Hilversum buigt, maar wie houdt de macht tegen?
Het nieuwe verraad van Hilversum.
De documentaire Het verraad van Hilversum (EO) bracht in 2024 een pijnlijk hoofdstuk in onze mediageschiedenis aan het licht. Tijdens de Duitse bezetting lieten de Nederlandse omroepen zich niet alleen gebruiken voor propaganda; sommige bestuurders liepen zelfs vooruit op de eisen van de bezetter. Joodse medewerkers werden ontslagen nog vóórdat dit verplicht werd gesteld. Na 1945 bleef het oorlogsverleden van de omroepen grotendeels verzwegen.
Die geschiedenis roept een ongemakkelijke vraag op: hoe onafhankelijk is de publieke omroep vandaag?
Eenzijdigheid
Tijdens de coronapandemie werd de publieke omroep vooral een doorgeefluik van regeringsbeleid. Persconferenties van ministers werden integraal uitgezonden en uitgebreid geduid, maar alternatieve stemmen kregen zelden een volwaardig podium. Critici van de lockdowns, van de coronapas of app werden weggezet als ongefundeerd of gevaarlijk. Pas veel later ontstond er ruimte voor bredere reflectie, bijvoorbeeld over de psychologische gevolgen voor jongeren of de economische schade voor ondernemers: vooral de bijwerkingen van het beleid dus, niet het beleid zelf.
Dit patroon is niet uniek voor corona. In het stikstofdebat lag de nadruk lange tijd vrijwel uitsluitend op de noodzaak van reductie, waarbij kritische vragen over de gehanteerde modellen en meetmethoden minder aandacht kregen. Afwijkende perspectieven rond de oorlog in Oekraïne – over diplomatieke opties of de gevolgen van sancties – krijgen wel aandacht, maar slechts aan de randen van het debat.
Zelfcensuur en afhankelijkheid
Het verschil met de oorlogsjaren is uiteraard immens: er is geen censuur van buitenaf, geen dreiging van vervolging. Maar de mechanismen die leiden tot eenvormigheid in berichtgeving zijn subtieler en daarom misschien des te verraderlijker en daarom gevaarlijk.
De publieke omroep is financieel afhankelijk van de overheid en journalisten zijn gevoelig voor reputatieschade. Niemand wil weggezet worden als verspreider van ‘desinformatie’. Het gevolg is een zekere zelfcensuur, omdat het veilig voelt.
De vraag is dus of de institutionele omgeving voldoende ruimte laat voor pluraliteit en kritische confrontatie met de macht.
Het ongemakkelijke zwijgen
Na de oorlog zweeg Hilversum over zijn eigen rol. Ook vandaag ontbreekt diepgaande reflectie. De fundamentele discussie over de betekenis van onafhankelijkheid en pluriformiteit in crisistijd blijft grotendeels uit.
Juist de publieke omroep, die pretendeert de samenleving in al haar verscheidenheid te weerspiegelen en medebeschermer van de burgerlijke vrijheden te zijn, zou dat gesprek voortdurend moeten voeren.
De les van ’toen’ is dat journalistieke onafhankelijkheid steeds opnieuw bevochten moet worden. Dat vraagt om moed om ongemakkelijke vragen te stellen, ook wanneer de druk vanuit de overheid groot is en de publieke opinie eenduidig lijkt.
Oproep tot kritische pluriformiteit
Het verraad van Hilversum behoort tot het verleden. De vraag of Hilversum vandaag de dag voldoende afstand houdt tot de macht, is nog zeer actueel.
Dat betekent:
● ruimte voor tegengeluiden uit de samenleving zonder stigmatisering,
● doorvragen op de aannames achter beleid bij bestuurders en politici,
● en transparant zijn over de eigen journalistieke keuzes: de hand in eigen boezem.
Alleen dan kan de publieke omroep haar rol als spiegel voor de samenleving waarmaken.