Humor

Monique Louis 27 feb 2024

„Er liepen twee vrouwen met dezelfde citroengele slaapzakjas aan. Zelfde donkerblauwe spijkerbroek, zelfde gepoederde haar.” Met een volle krat boodschappen loopt mijn man in grote stappen naar het aanrecht. Al pratend legt hij de pakken yoghurt een voor een in de koelkast.

„Ze stonden achter elkaar in de rij bij de kassa. Spraken verder niet met elkaar, stapten later ook alletwee in een andere auto. Die tweede ging ook gewoon achter die andere in de rij staan. Dat had ik nou nooit gedaan. Haha. Dat had die eerste ook nooit gedaan.” Hij leest op het zakje geraspte kaas voordat hij het zorgvuldig opbergt.

„De baas van de H&M belde op: ik heb nog citroengele jassen. Citroengeel? Die krijgen we nooit verkocht. Nou, aarzelde de filiaalmanager, doe er maar eentje dan. Nee, minstens twee.”

Man sluit de deur van de koelkast, klapt het kratje in elkaar. „Ik had een pot pindakaas laten vallen van schrik als ik mezelf had zien staan”, eindigt hij en loopt langs me heen de trap op naar boven.

Tot huilens toe

Het is fijn dat onze voorkeuren voor humor elkaar deels overlappen. Deels. Hij kijkt graag naar filmpjes waarin mensen op hun smoel gaan. Vooral de Amerikaanse voice over maakt hem aan het lachen. Ik trek deze filmpjes niet, maar geniet van het soms tot huilens toe lachen van man. Stiekem sla ik hem gade.

Onlangs zag ik samen met hem de Amerikaanse standup comedian Mike Birbiglia, op Netflix. Na een korte aarzeling: Wie is dit..? Waar gaat dit verhaal heen..? waren we om. Binnen een week keken we naar drie shows. Alletwee hadden we een zwak voor deze comedian. Grappig, diepzinnig, een rasverhalenverteller.

Theatermaker Romana Vrede kreeg de slappe lach bij de act van standuppers René van Meurs en Ruud Smulders waarbij Smulders op het podium smakte. Zij verontschuldigde zich tegenover Gijs Groenteman, presentator van zijn culturele show op zondag, waar Vrede te gast was. Ze legde uit dat zij altijd hard moest lachen als andere mensen vallen of pijn hebben. Hier keek ik van op. Bestaat er typische mannen- of vrouwenhumor?

Zo zouden mannen grappiger zijn. Op tv zag ik de show van cabaretière Lisa Ostermann. Lange blondrossige krullen, een helder stemgeluid: iets tussen plat- en grachtengordel Amsterdams in. Zij noemde Brigitte Kaandorp een van haar voorbeelden, maar gaf toe dat haar favoriete comedians vooral mannen zijn. Hoe zit dat? Voor haar ook een gewetensvraag.

Onverschrokken

Ooit zag ik Brigitte Kaandorp op het podium met natte haren, naakt, slechts een handdoek om haar heupen. Onverschrokken keek ze de zaal in, deed geanimeerd haar verhaal, handen gevouwen over haar borsten. Hoe zij taboes doorbrak over het moederschap, relaties. Haar hilarische lied: Ik ben ziek, en jij gaat dood. („Ik houd niet zo van protesteren, dus ik heb daar een oplossing voor gevonden, ik heb namelijk één lied geschreven en daar zit dus alles in…”)

Het was echter bij Ronald Goedemondt in de zaal tijdens zijn show Ze bestaan echt dat ik in mijn broek plaste van het lachen. Nou was ik hoogzwanger, dit kan hebben meegespeeld.

Mijn zoon, 15, komt met een meetlint de kamer in. „Help eens, ik wil weten hoe lang ik ben.”

„1 meter 84.” „Dan ben ik 15 cm langer dan Messi.” Even kijkt hij bedenkelijk. „Nou ja, het is mijn idool, ik kijk toch wel tegen hem op.”

Het beste van Metro in je inbox 🌐

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang tot drie keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.

Reacties