Oreo-autonomie
Bij de tandarts scande ik de Libelle op milfs.
Het stukje dat ik even later las ging over ‘de gemiddelde consument’ – geloof ik – hoe die te bespelen. Niet door een -agoog of -oloog geschreven (boomer-alert!), maar door een consultant of een content creator – daar wil ik even vanaf zijn.
Net zoals het bij AI steeds moeilijker wordt om écht van nep te onderscheiden, wordt het in Titelland moeilijker om de gezaghebbende meningen eruit te pikken.
Consumeren
Dus ook dit driehonderdeenendertigste artikel-over-hetzelfde met aandacht gelezen. Het zette mij wel aan het denken. Bén ik wel genoeg consument? Neem ik wel voldoende deel aan Das System?
Zo zult u mij nooit met een tas van een grootgrutter over straat zien gaan. Gratis reclame maken voor bedrijven die boeren en toeleveranciers uitknijpen en die ‘aan groen doen’ als de camera erop staat? Mij niet bellen. Ik neem mijn eigen, merkloze tas mee naar de winkel. Ook draag ik geen dure, opzichtige merkkleding. Daarvan is de voetafdruk echt heel, heel pijnlijk. ‘Maar die kinderen hebben wél een baan!’, lees ik op de socials.
En ik val niet voor reclames. De meeste dan hè, want als er een nieuwe Oreo komt, wil ik dat weten.
Ja, vroeger, in mijn post-pubertijd, heb ik wel eens om half twee ’s nachts zo’n ‘Bel me NU’-nummer gedraaid. Hele gesprekken over haar studie. Wat zou er van het meiske geworden zijn?
Must nothing
Must-haves, must-sees, must-reads zijn aan mij niet besteed. Ik verdiep mij en bepaal het allemaal zelf.
Ik raad dat iedereen aan, de reis is minstens net zo mooi als de bestemming. Je vindt dingen waar algoritmes niet opkomen.
Nu komen we op een punt waar ook bij mij de schoen wringt, lekt en niet lekker zit. De duvel en zijn ouwe moer – en ik zeker – zit op internet. Misschien wordt het tijd om te zeggen ‘IN internet’. Want wie heeft er nooit zo’n digitale zombie op straat ontweken?
Die Amerikaanse techbedrijven hebben ons bij de ballen; ik wou dat dat anders was.