Boosland zoekt schuldigen (en vindt zichzelf niet)

Jan Veenstra Gisteren

Er hangt iets in de lucht. Geen voorjaar, geen optimisme, maar een constante, licht ontvlambare boosheid. Je hoeft de krant maar open te slaan of er is wel weer een politicus bedreigd. Lokaal, landelijk – maakt niet uit.

Blijkbaar is de weg naar het debat tegenwoordig geplaveid met capslock en scheldwoorden.

Laat één ding duidelijk zijn: bedreigingen en agressie zijn verwerpelijk. Punt. Daar hoeft geen ‘ja maar’ achteraan. Toch is het te makkelijk om het daarbij te laten en vervolgens hoofdschuddend verder te gaan. Want die boosheid komt ergens vandaan.

We hebben in Nederland een nieuw exportproduct: frustratie. Verkrijgbaar in alle smaken. De energierekening die omhoog schiet. De woningmarkt die op slot zit. Regels waar zelfs de bedenker de handleiding niet meer van begrijpt. En ergens, in dat doolhof van loketten en formulieren, staat de burger. Met een nummer. Wachtend. Altijd wachtend.

Toneel van welles-nietes

En dan is daar de politiek. Op papier de plek waar oplossingen worden bedacht. In de praktijk vaak het toneel van welles-nietes, moties en halve zinnen. Voor veel mensen voelt Den Haag als een andere planeet. Eentje waar men druk is met elkaar, maar minder met de mensen daarbuiten.

Dus wat doet de boze burger? Die zoekt een gezicht. Iemand van vlees en bloed. Een wethouder, een Kamerlid. Want boos zijn op ‘het systeem’ is lastig, maar boos zijn op een persoon is overzichtelijk. En ja, dan gaat het soms mis. Dan wordt boosheid giftig.

Sociale media doen daar nog een schepje bovenop. Daar is iedereen rechter, jury én beul. Nuance past niet in 280 tekens. Verontwaardiging wel. Hoe harder je roept, hoe meer je gezien wordt. En voor je het weet, is de stap van toetsenbord naar voordeur kleiner dan je zou hopen.

Maar hier komt het ongemakkelijke deel: we zijn dit met z’n allen aan het maken. Niet alleen ‘de politiek’, niet alleen ‘de boze burger’. Wij. Met elke keer dat we iemand wegzetten als idioot. Met elke keer dat we denken dat luisteren tijdverspilling is.

Praten met, niet over

Boosheid is niet het probleem. Boosheid is soms zelfs terecht. Het is de brandstof van verandering. Maar zonder richting wordt het brandstichting.

Misschien moeten we weer iets ouderwets proberen. Praten. Niet schreeuwen, niet dreigen, maar praten. Met elkaar, in plaats van over elkaar. En ja, dat is minder spectaculair. Het haalt zelden de krant. Maar het werkt wel beter dan een anonieme dreigmail om drie uur ’s nachts.

Dus aan de boze burger: je hebt het recht om boos te zijn, maar niet om te bedreigen.
En aan de politiek: luister, ook als het ongemakkelijk wordt. Juist dan.

Want als we blijven zoeken naar schuldigen, zonder onszelf een spiegel voor te houden, dan blijft Boosland gewoon bestaan. En daar wordt uiteindelijk niemand beter van.

Reacties