Gewoontedier

Arianne Fennema 5 dec 2022

Van de week keek ik samen met mijn dochter van 23 wat oude foto’s uit haar kindertijd. Ik zie mezelf met een kinderwagen poseren op de brug over de Brouwersgracht in de stralende herfstzon.

Mijn dochter is op de foto amper een week oud, ik herinner me het moment nog precies. Het was het allereerste uitstapje naar buiten, zij ingepakt in een warm streepjespak met een mutsje, verstopt in een geblokt slaapzakje in de splinternieuwe kinderwagen. Ik weet nog wat voor weer het was en hoe het rook op straat. Nog steeds kan ik in de eerste herfstdagen plotseling bijna een kwart eeuw terug zijn in de tijd, in mijn zogezegde kraamtijd.

Mijn dochter begint ineens keihard te lachen. „Mama, je hebt daar precies hetzelfde aan als nu!”

Spijkerbroek, truitje, jasje

Ik kijk weer naar de foto. Het klopt. Een spijkerbroek en een zwart truitje en dito jasje; mijn hele leven draag ik al hetzelfde tenue, soms afgewisseld met een streepjestruitje.

Laatst was ik met een vriendin aan het shoppen, zij stond bij de passpiegel te twijfelen over de te maken keuze. Toen ik haar van advies wilde voorzien, leek zij dit niet al te serieus mee te nemen in haar beslissing. „Ja, jij hebt makkelijk praten, jij draagt altijd hetzelfde”, was haar reactie. Op de reünie van de middelbare school hoorde ik het ook al eens. „Jij ziet er nog precies hetzelfde uit, je ruikt zelfs nog naar vroeger.” Ik wist niet zeker of ik dit als een compliment moest opvatten, maar het klopte wel. Sinds mijn 15de jaar gebruik ik al hetzelfde parfum, een mini-flesje Musk van 4 euro van de drogist. Mijn kinderen gaven het mij inmiddels ieder jaar als presentje voor Moederdag.

Uiteraard koop ik wel eens iets nieuws, maar meestal is het identiek aan wat ik al had, een nieuwe spijkerbroek of een nieuw zwart jasje. Alleen mijn zonnebril wisselt nog wel eens van montuur, omdat de brillenmode dit kennelijk voorschrijft. En omdat je niet overal in een spijkerbroek kan verschijnen heb ik nog een tweede tenue, mijn zogenaamde ‘kantoorlook’. De kleur laat zich raden, de spijkerbroek is hierbij vervangen door een broek met persnaad, gecombineerd met een blouse of vestje. De platte schoenen ingeruild voor een lichte ‘klik-klak’-hak.

Ik ben dus een gewoontedier. Gewoontes maken het leven overzichtelijk.

Rotterdam-kleren

Toen mijn kinderen klein waren wisten zij bij het opstaan direct wat voor dag het was. „Mama, heb jij je Rotterdam-kleren aan, neem jij een snoepje mee?” Ik ging dan vroeg de deur uit, mijn man bracht de kinderen naar school. Ik werkte in een kantorencomplex aan het Weena in Rotterdam, daar stond een bak snoepjes op de lunchtafel, mini-marsjes, bounty’s en snickers, waarvan ik elke dag een snoepje meenam voor mijn kinderen.

Inmiddels zijn mijn kinderen volwassen en de deur min of meer uit. Ik heb nu een hond.

Mijn hond is ook een gewoontedier, mijn hond weet precies hoe laat het is zonder klok te kijken. Iedere dag om exact dezelfde tijd staat mijn hond in de houding voor zijn ochtend- en avondeten. Mijn hond weet ook precies bij wie hij hiervoor moet zijn. Als mijn man opstaat in de ochtend blijft mijn hond in zijn mand, hij weet dat er bij mijn man niets te halen valt ’s ochtends. Maar zodra hij mij hoort ontwaken – ik draai mij voorzichtig om in bed of ik zucht – snelt hij naar de drempel van de slaapkamer. Hij weet dat hij niet over de drempel mag en blijft precies erachter staan, opgewonden zwaaiend met zijn staart tegen de deurpost en de wasmand, net zolang totdat ik opsta en zijn bak met brokjes vul. Zijn blijdschap is nu ongekend.

Zodra ik mijn kleren – de spijkerbroek met het zwarte jasje – aantrek, begint mijn hond weer ongedurig heen en weer te lopen en gaat alvast klaarstaan bij de voordeur voor de ochtendwandeling.

Tenzij ik mijn broek met de persnaad aantrek, die met de ‘klik-klak’-schoenen.

Dan blijft mijn hond in zijn mand liggen.

Reageer op artikel:
Gewoontedier
Sluiten