Fietsen

Robin Meerman 23 mei 2016

Het is inmiddels heel wat jaren geleden dat mijn vrouw en ik een paar nieuwe fietsen kochten. We hadden toen nog een sportieve toekomst voor ogen. Sinds dat moment staat deze aanschaf echter nutteloos stof te verzamelen in het schuurtje achter onze woning.
Op donkere, winterse dagen beloofden we elkaar telkens weer opnieuw de komende zomer eindelijk eens wat fietstochtjes te gaan maken. Nooit kwam het er van.
Afgelopen week zagen we toevallig een programma waarin sprinkhanen en meelwormen werden gegeten. Dit zou gezond zijn werd beweerd.
Die walgelijke beelden kwamen regelmatig terug toen ik later die week de schuur opruimde. Dikke spinnen en ander ongedierte kwam ik daarbij tegen. Ik zag er niets culinairs in.
Ik merkte op dat het zonde was dat onze fietsen niet gebruikt werden en dat we ze beter konden verkopen. In gedachten had ik al een mooie bestemming voor de opbrengst: een nieuwe lens voor mijn fotocamera.
Zo’n opmerking moet je natuurlijk niet maken als de weersvooruitzichten goed zijn.
Ons gesprek kreeg een wending die ik niet had voorzien. Voor ik er erg in had moest ik een sopje over onze fietsen gieten en stond de afspraak de volgende dag eindelijk dat zo vaak beloofde tochtje te maken.
Die middag stonden er twee, zo goed als nieuwe bikes, in onze tuin te glimmen.
Mijn suggestie dat het zonde zou zijn als de fietsen met het tochtje vuil zouden worden had geen effect. De volgende mogen bestegen we de pedalen en trokken de polder in.
Eerlijk is eerlijk, ik kreeg er echt plezier in.
“Dit moeten we vaker doen”, wilde ik mijn vrouw toeroepen.
Maar die zin werd nooit afgemaakt.
Een van rechts aanvliegend insect stond op zijn voorrangsrecht en vloog door mijn net geopende mond diep mijn keel in. Met, volgens mijn vrouw, overdreven veel geluid trachtte ik deze ongewenste gast naar buiten te hoesten. Samen met de bijkomende braakreflexen had dit niet het beoogde resultaat. Het kon niet anders. De door het arme beestje gekozen weg moest worden voortgezet en rillend van afschuw slikte ik het door.
“Nu je deze eerste stap naar een gezond leven gezet hebt zal ik thuis gelijk wat sprinkhanen voor je frituren”, merkte mijn vrouw fijntjes op.
De blik die ik haar toewierp zal niet vriendelijk geweest zijn, dat zal ieder kunnen begrijpen.
Bij thuiskomst overheerste echter het gevoel goed bezig te zijn geweest en we beloofden elkaar plechtig vanaf nu wat vaker te gaan fietsen.