Wéér racisme: 'Campagne moet een vervolg krijgen'

Komt er snel nog een actie ná de regenboogband?/ANP

Foto van 'Kasper Hermans'

16 OKT 2017

Er wordt te weinig gedaan tegen racisme in het voetbal. Losse campagnes, zoals ’Geef racisme de rode kaart’ en het dragen van een regenboogband, zijn weliswaar goedbedoeld maar hebben amper effect. Dat zegt de Belgische oud-voetballer Paul Beloy, die het boek Vuile Zwarte schreef over racisme op het voetbalveld. „Een jaar lang hebben we elk incident dat in de media gemeld werd nagebeld om te kijken: wat heeft de bond er aan gedaan?” Het resultaat was vaak teleurstellend.

Dit weekend ging het in Nederland weer eens goed mis. Na VVV-Venlo - PSV (2-5) kregen verschillende donkergekleurde PSV’ers racistische leuzen zoals ’kankerneger’ en oerwoudgeluiden te horen. „Schandalig. Deze mensen moet je uit het stadion verbannen”, stelt Danny Hesp, voorzitter van VVCS (vakbond voor contractspelers). „Wij doen nu in principe niets. Het is eerst afwachten wat VVV precies doet en wat de getroffen spelers en PSV willen.”

Geel meldpunt

De KNVB heeft respect hoog in het vaandel staan. Dit weekend speelden de aanvoerders nog met regenboogbanden om 'een coming out' toe te juichen. Daarbij noemde de bond ook andere zaken zoals racisme. Maar opvallend is dat als je gaat zoeken op de website van de KNVB er niet direct een duidelijk meldpunt is voor discriminatie en racisme. Algemene klachten - zoals partijdige scheidsrechters - kun je er wel kwijt en sinds de onthullingen bij PSV en Vitesse afgelopen mei is er een meldpunt voor seksueel misbruik. Wel promoot de bond haar actie 'Zet een streep door discriminatie', maar wie op het veld gediscrimineerd wordt, kan niet direct bij de bond terecht.

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow

In Groot-Brittannië bestaat daarentegen al 24 jaar Kick It Out, dat opgericht is om racisme uit het voetbal te bannen. De organisatie boekt goede resultaten, ook met het in kaart brengen van het probleem. Zo kwamen er afgelopen seizoen meer meldingen dan ooit over racisme, seksisme en andere vormen van (verbaal) geweld binnen (bij de profs en de amateurs), hetgeen mede te danken was aan de app die Kick It Out in het leven bracht.

FARE Network

Internationaal is er de overkoepelende instantie FARE (Football Against Racism in Europe) Network. Hoewel de site niet heel duidelijk aangeeft welke organisaties er aangesloten zijn bij FARE, valt het op dat de pagina 'About FARE' in maar liefst veertien talen te lezen is. Maar Nederlands staat er niet tussen. Wel tekende de KNVB afgelopen seizoen het European Diversity Statement in bijzijn van FARE.

Ook zullen weinig Nederlanders er weet van hebben dat FARE momenteel bezig is met haar Football People Action Weeks (5 tot en met 19 oktober). In Nederland zijn er daar twee activiteiten aan gekoppeld. Eén georganiseerd door het dameszaalvoetbalelftal van Zwaluwen Utrecht (zij focusten zich afgelopen donderdag met een oefenwedstrijd tegen het dovenelftal op meer kansen voor gehandicapten in de sport) en een initiatief van Feyenoord, de Anne Frank Stichting en Big Ideas Company. Zij houden eind deze week in de Kuip een conferentie voor journalisten en leraren, waarin wordt uitgelegd hoe voetbal kan helpen een sociaal isolement tegen te gaan. Organisaties zoals de KNVB, maar ook het NOC*NSF ontbreken en (buiten de Anne Frank Stichting) houden ook de Nederlandse instanties die zich inzetten tegen racismebestrijding zich opvallend afzijdig.

Dat staat in schril contrast met Macedonië, waar er gedurende deze weken niet minder dan 16 activiteiten zijn. Een daarvan heeft als slogan 'Let’s Be Friends Through Football'. Hierin worden coaches en trainers van Roma's, Albanezen, Macedoniërs en Turken aangemoedigd om met elkaar de dialoog aan te gaan. Er zijn workshops over teambuilding, waarbij het ook gaat over vooroordelen en stereotypen. Spanje heeft 17 FARE-activiteiten, Frankrijk 10, Duitsland 12, Polen 14, Italië 19, Moldavië 9, Oekraïne 7 enzovoorts. En Nederland dus slechts twee. Overigens telt België er nul.

Geen uniek incident

Toch zijn de schermutselingen van zondagmiddag in De Koel allesbehalve uniek en kan er niet gesteld worden dat het maar zelden gebeurd. Dat bewijst het verleden wel. Eerder dit jaar werd André Onana (Ajax) op oerwoudgeluiden getrakteerd op bezoek bij Vitesse en nog geen twee jaar geleden was toenmalig Ajacied Riechedly Bazoer bijna de gehele wedstrijd lang het mikpunt van oerwoudgeluiden tijdens de uitwedstrijd bij ADO Den Haag. Een jaar eerder ging men op Facebook massaal los op een door Leroy Fer gedeelde groepsselfie.

