Iris Hermans
Iris Hermans | LinkedIn Nieuws 13 mei 2020 / 12:36 uur

Herinneringen Vuurwerkramp #2: ‘Mooie pijlen, dacht ik nog’

Twintig jaar geleden kleurde de Enschedese hemel zwart. Hoe herinneren inwoners zich die dag die de geschiedenis in zou gaan als de Vuurwerkramp?

Op de plek waar het 20 jaar geleden gebeurde, herinneren alleen nog de diepe krater in de grond en het monument aan de Vuurwerkramp, met daarin de namen van de 23 slachtoffers gegraveerd en de tekst ‘Het verdwenen huis tussen hemel en aarde’. Op de dag vóór de dertiende prijkt enkel een bosje rode rozen van de Albert Heijn ernaast, de overige twintigtal donkergroene vazen staat (nog) leeg.

Een soort krater in de grond herinnert nog aan de Vuurwerkramp
Een krater in de grond geslagen herinnert nog aan de Vuurwerkramp

‘Probleemwijk vóór de Vuurwerkramp’

Een vrouw loopt met haar rollator zwaar ademend voorbij, een jongen zit op een bankje te Facetimen. Achter hem staan goed op elkaar afgestemde huizen, liggen nette tuintjes en kun je het frisse groen in de buurt bijna ruiken. Het geheel oogt vredig en keurig en lijkt zo uit een catalogus voor modelwijken te komen, en staat in groot contrast met het Roombeek van vóór de ramp.

Vraag je Enschedeërs nu hoe zij de buurt toen zagen, dan zullen ze met weinig superlatieven antwoorden, zacht uitgedrukt. Het werd beschouwd als een achterstandswijk, of zelfs een aso-buurt of probleemwijk, „waar je het liefst met een boog omheen liep, of reed”, vertelt de rollatorvrouw, die zich 20 jaar geleden het liefste hard in haar auto voortbewoog. „Nu is het een prachtige buurt die in niets meer op de oude lijkt. Het is het beste wat Enschede is overkomen, afgezien van alle doden natuurlijk, maar schrijf dit maar niet op, hoor.” Ze rolt buiten adem weer verder.

Op de tennisbaan

Winkelcentrum
Het winkelcentrum met het Roombeekje dat nu bovengronds stroomt

Een verzorgd en ruim opgezet winkelcentrum ligt nu in het midden van de wijk, met wapperende Jumbo-vlaggen op het Brouwerijplein, waar het altijd lijkt te waaien en waar negen van de tien keer je fiets omvalt als je hem hebt neergezet. Bij de bakker wacht een klant op anderhalve meter totdat ze haar bestelde broodjes kan ophalen, achter de vitrine vol aardbeigebakjes en hoorntjes met room knikt de medewerkster op de vraag of zij nog weet wat ze deed op die 13e mei. „Ja natúúrlijk weet ik dat nog. Ik had een dag vrij en stond op de tennisbaan in Weerselo.” Ze zag de rook, „Het eerste wat ik dacht was: er is een vliegtuig neergestort! We hebben de set niet meer uitgespeeld.” Voor de broodjesklant was het net haar eerste dag in de kledingzaak in het centrum waar ze als bijbaantje werkte. „Ik zat boven in de zaak naar alle rook buiten te kijken en was helemaal alleen. Al m’n collega’s waren al weggevlucht, ze hadden niet door dat ik er nog was!”

Slimme tandartsenlist

Dat vier seconden een verschil tussen leven of dood kunnen betekenen, weten Alda (toen 65) en Piet (toen 62) Okhuizen sinds die dertiende mei van het millenniumjaar. Ze wonen nog altijd aan de Singel, vlak achter het Roombeek, in een ruim alleenstaand huis, met de tandartspraktijk eraan vast. Alda keek die zaterdag rond een uur of drie naar buiten, waar de lucht een palet vol schitterende kleuren bood. „Wat mooi, dacht ik eerst nog, al die vuurpijlen in de lucht.” Maar ook wel wat gek, zo overdag. Dus ze belde de politie die haar vertelde dat de brandweer al op weg was. „Daarna ben ik boodschappen gaan doen.”

Piet Okhuizen voor z'n schuifpui
Tandarts in ruste maar nog altijd energieke Piet Okhuizen voor z’n schuifpui

Piet, nu tandarts in ruste, kwam even daarna thuis en ging voor de schuifpui in de woonkamer staan om naar het vuurwerk buiten te kijken. Na een paar minuten „had hij het wel gezien” en draaide hij zich om naar de woonkamer. Vier seconden later kwam de eerste explosie. „Je weet niet wat er gebeurt”, ziet Piet het nog altijd zeer levendig voor zich. Hij gaat voor de schuifpui van nu staan en beeldt met energieke handgebaren uit hoe het ging. „Het hele huis trilde op z’n grondvesten en die hele pui werd er door die gigantische druk in een keer uitgerukt.” Als hij daar nog zou hebben staan kijken, was hij nu „hartstikke dood geweest”, beaamt hij, maar als een ware (import-)Tukker, blijft hij er nuchter onder. „Áls inderdaad, want ik stond daar niet meer.”

