-schap
Daarbij kiest Van Groningen bewust voor een journalistieke aanpak. Hij streeft ‘geen BN’er-schap’ na. Ook aan tafel bij VI, waar hij meestal René van der Gijp vervangt, blijft hij vooral de nieuwsman en politiek duider. „Mensen denken dikwijls dat tv-presentatoren superzelfverzekerd zijn. Dat ben ik niet. Ik twijfel veel en misschien maakt dat me juist scherp.”
„Ik probeer het klein te houden. 44 minuten per dag stel ik vragen waarvan ik hoop dat ze de samenleving raken. Het is leuk werk, soms ook belangrijk, maar bepaald niet wereldschokkend, hè? Wat mij drijft? Nieuwsgierigheid. En een gevoel voor rechtvaardigheid. Ik wil begrijpen hoe dingen werken. En ik wil dat mensen gehoord worden, ook als ik het niet met ze eens ben.”
Geboorte van Guus
Met zijn vriendin Iris Martens is Van Groningen trotse vader van zoon Guus, die in 2024 werd geboren. De komst van zijn eerste kind was ingrijpend, zijn leven veranderde plots volkomen van perspectief. „Dat klinkt altijd zo groot, maar je kunt het pas begrijpen als je het zelf meemaakt. Je denkt dat je druk bent, dat je leven al vol zit met werk, afspraken, televisie, deadlines. En ineens is daar zo’n mannetje dat volledig afhankelijk van je is.”
Hij vervolgt: „Vanaf het moment dat Guus er was verschoof alles, ging er een knop om. Waar ik me eerst druk kon maken om een vervelende tweet, werkstress, een opmerking in een column of een kritiekpunt op tv, voelt dat nu zoveel kleiner. Je komt thuis na een lange dag, je ziet hem liggen slapen of lachen en denkt: waar ging die stress eigenlijk over? Dit is het echte leven.
Het vaderschap maakt me ook emotioneler, merk ik. Je kijkt ineens heel anders naar nieuws over kinderen, daar ben ik veel gevoeliger voor geworden. Maar ook zaken als veiligheid en de toekomst van het land zijn niet meer abstract. Het gaat ineens over de wereld waarin jouw kind straks opgroeit en leeft.
Zijn komst heeft me rust gegeven. Ik kan dingen beter loslaten. Vroeger bleef ik soms een hele avond malen over iets dat gezegd was. Nu denk ik: ik wil gewoon naar huis, naar Guus. Je wordt niet softer, wel veel bewuster. Ik hoop dat mijn zoontje opgroeit in een samenleving waar eerbied voor elkaar normaal is, waarin je niet meteen mensen veroordeelt. Ik wil hem dat respect voor anderen meegeven. Als dat lukt, heb ik het goed gedaan.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
- Viktor (32) in Ex-treem gênant: ‘Ze had ineens geen tijd meer toen ik buiten Amsterdam ging wonen’
- Zijn jouw oortjes veilig? Onderzoek vindt schadelijke stoffen in populaire modellen
- De Financiële fout van Hans (33): ‘Mijn vriendin en ik kochten samen een huis, maar mijn schoonvader bepaalde de voorwaarden’
- Deze vier jongeren bouwen samen één huis, als antwoord op de woningcrisis: ‘300 vierkante meter op perceel van 2300’
- Lieke (34) in Opgebiecht: ‘Tijdens carnaval zoende ik met een getrouwde man’
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2022%2F08%2Farno-e1659536953833.jpg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FANP-539389245.jpg)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FANP-534798568.jpg)