„Toch heb ik wel het idee dat het minder aan het worden is", zegt Hesp. „Vooral de afgelopen anderhalf jaar zijn er heel veel stappen gezet, met dank onder andere aan de John Blankenstein Foundation. Maar ook clubs als ADO Den Haag, FC Groningen en Feyenoord nemen zelf goede initiatieven."

Bij de amateurs

Maar dan heb je ook nog het amateurvoetbal, waar ook genoeg aan de hand is. In de Hoofdklasse was het anderhalf jaar geleden raak tijdens Harkemase Boys - VVOG, waar de wedstrijd na oerwoudgeluiden zelfs even gestaakt werd. En zo zijn er meer gevallen.

De 25-jarige Faysal Bensiali, die in Noord-Brabant voetbalt voor Kruisland, gaf in april na een in een vechtpartij ontaarde wedstrijd aan dat 'het nog te vaak gebeurt'. „Zeker een paar keer per seizoen krijgen wij ongepaste uitspraken naar ons hoofd geslingerd. Ik zal niet alles herhalen, maar 'ga terug naar je eigen land' is een veelgehoorde uitspraak", zo zei hij tegenover BN/De Stem.

Vuile Zwarte

In plaats van goedbedoelde anti-racismecampagnes, pleit Beloy dan ook voor een structurele aanpak van discriminatie. „Je krijgt het racisme niet weg uit het voetbal als je Messi en Ronaldo laat roepen ’Say no to racism’, maar er daarna geen vervolg aan geeft.” Hesp is het hiermee eens. „Sommige initiatieven worden heel breed ingezet, dan moet je daar ook wel echt wat aan doen als het gebeurt. Zoals er nu ook gedaan is bij VVV. Maar vaak zijn zulke grote acties met spelers ook alleen maar voor hun imago.”

Say no to racism, is de meest bekende campagne uit de voetbalsport/ANP

Wat kun je dan wel doen tegen racisme op het sportveld? Beloy denkt bijvoorbeeld aan een aparte time-out. Nu blijkt namelijk dat racisme op het veld soms heel lastig te bewijzen is. „Als de scheidsrechter er geen aantekening van maakt, dan is er volgens de bond niets gebeurd.” De time-out moet dat veranderen. „De aanvoerder kan dan bij de scheidsrechter melden dat er iets gebeurd is. Iedereen op en om het veld heeft dan ook gezien dat het gemeld is. Er is dan visueel bewijs.”

Niet ons probleem

Verder is Beloy groot voorstander van een centraal meldpunt. Een landelijk telefoonnummer, waardoor snel duidelijk kan worden hoe vaak racisme of discriminatie voorkomt en in welke regio’s. Het probleem waar Beloy en zijn begin dit jaar opgerichte werkgroep in België op stuiten, is dat de Belgische voetbalbond KBVB niet echt mee wil werken. „Ze vinden het niet hun probleem, omdat er niet alleen racisme in het voetbal is, maar ook in andere sporten.”

Beloy heeft met zijn werkgroep nog een paar andere ideeën om (verbaal) geweld te temperen rondom de voetbalvelden. Zo moeten kinderen onder de tien jaar niet langer competitief tegen elkaar strijden, een al vaker gehoorde oplossing. Verder zou bij elke wedstrijd op het profniveau een vertegenwoordiger van de supportersvereniging gehuld in de kleuren van zijn club mee het veld op moeten lopen om de scheidsrechters, aanvoerders en zijn rivaliserende collega van de tegenstander de hand te schudden. „Dit kost niemand iets, maar je laat toch zien dat ook de supporters elkaar een fijne wedstrijd wensen.”


Views

94

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
‘Ik wist dat het mogelijk slecht zou kunnen aflopen’

‘Ik redde een leven met een AED'

Bernard Leenstra redde het leven van een 12-jarige jongen middels reanimatie met AED. Foto: Bernard Leenstra

Foto van 'Rosan de Vos'

21 FEB 2018

Zaterdag zou de mooiste dag van de week moeten zijn, maar voor een 12-jarige jongen kende de wekelijkse voetbalwedstrijd bijna een fatale afloop. Drie weken geleden kreeg de kleine sportieveling op het voetbalveld in Amsterdam een hartstilstand: hij zakte in elkaar. Bernard Leenstra (29) was op dat moment toevallig in de buurt en reanimeerde de jongen met een Automatische Externe Defibrillator (AED). Dat redde het leven van de tiener. „Ik was enorm gespannen”, vertelt Leenstra aan Metro.

AED-reanimatie

Een AED is een draagbaar apparaat dat bij een hartstilstand het hartritme weer kan herstellen. Dat gebeurt door het geven van een elektrische schok. Iedereen kan een AED gebruiken, het apparaat geeft namelijk gesproken instructies, zodat je precies weet wat je moet doen. „Het is ontzettend eenvoudig en je kunt het eigenlijk niet fout doen”, vertelt Belinda van der Gaag van het Rode Kruis. „Het apparaat is namelijk zo slim, het zal nooit een schok toedienen wanneer dit niet nodig is.”

