Carnaval: het feest dat je niet kunt uitleggen, je moet het beleven
Laten we eerlijk zijn: veel lezers uit het noorden of westen van het land hebben in deze rubriek vast al eens iets over carnaval voorbij zien komen. Vorig jaar had ik hier al een bescheiden poging gedaan om het fenomeen uit te leggen. Maar ja, carnaval laat zich nu eenmaal moeilijk vangen in een paar alinea’s.
Het is een soort cultureel natuurverschijnsel: je kunt het beschrijven, maar het écht begrijpen gebeurt pas wanneer je erin staat, bij voorkeur omringd door verklede Limburgers en Brabanders met een biertje in de hand en een glimlach die minstens twee dagen blijft hangen.
Want laat ik meteen een veelvoorkomend misverstand tackelen: carnaval is niet alleen zuipen. Natuurlijk, er wordt gedronken (no surprise there), maar dat is slechts het decor. De kern van carnaval is saamhorigheid. Het is het moment waarop iedereen echt iedereen even ophoudt met zichzelf zijn, om gewoon mens onder de mensen te worden. Geen titels, geen standen, geen „wat doe jij voor werk?”. Nee hoor. Je bent kabouter, bouwvakker, piraat of wandelend stuk fruit. En dat voelt verrassend bevrijdend.
Details
Of je nu in Den Bosch (Oeteldonk), Tilburg (Kruikestad) of Eindhoven (Lampegat) rondloopt, het maakt niet uit. Elk stads of dorpswapen krijgt voor enkele dagen een carnavalstransformatie. De verschillen zitten ’m in details. De ene stad heeft meer tradities, de andere meer muziek, maar de basis is hetzelfde: een feest van en voor iedereen.
En dan hebben we de onderdelen die je misschien nog nooit hebt meegemaakt:
- carnavalsmis, waar zelfs de pastoor soms een narrenmuts op heeft
- de optochten, waar half Nederland zich afvraagt waarom iemand een wagen van zes meter hoog bouwt
- het kinder-carnaval op zaterdag of zondag middag (jawel, de kleinsten doen vrolijk mee)
- en de dweiltochten, waarbij je van kroeg naar kroeg schuift alsof je een menselijke polonaise bent.
Maar vergeet vooral de dorpen niet. Daar waar iedereen elkaar kent, waar de prins nog gewoon buurman Piet is en waar de slager en de schooljuf samen op een wagen staan. Carnaval leeft daar misschien nog wel het meest puur.
Meebrullen
En dan is er nog iets: Spotify liegt niet. Elk jaar exploderen de carnavalsafspeellijsten opnieuw. Er komen zoveel nieuwe nummers uit dat zelfs de doorgewinterde carnavalsvierder soms niet meer weet welke plaat hij moet meebrullen.
Dus, aan alle lezers van boven de rivieren, aan iedereen die twijfelt, lacht of fronst bij het woord carnaval: waar wachten jullie eigenlijk op?
Kom eens kijken, kom eens meedoen. En voor wie denkt: ‘Dat is niets voor mij’, juist dan moet je gaan.
Carnaval is geen feest voor Brabanders of Limburgers. Het is een feest voor iedereen die bereid is om even zijn zorgen te laten vallen en gewoon samen plezier te maken.
En geloof me… de rest komt vanzelf. Ook dit jaar weet ik dat mijn Friese vrienden weer naar Lampegat komen.