Trots op haar rijbewijs

Monique Louis 24 mrt 2021 / 10:00 uur

„In de trein is een mondkapje verplicht, maar het staat u vast prachtig.” Zei ze dat nou echt? Ik zit in de trein richting Rotterdam. De jonge vrouwenstem van de NS verwelkomt ons op verleidelijke toon. Om me heen opgetrokken wenkbrauwen, gelach achter lapjes. Missie geslaagd.

Ik ga mijn moeder groeten in het verpleeghuis in mijn geboortestad. Hiervoor heb ik een dag vrij genomen. Had ik maar een rijbewijs moeten halen. Ze raadde het me zelf aan. Ik houd van reizen met de trein. Mijn moeder was trots op haar rijbewijs, ze bewees zichzelf hiermee een dienst. En niet alleen zichzelf. Mijn vader kon zijn biertjes drinken zonder dat zij de tel bij hield. Later bezocht ze haar kinderen en kleinkinderen, die in een andere provincie wonen. Eigenlijk ben je pas echt volwassen, met.

Tel kwijtgeraakt bij rijlessen

Ik stap uit, loop over het perron richting roltrap. Adem in en uit, schuif mijn mondkapje terug, neem plaats in de metro. Niet dat ik het nooit heb geprobeerd. Ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal rijlessen door de jaren heen, totdat ik mijn conclusies trok. Op een dag las ik in een interview met een bekende schrijver dat zij ook vele pogingen had ondernomen zonder succes. Zij? Sindsdien let ik er op. Ze zijn met meer dan je denkt.

Toen mijn moeder de diagnose kreeg, moest ze direct stoppen met autorijden. Daarvoor had ze nog lange tijd alleen van haar huis naar het station gereden, vijf minuten, om mij op te halen. Ze stond erop. Dan parkeerde ze de auto, liepen we eerst samen naar het winkelcentrum vlak naast het station, voor koffie met gebak bij de Hema. Als we na een uur weer buiten stonden had ze geen flauw idee.

Herkenning, maar geen rust

Na mijn reis kom ik bij het verpleeghuis aan. Ben benieuwd hoe ik haar aan zal treffen. De laatste keer kwam ze stralend op me af lopen. Ze herkent me, maar kan de rust niet vinden om samen op haar kamer te zijn. Ze wil terug naar de gezamenlijke huiskamer, waar ik niet mag komen. We maken er het beste van.

Peinzend wandel ik terug naar het station. Ik bedenk me dat ze zich hecht aan de anderen. Dat is goed, hen ziet ze elke dag. Het is koud voor de tijd van het jaar, op het perron is het windstil. Nog vijf minuten. Met mijn ogen dicht voel ik de warmte van de zon.

Reageer op artikel:
Trots op haar rijbewijs
Sluiten