Toch durft twee derde van de Nederlanders zonder kennis van reanimatie géén AED te gebruiken, blijkt uit onderzoek van Kantar Public in opdracht van zorgverzekeraar CZ en het Rode Kruis. Het Rode Kruis vindt deze cijfers zorgwekkend en roept alle Nederlanders op dit in een noodsituatie toch gewoon te doen. „Het apparaat is in bijna alle publieke gebouwen te vinden. Als je 112 belt worden er ook meerdere burgerhulpverleners opgeroepen. Sommigen krijgen de taak om te reanimeren, anderen de taak om het dichtstbijzijnde AED-apparaat ter plaatse te brengen.”

‘Ik heb meteen 112 gebeld’

Leenstra speelt bij dezelfde club als de 12-jarige jongen en moest diezelfde dag ook voetballen. „Ik liep langs toen ik het ongeval zag gebeuren”, aldus Leenstra. „Ik vroeg de toeschouwers wat er aan de hand was en ze wisten mij te vertellen dat er een jongetje in elkaar was gezakt. Al vrij snel kwam ik erachter dat er sprake was van een reanimatie. Ik heb een omstander gevraagd 112 te bellen en een AED laten komen.”

Het ballenhok op de voetbalvereniging

De desbetreffende voetbalclub was in het bezit van een AED, waardoor Leenstra de jongen kon helpen. „Het apparaat hing in het ballenhok op de voetbalvereniging, vijftig meter bij het ongeval vandaan”, vervolgt Leenstra. „Dat is natuurlijk geweldig”. Binnen één minuut werd het apparaat gebracht en kon Leenstra de reanimatie inzetten. „Kun je nagaan hoe belangrijk dat apparaat is. Ik wist dat als ik niet zou ingrijpen, het slecht zou kunnen aflopen.”

In het dagelijks leven heeft Leenstra als arts-assistent chirurgie op de spoedeisende hulp gewerkt, momenteel is hij arts-onderzoeker in afwachting tot een opleidingsplek bij de chirurgie. Dit soort situaties heeft hij dus alleen nog maar in professionele setting meegemaakt. „Op het voetbalveld is het toch even wat anders. Ik was enorm gespannen”, vertelt hij. „Maar door mijn werk ben ik redelijk in staat de rust te bewaren. Kalmte is de sleutel tot succes”.

‘Ik wist dat het mogelijk slecht zou kunnen aflopen’

Bernard Leenstra. Foto: Bernard Leenstra

Maar hoe voelt zoiets dan?

De opluchting en blijdschap raasde door het lichaam van Leenstra toen hij erachter kwam dat het jongetje weer bijkwam. „Ik was helemaal door het dolle heen.” Ook anderen toonden hun dankbaarheid tegenover Leenstra. „Ik heb ongelofelijk veel reacties gehad. Maar heel veel mensen zeggen dat je een held bent”, laat Leenstra weten. „Maar ik vind dat je pas een held bent als je je eigen leven riskeert voor dat van iemand anders”.

De kleine sportieveling heeft het gered en zijn toestand is momenteel stabiel. Volgens Leenstra is het ontzettend belangrijk dat er meer mensen een cursus gaan volgen, maar dit kan vaak een ver-van-je-bed-show zijn. „Veel mensen hebben weinig kennis van EHBO, vinden dat het een suf imago heeft of vinden het te duur.” Leenstra heeft daarom met een aantal anderen artsen Schok & Pomp opgericht: een initiatief om EHBO leuk en betaalbaar te maken. Het is namelijk van groot belang om (een beetje) kennis te hebben van EHBO: „Je kunt er simpelweg levens mee redden.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

85

Hoe is het om familie achter de tralies te hebben?

Hoe is het om familie achter de tralies te hebben?

Man kijkt uit het raam in de gevangenis. Foto: ANP

Foto van 'Sofie Smulders'

20 FEB 2018

Wat doet het met je als een familielid van je zodanig in de problemen raakt, dat hij of zij voor langere tijd achter de tralies terechtkomt? Metro sprak Terry (24), wiens vader in de gevangenis zat.

Voor Terry kwam het als een schok dat zijn vader in de gevangenis zat. „We kregen in eerste instantie te horen dat hij overleden was. Dit bleek helemaal niet waar te zijn.”

Geen slachtofferhulp

Via de media moest Terry vernemen wat er echt met zijn vader aan de hand was. Volgens hem lopen veel gezinnen aan tegen dergelijke misinformatie. Terwijl je op dat moment eigenlijk net zo goed slachtoffer bent. ‘Het Ministerie van Veiligheid en Justitie moet zorgen dat kinderen en jongeren die getuige zijn van de aanhouding van hun ouder worden aangemerkt als slachtoffer. Nu vallen zij juridisch buiten die definitie en daarmee hebben ze ook geen recht op slachtofferhulp. Maar deze kinderen maken soms wel degelijk een trauma door’, aldus een aanbeveling van de kinderombudsman naar aanleiding van gesprekken waar ook Terry bij aanwezig was.

Terry heeft lang geheim gehouden dat zijn vader in de gevangenis zat. „Ik dacht: dit mag nooit naar buiten komen, dan word ik gezien als een slecht mens. Dat geheimhouden was hartstikke lastig. Toen ik nog op school zat en doordeweeks naar de reguliere bezoekuren wilde, moest ik iedere week weer een excuus klaar hebben.”

