Capelle

Derek Hogeweg 23 okt 2019

Vijfentwintig jaar was ik niet meer in Capelle aan den IJssel geweest. Tot afgelopen dinsdag.

Ooit woonden wij aan de Mauritshuis, een woonerf in de wijk Schollevaar. Periode 1993-1994. De tijd van 2 Unlimited en Haddaway, de tijd van zwemlessen en schoolreisjes. Ik was vijf toen ik met mijn ouders in Capelle verzeild raakte. Het huis was niet groot, maar het was groot genoeg voor ons drieën. Vanuit de achtertuin kon je de bovenleiding zien van het spoortracé Utrecht-Rotterdam. Nachtelijke goederentreinen deden de ruiten trillen. Rust was vaak ver te zoeken. Daarom besloten mijn ouders om eind 1994 naar Brabant te verhuizen. Het ruwe Capelle werd ingeruild voor het zachte Nuenen.

Een wereld van verschil.

Wat me precies terugbracht weet ik niet. Laat ik het houden op nieuwsgierigheid. Hoeveel herkenning is er als je ergens een kwart eeuw niet meer bent geweest? Wonen de buren van toen er nog? Staat het fietsenrek bij de bassischool nog op dezelfde plek?

Ik parkeerde de auto dinsdag aan de Bonnefanten en stak de Hermitage over. Het huis stond er nog, kleiner dan in mijn herinnering. De propperigheid verbaasde me – het woonerf leek gekrompen. De stenen paaltjes bij de parkeervakken waren grijs als altijd, het groene veldje aan de achterkant was nog even groen. Via het tunneltje onder de Burgemeester Schalijlaan liep ik naar mijn oude basisschool. De weg die ik vroeger fietste. Navigatie had ik niet nodig – de route zat na vijfentwintig jaar nog altijd in mijn hoofd. Rechtsaf het Tuinenpad op, linksaf door het tunneltje. Klein knikje naar links, rechtsaf, fietspad volgen en twee keer rechts. De basisschool was vervangen door een instelling voor praktijkonderwijs. Het schoolplein lag er nog, maar het gebouw klopte niet. Er waren teveel dingen veranderd. Het was niet meer het gebouw waarin we Ik Mik Loreland keken, op een tv die door de juf het lokaal werd ingereden. Niet meer de ruimte van de kringgesprekken, van de mislukte knip- en plakwerkjes. De gymzaal had het wel overleefd. Even voelde ik de opwinding van toen, het ongeremde enthousiasme dat je als vijfjarige kunt hebben wanneer je mag rondrennen in een gymzaal.

Ik liep langs het huis waar vroeger mijn beste vriend woonde. Ik overwoog aan te bellen maar deed dit niet.

Op de terugweg sorteerde ik per ongeluk verkeerd voor. Er bleek een speciale rijstrook te zijn aangelegd voor de McDonald’s.

Verder was er in Capelle niet heel veel veranderd.