16 november 2017 om 21:47
Lezerscolumn van: Eva Klappe
Eva Klappe

Actueel

Het moderne “als één schaap over de dam is…”

72

Het is 08.12. Ik sta te wachten op de trein. Een vertraagde trein. Hoe kan het ook anders. Met mijn snot afgeveegd in mijn sjaal en mijn tas tussen mijn all-stars, sta ik onnozel te staren naar mijn mobiel in mijn verkleumde hand. Ik klik op Instagram. Ik scrol door Facebook. Ik bekijk appjes. Ik maak een snapchat van mijn voeten, met de tijd (08.14) en vermeld dat ik het ontzettend ruk vind dat de trein laat is. En ik klik weer op Instagram.
Dan kijk ik op. Ik hoor lawaai. Het zijn twee schoolmeisjes van een jaar of dertien die met hun overvolle rugtassen langs rennen.
Ik zucht. Wij zuchten. Iedereen zucht op het station. Laat ons met rust, wij willen graag onnozel staren naar onze telefoons.

Het is 08.20. De trein is 10 minuten vertraagd. Ik ga te laat zijn voor college. Ik scrol gefrustreerd verder op mijn telefoon. Ik verlies een spelletje. Ik zucht opnieuw.

Het is 08.21. Er wordt omgeroepen dat de trein 20 minuten vertraagd is, omdat een goederentrein voorrang heeft.

Om 08.22 rijdt de goederentrein tuffend voorbij ons treinstation. Wat een attitude. Het is net alsof de goederentrein een dikke middelvinger opsteekt terwijl hij/zij/het (genderneutraal) langzaam verder sjokt. Ik merk op dat mensen, net zoals ik, even opkijken van hun telefoon en geïrriteerd de goederentrein bestuderen. Alsof wij nog nooit een trein hebben gezien.

Dan is het 08.24, en ik hoor zacht gedonder van links. De trein komt eraan. En dan valt het mij opeens op. Die magische reactie die de trein heeft op mensen. We pakken onze spullen, stoppen (tijdelijk) onze mobiel weg en gaan massaal waggelen. Juist. Iedereen loopt een klein stukje mee in de richting van de trein. Waggelen dus. Het slaat nergens op. Het heeft geen nut (Natuurkunde/wiskunde: de trein gaat sneller dan wij kunnen bijhouden?!). Maar het maakte mijn dag. En nog steeds, zeventien dagen verder, kijk ik elke ochtend vrolijk op als ik de trein hoor aankomen, want hoe verschillend wij ook zijn, we blijven elkaar volgen. Het is een soort moderne “als er één schaap over de dam is”, maar dan idioter, “als de trein eraan komt, even kijken wie er dan als eerste bij een deur staat”. Ik ben anders dan de rest trouwens. Ik blijf gewoon staan. Tenminste, totdat ik word ingehaald door de trein.

72