Taboe doorbreken

Op een gegeven moment was Terry er klaar mee, hij wilde zijn geheim niet langer bij zich dragen. „Ik besloot om het er helemaal uit te gooien en erover te praten. Dat deed ik voor het eerst in een documentaire, samen met Claudia Schoemacher. Er moet een taboe doorbroken worden.” Er schort een hoop aan de zorg voor familieleden van gedetineerden, vindt Terry. „Gemeenten moeten een coördinator hebben die hulp inschakelt. Maar wat er te vaak gebeurt is dat ze niet de juiste expertise hebben. Je wordt doorverwezen, maar dat loopt vaak op niets uit.”

En dat terwijl begeleiding zo hard nodig is, vooral in het begin. „Traumatische ervaringen die voorkomen hadden kunnen worden. Ik heb dat zelf ook gehad. Ik ben een binnenvetter en wilde niet teveel emoties laten zien. Ik voelde me op sommige momenten heel eenzaam en dan nog extra op dagen als Vaderdag of met kerst.” Ook financieel waren er problemen. „Mijn vader was kostwinner en als hij er niet is, begin je dat wel te merken. Ik ben er inmiddels wel achter dat vrij veel mensen in die situatie hebben gezeten.”

Het was uiteindelijk zijn vader die hem over stichting Exodus vertelde, waar Terry jongerenambassadeur voor is. Daarnaast studeert hij aan het Conservatorium. „Die twee dingen probeer ik bij elkaar te brengen. Ik doe onderzoek naar kinderen van gedetineerden en wil met muziektherapie iets concreets vinden om hen te helpen.” Terry heeft door die zware periode een enorme vechtlust: „Als mensen zeggen: ‘dit gaat je niet lukken’, wil ik koste wat het kost het tegendeel bewijzen.”

Over Exodus:
Exodus is een forensische nazorgorganisatie. Zij bieden steun, opvang en begeleiding aan gedetineerden en ex-gedetineerden. Buiten de gevangenis begeleiden zij ex-gedetineerden in elf Exodus-huizen en ambulant. Dat doen ze met professionals, maar ook met heel veel vrijwilligers. 

Bij Exodus zijn ze ook bezig met het gezin van de gedetineerde. Ze geven ze vaderschapstrainingen, omdat het heel belangrijk is dat als vaders terugkeren naar huis, ze begrijpen wat hun kind heeft doorgemaakt. Ook leren ze hoe ze het contact kunnen herstellen.

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

200+

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
Presteren onder druk, hoe gaat dat in zijn werk?

Camera videoPresteren onder druk, hoe gaat dat in zijn werk?

Sven Kramer tijdens de 10 kilometer op de Spelen Foto: AFP

Foto van 'Sofie Smulders'

16 FEB 2018

Schaatser Sven Kramer wist donderdag de verwachtingen van de 10 kilometer op het olympisch ijs niet waar te maken. Zelf concludeert de Fries dat hij niet goed genoeg was, dat het gewoon niet gelukt is. In de studio van de NOS trokken de aanwezige oud-schaatsers donderdagavond een andere conclusie: het moet de druk zijn geweest.

Ger Post, schrijver van het boek Stalen Zenuwen – Hoe topsporters presteren onder druk, denkt dat druk een rol gespeeld kan hebben. „Hij zei vooraf dat het zijn belangrijkste race was, waarmee hij zichzelf extra druk oplegde.” De 10 kilometer van acht jaar geleden in Vancouver - die met de verkeerde wissel - is een ander voorbeeld van ‘bezwijken onder druk’. Alleen was het eerder Gerard Kemkers die toen verkrampte.

„Kemkers had te weinig tijd om na te denken. Dat is een van de oorzaken voor bezwijken onder druk, dat er te weinig tijd is om goed na te denken. Een andere oorzaak is dat je juist teveel nadenkt. Een beweging die normaal gesproken op de automatische piloot gaat, daarop grijp je in met bewuste gedachten. Maar daarmee verdwijnt de souplesse en effectiviteit uit een beweging – en vervolgens gaat de prestatie achteruit.”

Tijd, publiek, een kans

Hoe definiëren we druk? Volgens Post is dat een belangrijke vraag om te stellen. Er kunnen verschillende factoren meespelen: tijdsdruk, veel toeschouwers, het feit dat je maar een kans in de zoveel jaar krijgt. Niet alleen topsporters die op gezette tijden bijzondere prestaties moeten neerzetten ervaren druk. Ook mensen die een belangrijke speech moeten geven of een toets moeten maken, kunnen ermee te maken krijgen.

Marije Wielenga van de Online Speechacademy werd in 2017 Nederlands kampioen speechen. Pieken op het juiste moment is iets waar zij heel goed in is. Toen ze dit jaar meedeed aan het NK Pitchen, kreeg ze een blackout. Alhoewel een blackout volgens wetenschappers niet dezelfde oorzaak heeft als een verkramping, speelt druk wel degelijk een rol in dit proces.

