Hoe een kuikentje mijn hart brak

robbydehaan 24 mei 2016

In mijn onnozele weltanschauung zijn alle babyvogels kuikentjes. Een pasgeboren eendje, een premature meeuw, de boreling van een struisvogel… allemaal kuikentjes. Lieve, kleine, pluizige kuikentjes. Ik houd van kuikentjes. Kuikentjes houden van mij.

Groots en overdonderend was dan ook mijn vreugde toen ik tijdens een ochtendwandeling langs het bos oog in oog kwam te staan met een reigerkuiken. Mijn hart koprolde door mijn borst, rode vlekken vormden zich subiet op mijn verhitte wangen. Mijn stem steeg 12 octaven en ik huppelde kleine-meisjespasjes richting mijn nieuwe wollige vriend.

Het kuikentje, een morsig ogende massa van grijze, vettige veren, keek me met onverholen minachting aan. Opgetogen door dit vertoon van wederzijdse interesse waagde ik het om nog iets dichter in de buurt te gaan staan. Dag kleine jongen, krijste ik zoet, ben je verdwaald? Want, zoals ik ondanks mijn hysterisch enthousiasme voor de gevederde klont al scherp had opgemerkt, dit kuikenbeest stond op het fietspad.

Mijn innerlijke woudloper kwam met grof geweld naar boven geraasd. Dit weerloze dier was nu mijn verantwoordelijkheid. De schier goddelijke taak om dit kuiken te herenigen met Moeder Natuur was mij, en alleen mij toebedeeld. Ik sloeg mijn ogen kortstondig neer en lispelde een dankwoord naar het lot.

Hup, daar ga je, tsjilpte ik delicaat naar het kuikentje. Zijn ogen vernauwden zich, in het logge lijf kwam geen beweging. Hij leek zich op te richten. Een poot schoof naar voren en het Kleine Wonder stapte provocatief mijn kant op. Welnu, dit was niet de opzet.

Met ferme handgebaren en vigilante gelaatsuitdrukking probeerde ik de machtsverhouding weer in balans te krijgen. Vrees mijn heerschappij, onbeduidend kuiken, ik sta bovenaan de voedselketen, fulmineerde ik. Het kuiken kon nauwelijks minder onder de indruk zijn. Hij richtte zijn –toch wel imposante- vleugels op en opende zijn smoezelige snavel. Snaterend en flapperend rende hij alarmerend snel mijn kant op. Op dat moment nam mijn instinct het over van mijn naastenliefde.

En zo eindigt het verhaal over hoe ik op een dinsdagmorgen ben gevlucht. Voor een kuikentje.