Bomen

Monique Louis 28 mrt 2024

Als de kersenbloesem op z’n hoogtepunt is, dan noemen ze dat in Japan mankai, las ik. De schrijver vroeg zich af of de bloesemboom die zij onderweg zag, door zijn schoonheid de omgeving fraaier maakte of de lelijkheid van alles benadrukte.

Even later wandelde ik over de heide. Nul kans op een kersenbloesemboom. Misschien wel op een krentenboom met zijn witte bloemetjes die zo lekker ruiken.

Het was droog, er stond nauwelijks wind. Degene met wie ik er liep had een verrekijker.

„Kijk.”

„De boomklever is mooi gekleurd”, legde ze uit, „hij maakt het nest niet zelf, maar gebruikt bijvoorbeeld een verlaten hol van een specht. Hij kan omlaag en omhoog langs boomstammen klimmen. De boomkruiper is saaier gekleurd en kan alleen omhoog kruipen. Als hij naar beneden wil, doet hij dit vliegend.”

Ik keek om me heen naar het weidse, paarse uitzicht: we waren op een goed moment op de juiste plek.

Met een half oog zochten we naar een mobiele telefoon; hij kon ook thuis liggen. We probeerden dezelfde paden te bewandelen. Kwamen we nou uit dat pad, of toch deze?

„Zie je daar in de verte die liggende berkenboom?”

Ik knikte.

„Ik voelde mij die berkenboom omdat niemand mij vroeg hoe het met me ging. Alsof ik niet bestond.”

In gedachten groeten

Ze had een gedicht gemaakt en hardop voorgelezen naast de boom, aan de persoon met wie zij er toen was. Ik liet het op me inwerken. De warmte van de zon deed de sjaal om mijn nek prikken.

In de plaats waar ik woon staan er in de buurt twee grote bomen die ik in gedachten groet. Naast elkaar, fier, sterk geworteld, de een wat kleiner dan de ander, als de vertrouwde mensen uit mijn jeugd. Een boom kiezen die groot en sterk is, waar je naar toe kan als je zijn kracht nodig hebt. Zou dat iets voor haar zijn? Ik ging misschien te snel, maar het beeld van de kwetsbare, liggende berk was onverdraaglijk.

Ik moest denken aan prinses Irene, de oudste zus van koningin Beatrix. Ooit kwam in het nieuws dat zij praatte met bomen. Hier werd hard om gelachen, ook door mij.

We stonden stil en keken om ons heen. Naar bomen zonder te bomen. Dat is nog best moeilijk.

We liepen verder met de zon in ons gezicht. Geen krentenboom gezien maar wel een paar mooie andere opties.

Bij thuiskomst lag haar telefoon aan de oplader.

Het beste van Metro in je inbox 🌐

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang tot drie keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.

Reacties