Nikki Veerbeek
Nikki Veerbeek Opvoeding 7 mei 2024
Leestijd: 3 minuten

Hoe houd je borstvoeding langer vol en hoe weet je of je genoeg melk geeft? Tips voor en vragen over borstvoeding

Meer dan 70 procent van de vrouwen stopt eerder met borstvoeding dan ze had gehoopt, blijkt vandaag uit onderzoek van het Voedingscentrum. Twee derde is hier teleurgesteld over. Hoe houd je borstvoeding wél langer vol? Twee deskundigen geven tips aan Metro.  

Het borstvoedingsavontuur loopt bij vrouwen zelden zoals ze het vooraf hadden bedacht.

Tips om borstvoeding langer vol te houden

1. Bereid je goed voor 

„Veel vrouwen hebben een super romantisch beeld van borstvoeding”, zegt Mikki-Michelle Kemper, ervaringsdeskundige, auteur van het boek Voedvrouwen en moederschapsfotografe. „Ze denken: ‘Borstvoeding, dat doe ik gewoon even.’ Ook ik was zo. ‘Ik ben een vrouw, dus het gaat gewoon vanzelf’, was mijn gedachte. Ik heb cursussen gedaan en me goed ingelezen, maar ik denk dat ik gewoon niet wilde horen dat borstvoeding iets is wat je moet leren.” Dit ziet ook lactatiekundige Sanne Phaff, die met House of Milk online begeleiding bij borstvoeding geeft. „Vrouwen hebben het idee dat ze het moeten kunnen, omdat het een natuurlijk proces is.”

Obstakels horen erbij, zegt Kemper, dus bereid je daarop voor. „Weet dat het hard werken is, dat voorkomt een hoop teleurstellingen. Lees je goed in en praat met andere vrouwen. Het duurt meestal zo’n vier tot zes weken voordat je je ritme hebt gevonden. Je kunt er niet vanuit gaan dat je kindje en jij elkaar meteen kennen. Bedenk ook dat je kindje het voor het eerst doet.” 

Phaff: „Hoe meer kennis je hebt, hoe beter je weet wat je te wachten staat. We horen vaak van vrouwen dat ze wilden dat ze zich beter hadden voorbereid. Als ze geweten hadden wat ze te wachten stond, hadden ze het anders aangepakt.” 

De lactatiekundige denkt dat mindset een grote rol speelt. „Vrouwen zeggen vaak: ‘Ik ga het proberen.’ Dat is fijn, maar ik probeer dat om te draaien. Beter is om te zeggen: ‘Ik ga dit doen, ik ga me goed voorbereiden en ik weet zeker dat er uitdagingen gaan komen.’ Elke vrouw komt uitdagingen tegen bij het borstvoeding geven, of dat nu grote of kleine zijn. Als je dat weet, heb je er al een heel ander beeld bij.” 

mikki-voedvrouwen
Mikki-Michelle Kemper, ervaringsdeskundige en auteur van Voedvrouwen. Foto: Mikki-Michelle

2. Steun van je partner 

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de onvoorwaardelijke steun van de partner positief bijdraagt aan het verloop van de borstvoeding. „Het is een van de belangrijkste onderdelen”, zegt Phaff. „Het is goed om het er samen over te hebben en je verwachtingen, wensen en grenzen aan te geven. Desnoods zet je het op papier.” 

Volgens haar moet ook je partner beseffen dat uitdagingen onvermijdelijk zijn. „Wat we vaak zien is dat partners zien dat de vrouw het moeilijk heeft en haar vervolgens aanspoort om over te gaan op flessenvoeding. Het is beter om te zeggen: ‘Dit wisten we van tevoren. Hoe kunnen we hulp zoeken?’” Sowieso is het fijn als de partner ook de nodige kennis heeft. „Dat hij of zij bijvoorbeeld meekijkt als de kraamverzorgende uitleg geeft.”

„De steun je van je partner is heel belangrijk”, vindt ook Kemper. „Het is een pittige tijd waarin je veel moet zoeken. Dan is het fijn als je er samen het beste van kunt maken en dat je partner onzekerheden weg kan halen.”

3. Schakel professionele hulp in als dat nodig is

Phaff zegt dat veel vrouwen pas in een laat stadium hulp zoeken als het geven van borstvoeding niet lekker loopt. „Dan is er minder ruimte voor een goed plan van aanpak”, stelt ze. Ze adviseert om niet te lang te wachten met het inschakelen van professionele hulp. 

