Mensenmassa

nenakemper 5 jul 2017

Soms zit ik in de trein en kijk naar buiten. Ik geef toe, het klinkt niet zo spannend. Zo zullen de meeste mensen mij ook omschrijven. Ik kijk graag naar de mensenmassa buiten. Ik zie een meisje die de meeste ouders niet zouden omschrijven als ‘de perfecte schoondochter’. Ik vind haar juist wat bijzonders hebben. Er komt een groep meiden aanlopen. Ze lijken op elkaar, waarschijnlijk omdat hun make-up het zelfde lijkt. Zouden ze dan ook hetzelfde gedragen?

Er komt een man tegenover mij zitten. Ik knik beleefd, of nou ja dat probeer ik dan. De man kijkt niet op en gaat verder werken. Zou hij straks thuis komen en begroet worden door zijn kinderen en zijn liefdevolle vrouw? Of komt hij thuis en vraagt niemand hoe zijn dag is geweest? Als ik zo vlug naar deze man kijk, lijkt het alsof hij de saaiste baan ooit heeft.

Er lopen twee meisjes de trein in. Ze gaan schuin tegenover mij zitten. Ik schat ze 14 jaar oud in. Ze hebben ruzie met een ander meisje in de trein. Of eigenlijk, meisje 1 heeft ruzie met haar en meisje 2 kiest haar kant. Ze willen niet zeggen waar ze in de trein zitten. Typisch denk ik nog. Helaas voor hen heeft het meisje hun gevonden. ‘Ga weg, wij willen jou er niet bij! We zijn je vriendinnen niet, ook al denk je dat!’ roepen ze naar haar. Het meisje loopt verdrietig weg en de andere meisjes lachen. Ik zucht. Je bent 14 jaar, en dan al zo hard voor andere mensen. Wat moet er toch van je worden? Als ik de trein wil uitlopen, wijst een van die meisjes erop dat mij tas open staat. Ik draai me om en kijk naar het gezicht van een meisje die ik in mijn hoofd heb zwart gemaakt. Ik bedank haar, en ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Ik heb haar te snel in een hokje geplaatst, want dat is makkelijk, denk ik.

Ik behoor ook tot deze mensenmassa. Daar sta je nooit stil bij. We zijn te druk met het bedenken in welk hokje de mensen om je heen horen, en te druk met het bedenken van vooroordelen. Nu heb ik hier heel wijs een verhaaltje over geschreven, maar we weten allemaal dat ik morgen hetzelfde opnieuw zou doen. En dan heb ik het niet over een verhaaltje schrijven.