Vuurwerkramp aan de Singel

En toen kwam de tweede knal. Het water gutste uit het plafond en hij rende naar boven om de hoofdkraan dicht te draaien. De telefoon rinkelde. Het was zijn vrouw vanuit de stad, ze was meteen de banketbakker in gerend. „Jullie gaan nú dit nummer bellen, riep ik uit.” De stad kleurde steeds zwarter, terwijl Alda, toen nog goed ter been, naar huis snelde en daar haar Piet in de armen viel. Vlak daarna kwam de politie aan de deur, iedereen moest worden geëvacueerd en snel ook.

De hele wijk Roombeek werd weggevaagd
Bijna niets stond meer overeind na de twee explosies op 13 mei 2000. | ANP Koen Suyk

Jongensachtige grijns

Die eerste week logeerden ze bij hun dochter. Politie te paard surveilleerde door hun straat en agenten liepen dag en nacht met honden rond, onder meer om plunderaars af te schrikken. Maar ook de bewoners zelf mochten hun huis niet meer in, en dat terwijl de explosie een groot gat in het plafond van het echtpaar Okhuizen had geslagen en er een flinke regenbui voorspeld was. Dus Piet, toen nog werkzaam als tandarts, bedacht een list, zo vertelt hij 20 jaar na dato met zijn jongensachtige grijns.

Hij vertelde de agenten dat hij gebeld was door het Rampen Identificatie Team dat zijn patiëntgegevens uit de praktijk nodig had. Hij mocht toen héél even in z’n huis, maar wel vergezeld door een agent. Intussen had de slimme tandarts snel zijn aannemer gebeld, die naar binnen glipte en richting dak vertrok toen Piet met de agent in z’n praktijk stond. „We hadden afgesproken dat hij vanaf buiten zou zwaaien als hij het gat goed zou hebben afgedekt.” Dus terwijl de aannemer waarschijnlijk het snelste gat van z’n leven dichtte, was Piet op de plek waar hij normaal gesproken hele andere gaatjes dichtte, zogenaamd op zoek naar gegevens. „Die ik natuurlijk niet zo snel vinden kon… De agent zal wel gedacht hebben: wat doét die slome allemaal!” Na een tijdje zag hij het verlossende handgebaar van z’n aannemer door het raam, of wat er nog van over was, en liet hij de agent weten „alles te hebben, zullen we weer gaan?”

Huizen aan de Enschedese Singel anno 2020
In het midden het huis van Alda en Piet Okhuizen dat er nu weer pico bello uitziet

Saamhorigheid na de ramp

Pas acht maanden later konden ze weer in hun huis. De impact was er toen wel, herinnert Alda zich nog. Zo kwamen tot een paar jaar na de ramp bewoners van de Singel veel bij elkaar over de vloer. „Er was vaak ergens een open huis, waar iedereen wat meebracht voor bij de koffie. Er was voor even veel meer saamhorigheid op de Singel, maar na verloop van tijd verslapte dat. Het leven ging gewoon weer door. Ook dat van ons, al moest onze echte rampspoed toen nog beginnen.”

Elke ramp laat scheuren achter, maar die zijn vaak wel te herstellen met wat stevige lijm, grondverf en vakmanschap. De scheuren na het overlijden van hun dochter bleken onherstelbaar, merken ze nog elke dag. „Dat blijft de grootste ramp van ons leven.”

Lees ook Herinneringen Vuurwerkramp #1: ‘Het leek een oorlogsgebied’

Over de Vuurwerkramp

Waar veel Amerikanen op leeftijd nog precies weten waar ze waren en wat ze deden toen hun JFK in Dallas werd doodgeschoten, weten de meeste Enschedeërs ook nog precies waar zíj waren op die bloedhete dag in mei, de zaterdag voor Moederdag. In de wijk Roombeek ging eerst een grote lading vuurwerk de lucht in, waarna de eerste explosie klonk om vier over half vier, gevolgd door die tweede knal. Het hele Roombeek was in een klap van de kaart geveegd, ook omliggende buurten werden flink geraakt. Tijdens de Vuurwerkramp, waarbij een opslagruimte met vuurwerk van het bedrijf S.E. Fireworks vlam vatte en ontplofte, vielen 23 doden, onder wie vier brandweermannen, ongeveer 950 mensen raakten gewond en 200 woningen werden verwoest. Het onderzoek naar de ramp is het grootste recherche-onderzoek uit de Nederlandse politiegeschiedenis, maar de oorzaak van de brand die de ramp in gang zette, hebben ze nooit kunnen achterhalen.

 

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Herinneringen Vuurwerkramp #2: ‘Mooie pijlen, dacht ik nog’
Sluiten