Iris Hermans
Iris Hermans Entertainment 21 mrt 2021 / 13:45 uur

Kippenvel, gelukstranen en loopneuzen op testfestival: ‘Eíndelijk mogen we weer’

Zo’n 1500 gelukzalige gezichten dansten zich warm op het eerste grote festival sinds 2019. Er werd gefeest door feestneuzen met loopneuzen en er werden vele contactmomenten gemaakt, die allemaal nauwkeurig zijn geregistreerd. Dj Reinier Zonneveld sloot af en sloopte de tent met een sterk setje beuktechno. „Die kan me een partijtje lekker stevig draaien, hé.”

„We mogen eindelijk weer!”, klinkt het uit de mond van festivalgangers als je ze vraagt hoe ze het vinden, waarna ze gauw weer de dansende menigte opzoeken, want daar is het een stuk warmer. De een drinkt een koud biertje met suède handschoenen aan, een ander warmt z’n blote handen aan een papieren beker met koffie. Het is koud en de wind komt met vlagen, evenals zeurderige motregen, maar je hoort niemand erover klagen. Sterker nog: sommigen hebben zelfs even een traantje weggepinkt, inclusief de Flügel-dame. „Ik heb dit zo gemist!”

Het kan allemaal op een festival

Er wordt gedanst alsof het hun laatste festival ooit is en velen zijn er goed op gekleed, met mutsen op en sjaals om, of gewoon een dikke tijgerbontjas aan. Een jongen in skipak glijdt telkens voorbij, een meisje huppelt vrolijk in haar roodkapje-pakje, samen met haar vriendje dat eveneens roodkapje is. En dan is er ook de jongen in een donkerblauwe en jaloersmakend zacht ogende badjas die naarmate het later wordt, steeds verder gaat openhangen. Het kan allemaal op een festival, net zoals de reusachtige paastak in folie gewikkeld, die iemand bij zich draagt als versiering slash handig herkenningspunt. En die bijna ongeschonden het festival weer zal verlaten, zo zal na 19.00 uur blijken.

De tak als versiering slash herkenningspunt.

Loopneus door de kou

„Lijkt net of ik heb gesnoven en telkens m’n neus afveeg”, grijnst iemand bij de tweede stage, terwijl hij z’n neus met duim en wijsvinger vastpakt. Maar hij heeft dus een loopneus door de kou, en hij is niet de enige. Iets wat extra goed zichtbaar is op de ‘blote gezichten’, want op een enkeling na, en de aanwezige pers, draagt niemand een mondkapje, ondanks dat dat wel werd gevraagd. „Menselijk gedrag”, benoemt iemand van de organisatie het. „Ook dat is onderdeel van het onderzoek. Als een iemand dat ding afdoet, volgen anderen snel. Dat is goed om te weten voor volgende festivals.”

Say Festivaaaaaaaal!

Onderzoek Fieldlab testfestival Biddinghuizen

Dit festival op het Lowlands en Defqon.1-terrein in Biddinghuizen wordt georganiseerd door Fieldlab, MOJO en ID&T. Het grote verschil met dit testfestival en een normaal festival, afgezien van de vele nieuwsgierige cameraploegen uit Berlijn tot Lelystad, zijn de tags die bezoekers ‘goed zichtbaar boven je kleding’, zoals het staat aangegeven, moeten dragen als onderdeel van het onderzoek. Het houdt nauwkeurig alle contactmomenten bij, al vragen bezoekers zich wel af wat dat nou precies is, zo’n contactmoment. „Dan heb ik er zeker wel hónderd gehad”, schat een jongen in. „Als je naar linksvoor loopt, kom je al tientallen mensen tegen.” En hoe later het wordt, hoe meer échte contactmomenten worden gemaakt, in elk geval voor zolang het festival duurt tenminste.

Zelf de linten ophangen

De rookmachines zijn het roken nog niet verleerd, verdwaalde luchtbellen spatten in de lucht uiteen en om de zoveel tijd worden felgekleurde slingerachtige linten uit het plafond geschoten. Het resulteert in enthousiast gejoel en Insta-momentjes en dat je met die linten daarna nog véél meer kunt doen – touwtje springen, om iemand heen draperen, iemand voor de grap vastbinden…-, bewijzen vrienden Jimmy, Eline en Wilko („wel met een k, hè”). Ze komen uit Benschop en Lopik, „van die grote kerstboom, daar heeft Metro weleens over geschreven.” Ook hier weet het vrolijke drietal de boel mooi te versieren en de zin spat van de gezichten  af. „Mooi toch, eindelijk mogen we weer”, zeggen ook zij, waarna de volle aandacht weer naar de linten gaat.