„Ik had nooit verwacht dat het me zou overkomen. Maar toen het me gebeurde, wist ik meteen: dit is een blackout. Normaal gesproken speech ik, waarbij je wat meer tijd hebt. Nu ging ik nadenken, schoot ik in de stress en wist ik niet meer wat ik moest doen. Ik voelde me toen vooral heel kwetsbaar”, vertelt Wielenga. „Dat ik deze ervaring nu een keer heb gehad, vind ik eigenlijk wel fijn. Ik heb direct na de mislukte pitch een filmpje opgenomen waarin ik erover vertel. Ik heb dit op social media geplaatst en kreeg er veel positieve reacties op. We zijn allemaal mensen, dat is wat ik ervan heb geleerd. Het is niet zo dat mensen alleen maar van je houden als je wint.”

Wielenga bereidt zich altijd goed voor: „Ik bespreek met anderen hoe ik het aan kan pakken en probeer voor mezelf te bepalen of winst binnen mijn bereik ligt. Wat ik nu hoop, is dat ik een dezer dagen een inzicht krijg: he, hier zat het hem in.” Als het goed gaat, merkt ze dat ook meteen. „Vorig jaar tijdens het NK speechen zat ik zo lekker in het verhaal. Ik stond echt in mijn kracht.” Bij de pitch van afgelopen week gebeurde het tegenovergestelde. „Op de een of andere manier voel je je al zo als je er staat en je begint. Ik stond er, ik was zenuwachtig, het was iets nieuws. Die elementen zouden die blackout wel deels kunnen verklaren.”

Oefenen, oefenen, oefenen

Post: „Het belangrijkste punt dat ik in mijn boek maak is dat je moet oefenen met die lastige situaties. Probeer erachter te komen wat zo’n moment nu zo moeilijk maakt. Heb je dat geanalyseerd, dan kun je dat gaan trainen. Heb je een examen met beperkte tijd, zorg dan dat je een oefenexamen maakt met een stopwatch erbij. Moet je die speech houden voor een groot publiek, oefen dan eerst voor een klein groepje. Zo bereidden Barack Obama en wijlen Steve Jobs hun presentaties ook voor.”

„Tijdens de voorbereidingen willen we onszelf nog wel eens voorhouden dat het allemaal goed komt en dat we vooral aan ons zelfvertrouwen moeten werken”, gaat Post verder. „Het nadeel daarvan is echter dat je dan vooral jezelf goed denkt – en dit niet test. Wil je beter worden en goed presteren, dan zorg je dat je al eens in die situatie geweest bent.” Dat wordt in het geval van topsporters nog vaak vergeten, vindt Post. Zeker als het goed gaat.

„Dan gaat het over Sven en wordt zijn karakter of flow als oorzaak aangedragen voor zijn geweldige prestatie onder druk. Al die keren dat hij tijdens zijn trainingen en wedstrijden onder druk stond worden vergeten. Je ziet alleen het moment van presteren. Als je ziet hoe Obama vol vertrouwen een speech geeft, denk je misschien: ‘als ik net zoveel zelfvertrouwen zou hebben, dan gaat die speech ook zo goed’. Maar dan mis je dus die belangrijke voorbereiding.”


Views

65

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Susanne Boon en haar dochter Madelief. (Eigen foto).

Foto van 'Amarins de Boer'

15 FEB 2018

De wereld van Mark en Susanne Boon, ouders van vijf kinderen, stortte in toen hun tweejarige dochter de diagnose neuroblastoom kreeg. Een zeldzame vorm van kwaadaardige kinderkanker, waarbij de overlevingskans twintig procent is. „Twee jaar lang dachten we dat we een gezond vijfde kindje hadden gekregen, totdat we ineens hoorden dat het niet zo was.”

Madelief is net twee jaar als ze mank begint te lopen. Susanne typt de woorden ‘tweejarig kind loopt mank’ in op Google en komt al snel uit bij woorden als ‘neuroblastoom’, ‘weinig overlevingskans’ en ‘overleden op’. Ze belt meteen de huisarts, die haar doorstuurt naar het ziekenhuis. ‘Het is een griepje, dat moet ze uitzingen’, zeiden ze daar.

Geen griep

„Even later wist ik het zeker: dit is geen griep”, zegt Susanne, die inmiddels ook blauwe vlekken op het gezicht van haar dochtertje had gezien. „We gaan opnieuw naar het ziekenhuis. De ontstekingswaarde in het bloed van Madelief blijkt zo hoog, dat ze meteen wordt opgenomen. Toen we vervolgens hoorden dat Madelief de diagnose neuroblastoom kreeg, ging het allemaal heel snel.”

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Madelief. (Eigen foto)

Er sterven steeds minder kinderen aan kanker, blijkt donderdag uit cijfers van het CBS. Begin jaren zeventig stierven nog 200 kinderen onder de vijftien aan kanker, in 2016 waren dat er 61.

Dat komt doordat de zorg voor kinderen met kanker de afgelopen 45 jaar veel beter is geworden, zegt Wim Tissing, kinderoncoloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen. „We doen veel onderzoek en werken zowel nationaal als internationaal veel samen. Dat resulteert in betere chirurgie, radiotherapie, chemotherapie en betere ondersteunende behandelingen.”

Maar we zijn nog niet tevreden, gaat Tissing verder. „Het moet allemaal nog beter. Op dit moment geneest gemiddeld genomen zo’n tachtig procent van de kinderen met kanker en we zijn pas tevreden als honderd procent geneest.”

