Anne-Fleur Pel
Anne-Fleur Pel Dossier 18 nov 2017 / 05:05 uur

Hoe berecht je een kind dat iemand heeft gedood?

Kinderrechter Susanne Tempel (39) ziet dagelijks piepjonge delinquenten voor haar staan bij de rechtbank Zeeland West-Brabant. Het overgrote deel van de jeugdzaken gaat om diefstal, inbraak, een overval of vechtpartij. Maar zedendelicten en (poging tot) doodslag door minderjarigen komen ook voor. Hoe wordt zo’n kind eigenlijk berecht?

Dit jaar hebben zich meerdere schokkende geweldsincidenten voorgedaan waarbij 14 en 15-jarigen worden verdacht van moord of doodslag. „Levenslang opsluiten, dat kan alleen maar van kwaad tot erger gaan”, klinkt het dan nogal eens vanuit de maatschappij. Dat een kind onder de 16 jaar maximaal een jaar celstraf – voor jongeren van 16 tot en met 18 jaar is dat twee jaar – opgelegd kan krijgen, is voor sommigen niet te verkroppen. Kinderrechter Tempel kan dit sentiment wel begrijpen, maar volgens haar is hulp en begeleiding zinvoller voor een kind dan het opleggen van een langdurige vrijheidsstraf.

‘Behandeling beter dan enkel opsluiting’

„Niemand komt beter uit opsluiting. Ook volwassenen niet”, zegt Tempel. „Juist bij jongeren kun je meer bereiken met behandeling en begeleiding. De hersenen van een tiener zijn nog niet helemaal ontwikkeld. Dat is pas klaar wanneer je zo’n 27 bent. Dat betekent niet dat ze functioneren op het niveau van een peuter en het verschil niet kennen tussen goed en kwaad, maar het gedeelte van de hersenen dat zorgt voor een rationele weloverwogen beslissing is nog niet helemaal ontwikkeld. Bij heftige feiten wordt er rekening mee gehouden dat er minder denkwerk achter zit dan bij een volwassene. Dat het heel impulsief kan zijn geweest en er minder is nagedacht over de gevolgen. Dat is waar de wet vanuit gaat en dat is waarom het strafgedeelte van verplichte behandeling zo belangrijk is bij jongeren. Er valt nog veel bij te sturen.”

Een gang met celdeuren in Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De Hunnerberg in Nijmegen. Foto: RJJI
Een gang met celdeuren in Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De Hunnerberg in Nijmegen. Foto: RJJI

Bij ernstige delicten zoals een zedendelict, moord of doodslag wordt vaak de PIJ-maatregel, in de volksmond ook wel jeugd-tbs, opgelegd. „Dat is vergelijkbaar met tbs”, zegt Tempel. „Ze verblijven in een jeugdinrichting en worden daar behandeld. Dat gebeurt altijd op advies van de Raad van de Kinderbescherming en een rapport van een psycholoog.” Om de een of twee jaar wordt getoetst of de maatregel verlengd moet worden. Dit kan oplopen tot maximaal zeven jaar. „Wat je echter het meeste ziet, is dat het verblijf tussen de vier en zeven jaar duurt. Sinds een paar jaar is het ook mogelijk om de PIJ-maatregel aan het einde om te zetten in tbs. Maar omdat dit nog maar zo kort kan, is dat nog niet gebeurd.”

Eerst doen en dan pas denken

Jeugdstrafrecht is maatwerk, zegt Tempel. „Er wordt heel erg gekeken naar wat er nodig is om de kans op herhaling zo klein mogelijk te houden. We willen zo’n kind op een zo gezond mogelijke manier weer de maatschappij in sturen. Ook zonder PIJ-maatregel wordt er altijd een stukje behandeling of hulpverlening bij een straf opgelegd. Natuurlijk zijn er ook 16-jarigen die functioneren op het niveau van een meerderjarige, maar meestal is het andersom. Eerst doen en dan pas denken, zie ik bij heel veel jongeren. Ze gaan lekker gamen en bedenken zich om half tien ’s avonds pas dat ze de volgende dag twee proefwerken hebben. Op een voor het strafrecht belangrijker niveau kan het gebeuren dat kinderen bij wijze van spreken al met een mes in een snackbar staan om een beroving te plegen en pas achteraf denken: Wat heb ik gedaan? Dat een feit heel heftig is, wil niet zeggen dat daar heel veel denkwerk of een rationele beslissing achter heeft gezeten. Zeker niet bij heel jonge kinderen.”

Maar dat een kind in staat is om uit een impuls een delict te plegen, is toch al niet te begrijpen? „Het is niet zo dat kinderen het verschil niet weten tussen goed en kwaad. Maar impulsief handelen, grenzen opzoeken en spanning zoeken horen bij de puberteit. Het is een belangrijke fase waar ze doorheen moeten, maar dat kan soms tot excessen leiden. Op heel veel niveaus. Zoals het stelen van een pakje kauwgom. Dat mag ook niet, maar het is meer geaccepteerd. Maar ook op een groter niveau kan het plaatsvinden. Vaak heeft dat met groepsgedrag te maken. In een groepje gaan ze net iets verder dan alleen. Dat speelt natuurlijk minder bij zaken zoals de 14-jarige jongen uit Katlijk die verdacht wordt van het doodsteken van zijn ouders en bij de jongens die in verband worden gebracht met de dood van Romy en Savannah. Des te meer reden om te kijken wat is er met deze jongens aan de hand is. Hoe kon dit gebeuren?”

