Wie vervuilt hier nou echt?

Rik de Lavaletta Vandaag

Het publieke debat wordt meestal keurig samengevat in één zin: de boeren vervuilen, dus daar moet iets aan gebeuren. Minder vee, minder boeren, klaar. Het is overzichtelijk, bestuurlijk prettig en vooral heerlijk eenvoudig. En zoals dat gaat met heerlijke eenvoud: het klopt maar half.

Beginnen we bij CO₂. Dat gas heeft geen gevoel voor locatie. Het blijft niet hangen boven een stal omdat die toevallig naast een natuurgebied staat. CO₂ zweeft niet loyaal boven een weiland om daar extra schade aan te richten. Het mengt zich wereldwijd en doet overal precies hetzelfde vervelende ding. Voor CO₂ maakt het dus niet uit of een boer naast een natuurgebied zit of midden in een industrieterrein. Dat verschil bestaat simpelweg niet, hoe vaak het ook wordt gesuggereerd.

Maar dan komen we bij de echte boosdoeners. De stoffen die zich niet keurig wereldwijd gedragen, maar nogal letterlijk zijn. Ammoniak bijvoorbeeld. Die heeft geen internationale ambities. Die slaat neer. Snel. Dichtbij. Liefst daar waar het pijn doet. Wat uit een stal komt, komt een paar kilometer verder gewoon op de grond terecht. In de natuur. En daar gaat het mis.

Indrukwekkende cocktail

Vergelijk dat met zware industrie. Een staalfabriek of raffinaderij stoot per vierkante kilometer een indrukwekkende cocktail uit van stikstofoxiden, zwaveldioxide, fijnstof en andere gezelligheden. Lokaal is dat ronduit smerig. Voor omwonenden zeker geen detail. Maar die fabrieken liggen vaak op afstand van kwetsbare natuur. Hun uitstoot verspreidt zich, verdunt juridisch gezien, en verdwijnt daarmee grotendeels uit het probleemkader.

En daar zit de crux. Niet ecologisch, maar juridisch. De overheid kijkt niet naar wie het vuilst is per vierkante kilometer. Ze kijkt naar wie aantoonbaar schade veroorzaakt aan beschermde natuur. Dat is geen morele ranglijst, maar een juridische spreadsheet. En daarin scoort de landbouw slecht, niet omdat ze het meest vervuilt, maar omdat ze het dichtst bij de natuur zit.

Elastische ruimte

Dat is logisch binnen de regels. Het is ook verdedigbaar. Maar het is tegelijk scheef. Want boeren worden aangesproken op een ruimtelijk probleem dat niet door hen is ontworpen. Nederland is klein, vol en jarenlang ingericht alsof ruimte elastisch was. Veel vee, weinig ruimte, natuur ertussen geparkeerd. Dat was beleid. Geen boerenstreek.

Industrie mocht zich concentreren achter hekken, vergunningen en afstand. Natuur kon dat niet. Die bleef liggen waar ze lag. En dus schuift de druk vanzelf naar degene die ernaast werkt.

Het debat gaat dus niet echt over boeren. Het gaat over bestuur, over ruimtelijke keuzes en over een land dat zichzelf zo strak heeft ingedeeld dat het nu vastloopt op zijn eigen regels. Ironisch genoeg noemen we dat natuurbescherming, terwijl het in de praktijk vooral beleid is dat probeert te overleven zonder toe te geven dat het zichzelf heeft vastgezet.

Reacties