„Om een volgende stap te maken, moeten we zorg met kanker concentreren”, zegt Tissing. „Per juni gaat de nieuwbouw van het Prinses Máxima Centrum in Utrecht open. Vanaf dan zullen alle kinderen met kanker in Utrecht behandeld worden.”

Amerika

Voor Madelief volgde een lang traject met chemo, bestralingen en een speciale behandeling van een half jaar in Amerika. „Veel mensen vroegen zich af waarom we met z’n allen naar Amerika gingen, maar voor ons was dat heel logisch. De kans dat het niet goed zou gaan was heel groot.”

Vechten tegen kinderkanker: 'Onze wereld stortte in'

Madelief is nog steeds schoon, aldus Susanne Boon.

Inmiddels is Madelief vijf jaar. „Het gaat het goed met haar”, vertelt Susanne. „We genieten enorm van onze dochter. Gister bracht ik haar voor het eerst naar dansles. Iedere ouder ging tussendoor even snel boodschappen doen, maar ik bleef en moest huilen. Huilen van geluk, omdat ons meisje nu gezond is.”

Toch blijft de angst groot. „De overlevingskans is nu vijftig procent. Je staat daarom constant paraat. Laatst klaagde ze over een zeer beentje. Dan denk ik meteen: het zal toch niet?”

Onbegrepen

Wat Susanne lastig vindt, is dat mensen het idee hebben dat alles klaar is wanneer de kanker weg is. „Iedere drie maanden wordt ze opnieuw onderzocht in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. Elke drie maanden krijgen wij te horen of ons kind blijft leven of niet.”

Mensen willen vaak het positieve horen, valt haar op. „Ze zeggen dan: ‘Alles gaat goed, hè? Ja dat dacht ik al!’. Dan voel ik me weleens onbegrepen. Het kan namelijk ook opeens niet goed gaan. Dan raken we haar alsnog kwijt.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

100+

Getroffen door phishing: 'Opeens is 9.750 euro weg'

Colourbox

Foto van 'Merel Driessen'

7 FEB 2018

Je spaargeld als sneeuw voor de zon zien verdampen, het overkwam Simon Lamers. Hij werd afgelopen september het slachtoffer van een goed opgezette phishingmail en verloor daardoor bijna 10.000 euro.

Vlak voordat hij op vakantie gaat, wordt hij benaderd door zijn bank. Althans, daar lijkt het op. „Ik kreeg een mail van ABN Amro en die zag er professioneel uit, er stonden geen taalfouten in”, vertelt Lamers in gesprek met Metro. Bovendien was de afzender onderaan iemand die ook daadwerkelijk bij ABN Amro werkt."

Wat is je pincode?

„Uiteindelijk heb ik op een zondagavond de mail beantwoord. Er stonden allemaal vragen in en dus ook wat mijn pincode was." Lamers vult het netjes in, maar dan gaat het toch knagen. „Is het wel slim van me geweest om dat in te vullen?"

Lamers gaat uiteindelijk op vakantie en kijkt er niet meer naar om. „Maar ik maak mij nooit zorgen over mijn geld en hoef ook niet elke dag mijn saldo te checken." Als hij dat bij thuiskomst wel doet, krijgt hij de schok van zijn leven. „Er waren allemaal bedragen van 500 tot 800 euro afgeschreven. Bij elkaar was de schade 9.750 euro. Bijna 10.000!"

Gelijk geblokkeerd

Direct komt hij in actie. „Ik heb gelijk mijn pinpas geblokkeerd. Een vervelende situatie, maar gelukkig hadden we een gezamenlijke rekening en werkte de pas van mijn vrouw nog gewoon wel. Vervolgens hebben we direct contact opgenomen met de bank en aangifte gedaan bij de politie. Het lukte uiteindelijk al vrij snel om de laatste afschrijvingen terug te halen."

Dat hij erin getrapt is, is niet direct iets waar hij zich voor hoeft te schamen. „De rechercheur begreep ook wel dat ik ervoor viel, want het mailtje zag er heel betrouwbaar uit. Toch snap ik niet dat ik uiteindelijk mijn pincode opgegeven heb. Het was voor mij direct een wijze les: dat je nooit 's avonds bankzaken moet doen met een wijntje op. Als je bankzaken doet, moet je scherp zijn."

Dader gevonden

Inmiddels heeft Lamers al zijn centen weer op zijn eigen bankrekening staan. „Ze hebben de dader gevonden. ABN Amro heeft mij sowieso heel goed begeleid tijdens het hele proces, terwijl dit toch iets is dat ik zélf fout heb gedaan. De bank gaf net als de rechercheur toe dat het mailtje heel misleidend was en zei dat dit bij iedere bank gebeurt. Al heb ik van de Rabobank nog nooit zo'n mailtje gehad."

Hoewel het dus goed afgelopen is, zat de schrik er afgelopen herfst wel even goed in bij Lamers en zijn vrouw. „We hebben er wel een paar nachten van wakker gelegen. Het voelde een beetje alsof ze bij ons hadden ingebroken. Je bent zo machteloos."

Tips om phishing te voorkomen

Ze zijn al vaker uitgelicht, maar het is zoiets dat je niet vaak genoeg kan benadrukken.

