OM eist 10 jaar cel voor brandstichting in binnenstad Arnhem
Het Openbaar Ministerie heeft woensdag tien jaar cel geëist tegen Koert H. (58) uit Arnhem voor brandstichting in de binnenstad van Arnhem. Bij de enorme brand in de nacht van 5 op 6 maart vorig jaar werden tien historische panden verwoest. In de zaak van de twee medeverdachten Ricky N. (42) en Mark V. (31) vraagt de officier van justitie om vrijspraak.
Het OM verdenkt H. van het in brand steken van een container met karton achter een winkelpand in de Varkensstraat. N. en V. waren daarbij aanwezig. Zij zijn volgens het OM niet medeplichtig, omdat er geen bewijs is dat zij actieve handelingen hebben uitgevoerd. H. ontkent de brand te hebben aangestoken.
De mannen liepen om 02.55 uur door de Varkensstraat, op weg naar de nachtwinkel om sigaretten te kopen. Op camerabeelden, die in de rechtbank werden getoond, is te horen dat H. in de Varkensstraat tegen de medeverdachten zegt: „Hee, laten we dat ding in de fik steken. Vind ik leuk”. Daarop zou Ricky N. (42) hebben geantwoord: „Ja, kunnen we wel even doen, ja.” Mark V. (31), die rokend op de beelden is te zien, heeft bij de politie verklaard dat hij heeft gezien dat H. het afval in brand stak.
Voorarrest
De verdachten stonden volgens het OM, buiten beeld, bijna veertig seconden stil bij de container. Tien minuten nadat de mannen zijn weggelopen, ontwikkelde zich een enorme uitslaande brand. De vuurzee verplaatste zich na verloop van tijd razendsnel. Tientallen woningen werden net op tijd ontruimd. „Bij de brand zijn geen doden of zwaargewonden gevallen. Dat mag gerust een wonder heten”, zei de officier van justitie.
Het voorarrest van N. en V. werd in oktober opgeheven. N. woont nu in Drenthe en is tot grote ergernis van justitie niet aanwezig bij zijn eigen strafzaak in Arnhem.
Uitspraak
H. had rekening moeten houden met de desastreuze gevolgen van zijn plan om de container in brand te steken, stelt het OM. „Hij heeft de uitslaande brand wellicht niet voor ogen gehad, maar had er wel rekening mee moeten houden. Mensen lagen in hun woningen te slapen en H. had het kunnen weten”, betoogde de officier.
Dat de medeverdachten H. niet hebben belet, noemde de aanklager moreel verwerpelijk. Ze zei ook te begrijpen dat vrijspraak kan indruisen tegen het gevoel van rechtvaardigheid bij slachtoffers, die huis en haard verloren.
De rechtbank doet op 24 april uitspraak.
ANP