Drie blunders in één winkel
Soms zit je hoofd vol ideeën, maar laat je beter wat onuitgesproken. Vandaag was zo’n dag. Loop ik samen met mijn echtgenote door een modezaak, valt mijn oog op een kleine, wat gezette man die met een broek in zijn hand radeloos om zich heen kijkt. „Deze is niet goed van vorm”, zegt hij tegen een verkoper. En ja hoor, ik kan mijn mond niet houden: „Wat is er niet goed van vorm, u of de broek?”
De blik die ik krijg, had genoeg kunnen zijn om me ter plekke te laten verstenen. De verkoper kucht ongemakkelijk en wendt zijn hoofd af. Natuurlijk kon ik het daar niet bij laten: „Je staat te lachen, geef maar toe!” De verkoper kijkt me aan alsof ik iets heel smerigs op de grond heb gegooid, draait zich om en vlucht naar een andere hoek van de winkel.
Paspop
Mijn echtgenote trekt me zachtjes aan mijn jas, een subtiele hint dat mijn sociale experimenten niet op prijs worden gesteld. Maar goed, we moeten verder. Na wat aankopen belanden we op de damesafdeling. Bij een paspop zegt mijn echtgenote: „Voel eens, wat een fijne stof.” Terwijl ik dat doe, verschijnt er een vriendelijke verkoopster. Het perfecte moment voor mijn derde blunder.
„Dit is de enige keer dat ik aan een jurk mag voelen zonder de hele #MeToo-beweging over me heen te krijgen”, grap ik. De verkoopster kijkt me aan met ogen die vuur spuwen, draait zich zwijgend om en loopt weg.
Mijn echtgenote heeft inmiddels genoeg gezien. „Zullen we maar gaan?”, vraag ik voorzichtig. Haar antwoord laat ik liever aan uw verbeelding over.