Hallo, met wie spreek ik?

“Ja, met Marieke.”

“Hoi Marieke. Wat kan ik voor je betekenen?”

“Eh…ik wil graag weten wanneer ik de prins op het witte paard tegenkom.”

“Dan ga ik eens even wat kaarten leggen Marieke. Eens even kijken; ik heb de klaver negen, de harten boer en de ruiten zes”

“Ik pas.”

“Sorry?”

“Grapje.”

“Prima. Zeg Marieke. Heb jij wel eens last van je hoofd?”

“Niet echt eigenlijk.”

“En dan de harten boer. Ja, ja…is er iemand in de familie die last heeft van zijn hart?’

“Nou, niet dat ik…”

“…iemand die al overleden is misschien?”

“Nou, eens even kijken; ja, oom Harold. Oom Harold had wel eens steken op de borst. En nu je het zegt; ik eigenlijk ook wel eens.”

“Ja, zie je ik krijg inderdaad iets door. Ik krijg door van je oom Harold dat je wat rustiger aan moet doen. Je maakt je veel te druk op je werk.”

“Niet echt. Ik zit nog op school. Ik ben zestien.”

“Precies. Dat is het. Wordt je veel gepest op school?”

“Nou eh…”

“Moment Marieke. Ik krijg weer iets door… Oh, het is de eindregisseur. We hebben nog twee minuten. Goed, dus je wordt veel gepest op school. Is het soms een jongen die je leuk vindt?’

“Die me pest?”

“Ja, zie je het is een jongen. Iets met een M en een E?”

“Mark misschien. Mark vind ik wel leuk inderdaad.”

“Mark…Mark…Mark… Die krijg ik niet door Marjan.”

“Marieke!”

“Het is een meisje? Daar staat de ruiten zes dus voor; verborgen lesbische gevoelens. Wacht ik leg er nog een kaart bij. De schoppen Aas. Juist, ben je allergisch voor vis?”

“Ik vind het niet zo lekker inderdaad.”

“En pindakaas. Je oom Harold houdt niet van pindakaas laat hij weten.”

“Nou pindakaas eet ik wel graag.”

“Maar pinda’s in de dop toch niet?”

“Iets minder.”

“Zeg, wat was je vraag ook alweer?”

“Wanneer ik de prins op het witte paard tegenkom?”

“Eens wat kaarten leggen hoor. De harten twee, klaver heer, ruiten zeven en…hé weer een ruiten zeven. Wat wil dat toch zeggen. Pompompompom…”

“Dat u een dubbel spel kaarten heeft?”

“Momentje hoor. Harten twee staat voor twee harten. De heer voor macht, maar klaver heer voor een Ierse ridder. Harten boer is troef. Klaver negen is de nel. Ruiten zes, ruiten zeven is net geen rivier. Een stroompje slechts… Maar zeg, ik krijg net door dat de tijd er op zit. Als je nog meer wilt weten kun je nog eens terugbellen. Heb je wat gehad aan deze reading.”

“Ja, best wel.”

“Fijn, nou bedankt en een fijne dag nog verder Marjan.”