18 juni 2017 om 17:33
Lezerscolumn van: Hava Özbas
Hava Özbas

Gedichten

Over schrijven

30

Noch het Oosten noch het Westen kunnen mij vangen in hun talen, die ik toch niet zal spreken; mijn taal is universeel. Soms proberen ze me de weg naar huis te wijzen, waar ‘mijn taal’ gesproken zou worden. De taal waarin ik niet eens een rijmpje laat staan een gedichtje in elkaar kan timmeren.

Bij deze offer ik woorden op, maar dan publiekelijk, want dit zal de eerste en laatste keer zijn dat ik dit zeg, dus je leest het goed beste lezer, als ik je zeg: ik weet niet hoe iemand zou moeten schrijven, ik weet niet wanneer je wel of geen geweldige schrijver bent, ik weet niet of mijn schrijfstijl bij de uwe of de jouwe past, ik weet niet wat poëzie is, wat een verhaal nodig heeft, waar een zin eindigt of begint en ik weet niet wanneer ik net iets te veel of te weinig heb gezegd. Ik heb geen weet van de ongeschreven regels, die ik, ‘als het erop aan komt’ toch wel had moeten weten, maar ergens weet ik ook wel, dat mijn naam regelmatig anders in de oren klinkt, waardoor mijn schrijven gedoemd is om aan een plek ‘ver van hier’ te worden gelinkt, maar dat is niet wat ik zeggen wil. Sterker nog: ik wil dat helemaal niet weten.

Voor mij zijn er eenmaal andere dingen belangrijker om te weten. Zoals het weten dat ik mijn pen net zoals iedereen op de wereld vasthoud; op de wijze hoe het me geleerd is in groep drie, met dezelfde vingers verstrengeld om de pen zoals ‘de rest’ waar ik soms niet bij hoor, dat doet. Bovendien ben ik zo bijzonder niet, want ik hoor ook maar tot een merendeel die rechtshandig (onhandig) is. Eigenlijk ben ik saai en is mijn naam slechts een illusie. Ook vind ik het belangrijker om te weten dat ik net als elke andere schrijver een pen vastgrijp, alsof het de schouder van een allerbeste vriend is, me overgevend aan de woorden, schrijvend over dimensies zonder grenzen, zonder scheidslijnen tussen Noord, Oost, Zuid of West. En terwijl jij beste lezer nog steeds (soms dan en niet elke lezer) bezig bent met mijn hoe's en wat's, ben ik mijn zoveelste gedicht aan het schrijven, dat waarschijnlijk weer een gedicht wordt dat net zoals ik nergens helemaal in past.

stribbelend, struikelend, stil, schrijven schrijvers soms
slaan schrijvers schaamteloos stukken in stukken soms
 

30