Keuken-chaoten Verenigd
‘….ik ga proberen om te doen alsof ik een toetje kan maken’, wandel ik bij de koekjesschappen regelrecht een gesprek van een stel in. Ik kan een grijns niet onderdrukken, heb direct oogcontact ook met de vrouw die het zei. We barsten beiden in lachen uit.
‘Dat ken ik’, zeg ik, ‘ik weet nooit wat ik in de keuken doe’, de bijbehorende man glimlacht.
‘Jij raakt ook de weg tussen de pannen kwijt?’ vraagt hij.
‘Ik ben altijd verbaasd als de magnetron wat eetbaars uitbraakt’, bevestig ik.
‘Oh, dat klinkt bekend’, giert de vrouw.
‘Toch altijd weer een opluchting hè?’ grijns ik, ‘ja, niet voor je huisgenoten, trouwens’, lach ik schaapachtig. Ik heb de koekjes gevonden die ik zocht en wens ze een goede avond, op zoek naar het volgende item op mijn niet-bestaande lijstje.
Ik hou niet van lijstjes. Of, zoals m’n man eens zéér terecht opmerkte: het enige lijstje waar ik van hou is een fotolijstje. En dan moet u bedenken dat ik net zo makkelijk foto’s met wat plakband op de muur plak.
Enfin.
Ik maakte mijn rondje door de supermarkt zo goed mogelijk af – niet eenvoudig met een chaotisch brein wat struikelt over quotes, dan benodigde zaken ziet, dan zaken die er interessant uitzien maar niet meteen noodzakelijk zijn, het tussendoor ontwijken van mensen in verschillende vormen en maten enzovoorts, het zoeken naar het juiste gangpad voor het volgende ding, me afvragen waarom ik zo slecht zie, bijna op iemand botsen, nog iets bedenken wat ik bijna was vergeten en in de gauwigheid uit de schappen trekken, dan tot de conclusie komen dat ik m’n lenzen niet in heb, om tenslotte iets te ontwaren wat op een kassa lijkt, in m’n mandje te kijken en te concluderen: het is wel goed zo.
Terwijl ik sta af te rekenen, hoor ik ineens achter me:
‘Oh, daar heb je d’r weer’.
De mensen uit het gangpad van eerder. Nu is er over mij gestruikeld, dat overkomt me niet vaak.
Eenmaal de winkel uit was ik tóch nog wat vergeten. Geen zin meer om terug te gaan.
Boeien, dit stukje schrijven lukte wél.