Door het lintje.

Knuffel en lolly testfestival

De EHBO-mannen staan voorzichtig mee te deinen op de muziek en houden de feestende massa in het oog. Ze hebben net een jonge vrouw „die niet zo lekker ging” uit de menigte gedragen om even bij te komen. Het gaat weer goed met haar, vertellen ze. „Het is verder rustig. Je zou verwachten dat iedereen nu extra hard uit z’n plaat gaat, maar dat valt mee. Ik denk dat we het deze zomer pas echt heel druk gaan krijgen.”

„Mag ik je lolly?”, vraagt een meisje met grote lach en dito ogen. Ze heeft zin in iets zoets. „Ik wilde gezond en verstandig doen, weet je wel, maar ja, dan kom je hier en hoor je de muziek en dan weet je het wel, hè.” De muziek omschrijft ze als „lekkere beuktechno, niet van die zachte troep, maar gewoon ook een beetje duister, weet je wel.” Na een knuffel gaat ze weer verder, met lolly.

Reinier Zonneveld heeft er zin in

Backstage staat Reinier Zonneveld, getooid in een bijna majestueus slash soepel zwart-goud shirt dat Louis XIV ook niet misstaan had. Op z’n hoofd zijn welbekende pet die hij traditiegetrouw na afloop van z’n set het publiek zal ingooien. Reinier heeft er zin in, al sinds vorige week toe het festival eigenlijk zou zijn. Of eigenlijk al sinds een jaar. „Dit is wat je wil als artiest, eindelijk weer voor een dansend publiek staan na meer dan een jaar wachten.”

Dat hij het heeft gemist, is dan ook een understatement en toen hij net even in de zaal ging kijken bij Joris Voorn, gebeurde er iets met hem. „Ik zag het dansende publiek weer, ik zag m’n vrienden daar staan en toen Joris ook nog eens een hele vette beat dropte, kreeg ik wel even tranen in m’n ogen, hoor.”

Je weet pas wat je mist…

De artiest, die bekend staat om zijn sterke en originele live-sets waarin hij van begin tot eind improviseert met eigen geluiden en platen, vliegt in mei naar de Verenigde Staten voor een aantal festivals. Hij hoopt ook in Nederland deze zomer weer vol aan de bak te kunnen.

„Het zijn superzware tijden geweest en als je hier nu dan weer staat en iedereen ziet genieten, besef je hoe gelukkig we altijd waren en hoe belangrijk muziek en een goed feestje is, ook voor ieders psychische gezondheid. We hebben dit allemaal nodig.” Je weet past wat je mist als het er niet is dus, „klinkt heel cheesy, maar dat is wel zo.”

Reinier Zonneveld breekt de tent af

En dan sluit Reinier Zonneveld af. Waar hij zin had in zijn dansende publiek, heeft het dansende publiek duidelijk zin in Reinier Zonneveld. „Die kan me een partijtje lekker stevig draaien, hé”, vat iemand het treffend samen. De jongen kan eindelijk zijn techodansjes met wilde armgebaren weer in de praktijk brengen en achtereenvolgens komen de grasmaaier, de sloper en de boodschappen doener voorbij. „Alsof hij telkens iets uit de bovenste schappen haalt”, analyseert iemand zijn moves. Als je de enthousiaste danser tussen het beuken door vraagt hoe hij gaat, krijg je een grote grijns als antwoord. Hij wijst naar de haren op z’n armen die rechtop staan. Kippenvel, en hij is niet de enige.

‘Magisch’ festival

Na afloop is Reinier Zonneveld in de zevende hemel. „Het was fantastisch om eindelijk weer voor een publiek te mogen spelen en mijn muziek te horen op een stage. Om dan het publiek zo te zien genieten, blijft toch magisch. Dat is waar ik muzikant voor ben geworden.”

Hij hoopt dat met dit testfestival het begin van het einde is ingezet en snel weer met de gehele industrie kan worden genoten van dit soort momenten. „Aan de reactie van het publiek te zien zijn zij er in ieder geval klaar voor en zijn ze het dansen nog zeker niet verleerd.”

Fieldlab optimistisch: ‘Er kan in mei en juni meer als politiek het aandurft’

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Kippenvel, gelukstranen en loopneuzen op testfestival: ‘Eíndelijk mogen we weer’
Sluiten