Afscheid

De ingang van het ziekenhuis is versierd met vrolijk gekleurde ballonnen, maar vandaag geen feestje voor mij. Ik ben op weg naar mijn dode moeder. Doorlopen…… rechtsaf naar de spoedeisende hulp. Dan een gordijn dat opengaat, een hand op mijn schouder en ik zie haar liggen.
Zo stil, zo dichtbij en verder weg dan ooit. Nog zo veel en niets meer te zeggen. Terwijl ik naar haar oude, nauwelijks herkenbare gezicht kijk zie ik de moeder die stond te wachten op het schoolplein, de moeder die me leerde zwemmen. De kleren die ze voor me maakte en die ik vaker af- dan goedkeurde, het weekend samen in Antwerpen en hoe ik haar vervloekte omdat ze me wakker hield met haar gesnurk. Zo veel en te weinig herinneringen.
Ik had nog willen vragen hoe ze terugkijkt op haar leven, hoe haar laatste uren waren en terwijl haar hand in mijn hand langzaam kouder wordt besef ik hoe onverbiddelijk en onherroepelijk de dood is. De woorden NOOIT MEER lijken bijna tastbaar te worden in het kille licht.
Later in haar flat de restanten van een ochtend die niet het begin van een dag, maar het einde van een leven zou worden. Het gewone van een half opgegeten koekje en een kopje koffie feilloos ontkracht door het haastig afgetrokken beddengoed, de door de ambulancemedewerker opzij geschopte kleden en de vlekken op de vloerbedekking.
Omringd door haar vertrouwde spulletjes die nu vreemd en zielloos lijken vind ik wat ik zoek. Het draaiboek voor haar begrafenis en in een plastic tasje een witte nachtjapon met daarop een briefje in haar vertrouwde handschrift “voor de crematie”. Wat ging er door haar heen toen ze dit schreef? Keek ze er naar uit of was ze bang? Ik zal het nooit weten.
Voor het weggaan kijk ik nog even in haar slaapkamer en zie op de rand van het bed een klein versleten beertje zitten, troost in vele slapeloze en van pijn doordrenkte nachten. Ik neem het mee en geeft het thuis een plaatsje bij de drie beren op mijn nachtkastje.
De volgende morgen word ik uitgerust wakker, verdrietig, maar met het gevoel dat het goed is zo. Het eerste wat ik zie als ik mijn ogen open is het beertje tussen zijn nieuwe vriendjes dat me tevreden aankijkt. Hoorde ik het nou even snurken of heb ik me dat verbeeld?