1. Check het e-mailadres

Phishers kunnen alles kopiëren, maar ze komen niet zomaar aan een e-mailadres van bijvoorbeeld ING (@ing.nl) of ABN Amro (@nl.abnamro.com).

2. Is het dringend?

Als het een mail van phishers betreft, proberen ze je met hun zinnen vaak het gevoel te geven dat er haast geboden is. Dit zodat jij als ontvanger door de tijdsdruk vergeet te controleren of het wel een echte mail is.

3. Stuur nooit je pincode

Banken zullen nooit, maar dan ook nooit, per e-mail of sms vragen om je pincode.

4. Kijk uit met links en bijlagen

Je pincode geven is niet de enige manier waarop je opgelicht kan worden. In veel phishingmails staan links of bijlagen die je kan openen. Via een link kan je bijvoorbeeld naar een site gelokt worden, die heel erg lijkt op die van je bank. Als je daar dan probeert in te loggen, kunnen zij je gegevens aflezen. Ook kunnen links en bijlagen gebruikt worden om je computer of telefoon te hacken en je gegevens te achterhalen, als je daarop klikt. Probeer daarom altijd de url van je link te lezen voor je deze überhaupt opent. Download verder nooit dergelijke bijlagen.

Door: Merel Driessen en Kasper Hermans

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

200+

Lees verder na deze advertentieAdd Arrow
Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Is aan één stuk door slapen nog wel van deze tijd?

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema, maar is dit wel een goed idee? Foto: Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

6 FEB 2018

Er zijn mensen die zweren bij een polyfasisch slaapschema. Hierbij wordt je slaapritme opgeknipt in meerdere kleine stukjes, verdeeld over 24 uur. Je voelt je fitter en energieker en houdt in een dag meer uren over dan wanneer je ‘gewoon’ acht uur slaapt in de nacht. Zelfs bij grote techbedrijven als Google en Apple zou een slaappatroon als dit heel normaal zijn. Bij deze bedrijven zijn zelfs slaapzalen waar werknemers overdag korte dutjes kunnen doen. Maar in hoeverre is polyfasisch slapen een goed idee?

Zelf de gok wagen

Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie van de 24-uurs ritmiek en slaap aan de Universiteit van Amsterdam, raadt het af. „Mensen die bijvoorbeeld werken in de IT-sector zouden dit qua werk kunnen uitproberen, maar je zult jezelf tegenkomen.” De reden hiervan is dat je misschien minder slaapt, maar alles eromheen wel meer tijd kost. Kerkhof heeft een tijd mensen gevolgd die voor een experiment hun slaappatroon drastisch omgooiden.

„Zo moet je je kleren uittrekken als je gaat slapen, je tanden poetsen als je wakker wordt, een washandje over je hoofd halen om je op te frissen, bovendien kan je nog een beetje slaapdronken zijn. Al met al kost dat verrekte veel tijd, en in de praktijk betekent het dat je kunt fluiten naar je tijdwinst. Er zijn zoveel randverschijnselen die een rol spelen en er zijn mensen die dat gemakshalve vergeten.”

Maar hoe zit dat dan precies, polyfasisch slapen?

„Er zijn wat slaap betreft drie situaties”, zegt Kerkhof. „Je hebt een normale slaaprust, waarbij je ’s nachts slaapt en ’s morgens gewoon weer uitgerust wakker wordt. Het kan ook voorkomen, situatie twee, dat je ’s middags nog een powernap moet doen wanneer je ’s nachts niet genoeg geslapen hebt: je geeft dan toe aan de slaapdruk die zich opgebouwd heeft. In de derde situatie praten we over polyfasische slaap: in dit geval verdeel je dus je slaap in stukjes, verspreid over 24 uur.”

„Neem als voorbeeld een solo-zeiler. De meest ervaren oceaanrijders maken onder invloed van slaaptekort fouten die een beginnend zeiler nog niet eens zou maken. Ze moeten slapen als ze willen winnen. Maar acht uur op één oor liggen? Dat kan niet. Ze slapen daarom polyfasisch: in korte periodes. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld steeds een half uur slapen en dan weer iets aan de koers van de boot moeten doen. Maar dit is allesbehalve een ideale slaap, want er is géén duidelijk slaappatroon.”

En laat een redelijk en duidelijk slaappatroon nou net belangrijk zijn. „Als je een hele nacht slaapt, heb je verschillende soorten slaap: een lichte slaap, een diepe slaap en een droomslaap. Ze wisselen elkaar in een kenmerkend patroon af. En als je daar dan mee gaat rommelen, bijvoorbeeld door polyfasisch te slapen of overdag te slapen als je ’s nachts een festival hebt, resulteert dit vaak in een slechtere slaapkwaliteit. Veel mensen denken dat ze overdag op dezelfde manier kunnen slapen als wanneer ze ’s nachts naar bed zouden gaan, maar de structuur is behoorlijk anders. Je biologische klok raakt totáál in de war.”

Lekker slapen en middagdutjes doen?