Verschuilen achter puberteit

Het komt weleens voor dat jongeren hun daad goed proberen te praten door het te gooien op hun leeftijd en de puberteit. „Minderjarigen die van een ernstig feit verdacht worden, worden eigenlijk altijd door een psycholoog onderzocht. Die kijkt daarbij ook hoe de verdachte tot zo’n daad heeft kunnen komen. Natuurlijk proberen jongeren een psychologische test zo goed mogelijk te maken. Dat is ook begrijpelijk; een proefwerk wil je zo goed mogelijk maken en ook uit een psychologische test wil je laten komen dat er met jou niets aan de hand is. Maar de meeste testen signaleren dat er sociaal wenselijk wordt geantwoord en zo kan de psycholoog dat dan weer meewegen. In de meeste gevallen werken minderjarigen daar wel aan mee. En anders gaan ze naar ForCA, het Forensisch Consortium Adolescenten. Dat is een observatiekliniek voor jongeren, zoals het Pieter Baan Centrum voor volwassenen.”

De huiskamer van Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De Hunnerberg in Nijmegen. Foto: RJJI
De huiskamer van Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De Hunnerberg in Nijmegen. Foto: RJJI

Een psychopaat in de dop op die leeftijd, zien ze binnen de rechtspraak gelukkig niet zo vaak. „Maar natuurlijk zijn die er wel. Iemand die op zijn dertigste psychopaat is, is dat niet op z’n 29e geworden. Er zijn jongeren waar we heel zwaar op in moet zetten, omdat hun situatie heel erg zorgelijk is. Maar in de meeste gevallen lijkt het om een eenmalige fout te gaan of zitten ze in een bepaalde fase. Dat is in zijn algemeenheid zo met criminaliteit. Dat neemt sterk af na het 27e levensjaar. Dan krijgen de meesten een stabiel en geregeld leven en zie je ze eigenlijk niet meer terug in het strafrecht. Op een kleinere groep na. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ze gedragen zich asociaal, weten de regels wel, maar houden zich er gewoon niet aan.”

Als meerder- of minderjarige bestraffen?

Het komt maar sporadisch voor dat tieners volgens het volwassenenrecht worden bestraft. Vanaf 16 jaar zou dat wel kunnen. Bij de 16-jarige middelbare scholier die in 2004 zijn conrector doodschoot op het Haagse Terra College is dit wel gebeurd. „Maar je ziet nu juist een ontwikkeling de andere kant op. Er wordt nu meer gekeken of een jongere tot 23 jaar niet als minderjarige moeten worden berecht, omdat de hersenontwikkeling nog niet klaar is. We zien namelijk dat veel jongeren een laag IQ hebben en iets erbij zoals ADHD of autisme. Die combinatie zorgt er vaak voor dat ze achterlopen in hun ontwikkeling. Zo’n jongere kan misschien beter als minderjarige bestraft worden, omdat er dan meer mogelijkheden zijn om maatwerk te bieden.”

De buitenruimte van Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De Hunnerberg in Nijmegen. Foto: RJJI
De buitenruimte van Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De Hunnerberg in Nijmegen. Foto: RJJI

Als de straf erop zit, wordt een tiener niet zomaar vrijgelaten. Een PIJ-maatregel eindigt altijd met een voorwaardelijk jaar en minimaal één jaar nazorg. Bij andere straffen zonder PIJ wordt bijna altijd een proeftijd van twee jaar opgelegd met een of twee jaar begeleiding of hulpverlening. „Veel meer vangnet dan bij een volwassene.”

‘Er spelen zoveel belangen en emoties’

Tempel is niet iemand die snel zaken mee naar huis neemt, maar sommige zittingen gaan ook haar niet in de koude kleren zitten. Ze is zeven jaar kinderrechter en heeft in die tijd meerdere verdachten van zedendelicten en (poging tot) doodslag voor zich gehad. „Deze heftige zaken vragen net wat meer van je als rechter. Ook omdat de belangen groter zijn. Alle kanten op. Richting slachtoffer, richting verdachte. Het zorgt voor meer spanning. Ook de zitting zelf is spannender in het begin, zodat je meer de kriebels in je buik hebt dan bij een gewone inbraak. Er spelen zoveel belangen en emoties. Bij kinderen worden ook de ouders betrokken bij een rechtszaak, die zie ik dan ook. Je krijgt meer mee van wat het zowel bij de slachtoffers als bij de verdachten in de omgeving doet. Je ziet ze daardoor misschien ook wat meer als mens. Je ziet ouders die van hun kind houden, ook al vinden ze het niet goed wat hij heeft gedaan.”

Maar een rechter mag zich niet laten leiden door gevoelens. Daar worden ze ook in getraind gedurende de opleiding. „Je kijkt naar hoe een zaak juridisch in elkaar steekt en daar moet je over oordelen. Er is een duidelijk kader en zo parkeer je voor een gedeelte ook eventuele gevoelens. Je hebt zaken waarbij je hoopt dat het met begeleiding beter zal gaan, maar je weet het niet zeker. Je kunt helaas niet in de toekomst kijken.”

OVER METRO DOSSIER

Elk weekend duikt Metro de diepte in! Hoe? Elke zaterdag vind je bij ons verhalen over de meest spraakmakende zaken. We kennen het, doordeweeks moet alles vlug maar gelukkig is er in het weekend tijd om lekker lang te lezen over opzienbarende onderwerpen. Boeiend? Absoluut! Schokkend? Soms. Confronterend? Misschien. Interessant, met een knipoog en vanuit meerdere perspectieven belicht? Altijd!

Ditmaal: tienercriminaliteit. Dit jaar vonden meerdere geweldsdelicten plaats waarbij 14 en 15-jarigen verdacht worden van moord of doodslag. Wat bezielt zo’n kind, hoe wordt hij berecht en hoe gaat een nabestaande met het verlies van zijn zoon om? Lees meer in ons dossier van deze week:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Hoe berecht je een kind dat iemand heeft gedood?
Sluiten