Ook Kemper geeft het advies om een lactatiekundige te bellen. „Die kan je tips en zekerheid geven hoe het beter of anders kan. Je borsten zijn anders dan die van die buurvrouw en elk kind hapt anders. Is het voor jou beter om staand of liggend borstvoeding te geven? Hoe geef je buiten borstvoeding? Het is het begin van een reis waarin je veel oefent. Als je eenmaal weet hoe het moet, dan leg je overal aan.”

4. Weet waarom je het doet

Voor Kemper hielp het dat ze wist waarvoor ze het deed. „Kennis is power”, zegt ze. „Het is onwijs belangrijk dat je weet wat je precies aan het doen bent. Waar is borstvoeding goed voor? Wat doet het voor de gezondheid van je kind? Wat is het verschil met flessenvoeding? Dat heeft mij de kracht gegeven om door te gaan.”

5. Zoek een plek waar je steun van andere moeders hebt

„Niet iedereen heeft mensen in hun omgeving die ook borstvoeding geven”, zegt Phaff. Terwijl dat volgens de deskundige juist zo fijn is. „Veel moeders zitten in een bubbel. Ze denken dat ze de enige zijn die ergens tegenaan lopen. Maar je bent nooit de enige! Zoek dus naar een plek om ervaringen te delen en steun te krijgen van andere moeders.” 

Lactatiedeskundige Sanne van House of Milk.
Sanne Phaff, lactatiekundige IBCLC, mede-oprichter van House of Milk. Bron: Eigen foto.

Hoe weet je of je genoeg borstvoeding geeft? 

Volgens het onderzoek van het Voedingscentrum zijn veel moeders onzeker of de baby wel genoeg melk binnenkrijgt. Hoe ga je daarmee om? „Er staan natuurlijk geen maatstreepjes op de borst”, zegt Phaff. „In de westerse wereld zijn we gewend om controle te hebben. Dat moet je toch een beetje loslaten en vertrouwen hebben. Het helpt als iemand je kan laten zien of je baby wel effectief drinkt. Je kunt ook naar poep- en plasluiers kijken: als er voldoende in komt, gaat er ook voldoende uit.”

Kennis is ook hierbij weer handig. „Soms schrikken ouders omdat ze denken dat een kind een hongersignaal geeft en pakken ze kunstvoeding erbij, terwijl het gewoon behoefte aan nabijheid heeft. Als je geen cursus hebt gedaan, weet je misschien ook niet dat baby’s afvallen na de geboorte. Dat is heel normaal.”

Kemper: „Leer te kijken naar je kindje. Baby’s gaan door allerlei fases, dus denk niet bij het minste of geringste dat er iets mis is met je borsten. Groeit je kind goed? Is hij of zij tevreden? Het is echt navigeren op gevoel. Heb vertrouwen in je lijf en in je kindje.” 

Overige vragen en antwoorden over borstvoeding 

1. Hoe lang moet je borstvoeding geven? 

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om een baby minimaal zes maanden alleen borstvoeding te geven. Na die zes maanden kun je beginnen met het geven van vast voedsel. Het advies is met borstvoeding door te gaan totdat je kindje twee jaar of ouder is.

2. Wat mag je niet eten als je borstvoeding geeft? 

Volgens het Voedingscentrum moet je oppassen dat je niet te veel cafeïne drinkt. Het is het veiligst om geen alcohol te drinken, maar als je toch zin hebt in een glaasje: neem dan een glas vlak nadat je borstvoeding hebt gegeven en wacht daarna drie uur met voeden. Ook tipt het Voedingscentrum om niet meer dan twee porties vette vis per week te eten. Tot slot gebruik je liever geen aloë, senna en kava kava en moet je voorzichtig zijn met thee met venkel, kaneel en anijs.

3. Hoe lang mag borstvoeding in de koelkast? 

Als je zorgt dat de koelkast op 4°C staat, blijft de melk volgens het Borstvoedingsorganisatie La Leche League acht dagen goed. Bewaar de melk achterin de koelkast, daar blijft de melk het best gekoeld. Over het invriezen van moedermelk bestaan ook een paar adviezen. Vries je het in in het vriesvak van een koelkast, kun je het twee weken bewaren. In een (kleine) vriezer die vaak open en dicht gaat, kun je de melk zo’n vier maanden bewaren, in een diepvries die constant -18 graden is, kun je de melk tot 12 maanden bewaren.

Politie voert actie en schrijft minder boetes uit: kunnen we ongestraft ons gang gaan?

Waarom we in de lente en zomer minder lijken te slapen

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Het beste van Metro in je inbox 🌐

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang tot drie keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.

Reacties