Volgens Kerkhof heb je een ontzettend sterke discipline nodig om polyfasisch te slapen. Bovendien is het lastig te combineren met een sociaal leven. Misschien toch beter om gewoon ’s nachts je ogen te sluiten. En ’s middags toch een dutje doen? Dat is toch alleen maar lekker. Kerkhof: „Dan ben je even weg van de wereld en neem je wat afstand. Misschien kun je een probleem dat in je hoofd speelt van een andere kant bekijken. Als mensen dat willen, ben ik helemaal voor.”

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

33

Wanneer ben je verslaafd aan social media?

Wanneer ben je verslaafd aan social media?

Gebruik jij deze apps ook wat te vaak? / Pexels

Foto van 'Imre Himmelbauer'

5 FEB 2018

Er moet een erkende behandeling komen voor sociale media-verslaving. Daarvoor pleiten experts vandaag. Verslaving aan Instagram, Facebook, WhatsApp en gelijksoortige media hebben tegenwoordig nog niet hun eigen behandeling en dat is volgens kenners een ernstige zaak.

„Een minderheid van de mensen verliest zich in sociale media”, zegt Gert-Jan Meerkerk van onderzoeksbureau IVO tegen het AD. „Dat is net als met gokken. Maar er zijn mensen die problemen ervaren, dus het zou onwenselijk zijn als die naar huis worden gestuurd.”

Onduidelijke normen

De normen voor wat een verslaafde is, zijn bij social media echter nog altijd onduidelijk. Dat komt doordat het een relatief nieuwe verslaving is: Facebook werd bijvoorbeeld pas in 2004 opgericht.

Toch zijn er volgens Dick Trubendorffer van kliniek Trubendorffer wel manieren om een dergelijke verslaving te herkennen. Volgens hem zijn er namelijk een aantal algemene kenmerken die ook een social media-verslaving kunnen herkennen.

Licht, matig, ernstig

„Deze kenmerken zijn eigenlijk voor ‘normale’ verslavingen als alcohol of gokken, maar zijn ook onverminderd van toepassing op andere obsessief-dwangmatige patronen. Als je bijvoorbeeld vaker en langer bezig bent met social media en al een paar keer zonder succes hebt proberen te stoppen, duidt dat op een verslaving.” De volledige lijst van kenmerken staat onderaan het artikel.

In totaal zijn het tien kenmerken. Trubendorffer: „Als je twee of drie van de verschijnselen vertoont, dan spreken we van een licht probleem. Bij vier tot vijf is er sprake van een matig probleem en bij zes of meer hebben we te maken met een ernstig probleem.”

Groot probleem

Er wordt nog geen erkenning aan de verslaving gegeven middels bijvoorbeeld een vermelding in de DSM, de diagnosehandleiding voor psychologen. Dat is als je naar de cijfers kijkt raar, want social media-verslaving lijkt een groot probleem. Trubendorffer vertelt: „Er is een onderzoek geweest onder Amerikaanse jongeren. Daaruit blijkt dat de helft van de jongeren daar zich verslaafd voelt aan de smartphone, 77 procent minstens één keer per uur naar z’n telefoon kijkt en ze gemiddeld liefst vierenhalf uur per dag op hun smartphone zitten. Dat is, zelfs als je het vergelijkt met ‘verslavingen van vroeger’ als tv kijken, behoorlijk extreem.”

Ook Peggy-Sue Figueira van verslavingskliniek Peggy-Sue schrikt van de cijfers. „Dat zijn echt hele dikke cijfers als je kijkt naar hoeveel uur je vrij te besteden hebt in een dag. Je slaapt meestal acht uur per dag en werkt ook acht uur per dag. Dan houd je dus acht uur over voor vrije tijd. Daarvan gaat gewoon meer dan de helft aan social media. Dat is gewoon heel veel.”

Het probleem zal echter snel meer aandacht krijgen en grappig genoeg hebben we ook daar social media tot op zekere hoogte voor te danken. „Ik denk dat het uitwisselen van expertise tegenwoordig zo snel gaat door het internet”, aldus Trubendorffer. „We kunnen heel snel de koppen bij elkaar steken om het probleem op te lossen en heel snel de oplossing verspreiden. Social media zijn niet alleen maar slecht.”

De volledige lijst van verslavingskenmerken bij social media is als volgt:

1. Je bent vaker en langer bezig met social media dan dat je van plan was.

2. Je hebt een paar keer geprobeerd te stoppen, maar dat lukt niet.

3. Het kost je veel tijd, omdat je niet met social media kunt stoppen.

4. Je hebt als je niet bezig bent met social media een sterk verlangen om wel online te gaan.

5. Je schiet tekort op het gebied van werk, school en/of huishouden tekort, omdat je bezig bent met social media.

6. Ondanks dat het problemen met zich meebrengt op het rationele vlak, blijf je toch met het gebruik van social media doorgaan.

7. Je geeft hobby's, sociale activiteiten of werk op voor social media.

8. Je gaat door met social media, zelfs als je erdoor in gevaar komt.

9. Je gaat door met social media, ondanks dat je weet dat het lichamelijke of psychische problemen met zich mee kan brengen.

10. Je hebt steeds grotere hoeveelheden nodig om hetzelfde effect te krijgen. Bij social media kun je hierbij denken aan het vergaren van steeds sensationelere informatie of steeds verder gaan in je posts om likes te vergaren.

Foutje gezien? Mail ons, we zijn je dankbaar


Views

0