Iris Hermans
Iris Hermans | LinkedIn Nieuws 13 mrt 2020 / 11:21 uur

Grote horecazorgen: ‘Niet de vraag óf maar hoeveel faillissementen’

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) maakt zich ernstig zorgen over de financiële gevolgen van de coronacrisis, de verwachting is dat het omzetverlies zal toenemen naar 700 miljoen euro per maand. Voorzitter Robèr Willemsen ligt er wakker van. „Ik hoorde een collega het een combinatie van SARS en 9/11 noemen. Het is een angstige tijd.”

De ontbijtzaal is nagenoeg leeg in het Novotel Amsterdam City. Een paar Fransen vertellen hun kamernummer tegen de ontbijtdame, ze kunnen overal gaan zitten. „We merken echt een flinke onderbezetting nu.” Toch verdwijnt de glimlach niet van haar gezicht, „laten we maar wel een beetje positief blijven met z’n allen.” De jonge conciërge staat iets verderop ietwat verloren achter z’n desk. „Ik heb niets te doen nu, bijna alle bedden zijn leeg.”

Bedompte sfeer

In de zaal rechts van hem begint zo de persconferentie van KHN, waar voorzitter Robèr Willemsen en algemeen directeur Dirk Beljaarts de pers op de hoogte stellen van de corona-impact. Journalisten pakken een vers croissantje en schenken koffie of thee in. Iemand hoest en verontschuldigt zich meteen. „Ik verslikte me, ik heb het niet, hoor.” De sfeer is bedompt.

„We maken ons ernstige zorgen over de economische impact van het coronavirus op de horecabranche, de ondernemers zien nu al grote financiële gevolgen.” BAM. Er worden hier geen verzachtende doekjes om gewonden.

Tot donderdag was het aantal annuleringen al gestegen met 48 procent en het aantal nieuwe reserveringen blijft steken, op nul. „Dat zal vanaf nu niet beter worden.” Een understatement. Gemiddeld ervaren horecaondernemers 33 procent omzetverlies (zo’n 630 miljoen euro) door de adviezen en maatregelen vanuit de overheid. „Het verlies zal toenemen naar 700 miljoen per maand, als de rest van het land de patronen volgt van Brabant en Amsterdam, waar nu de hardste klappen al vallen.”

Het is niet de vraag óf, maar hoeveel faillissementen er komen, voorspelt Willemsen. „Er is weinig vet op de botten, op korte termijn is hulp nodig. Afgelopen jaren is de gemiddelde omzet dan wel gestegen, maar die marges zijn heel erg ingedikt. Plat gezegd hebben ondernemers gemiddeld vier tot zes weken de financiële ruimte om de crisis zelf op te lossen, daarna gaat er een hoos aan faillissementen komen. En die vier tot zes weken zijn al ingegaan.”

De tafels blijven leeg / GettyImages

Eigen steunfonds

De negatieve gevolgen zullen niet alleen op de korte, maar ook op de lange termijn merkbaar zijn, vervolgt Beljaarts. „Vooral ook door de aankondigingen vanuit de Verenigde Staten en Den Haag. We roepen het kabinet op om haast te maken met een actieplan om ondernemers te ondersteunen.”

Maar afwachten zit niet in hun horeca-aard en KHN heeft door het uitblijven „van adequate maatregelen vanuit de overheid” het initiatief genomen om met partijen en leveranciers uit de markt een steunfonds op te richten. „De eerste signalen zijn positief, maar we kunnen nog niet zeggen of het met dit steunfonds om één of vijftig miljoen euro gaat. Hopelijk kan dit fonds straks gebruikt worden om getroffen ondernemers te helpen met overbruggingskredieten, we blijven hierover in gesprek om tot passende maatregelen voor de horeca te komen.”

Slapeloze nachten

KHN-voorzitter Robèr Willemsen heeft een aantal slapeloze nachten achter de rug, verklapt hij na afloop van de persconferentie. Op zijn voorhoofd glinsteren zweetpareltjes. „Ik word dagelijks geconfronteerd met de meest schrijnende verhalen van ondernemers. De bedden en tafels blijven leeg, dat is onomkeerbare schade. Ik zie het ook in mijn eigen vier horecazaken.”

Toen de eerste coronabesmetting in Italië bekend werd, kreeg hij een appje van een collega uit het landelijk bestuur. „Dit wordt rampspoed.” Toch dacht de positief ingestelde Willemsen, bij wie het glas altijd halfvol, of het liefst vol, is, nog: dit gaat ons niet gebeuren. „De afgelopen twee weken is dat beeld drastisch veranderd.”

Niemand heeft ooit eerder zoiets meegemaakt, „Je kunt het nergens mee vergelijken. Niet met een strenge winter of extreem hete zomer. De naweeën daarvan zijn maximaal twee weken te merken en dan trekt het wel weer aan. Ik hoorde een collega het een combinatie van SARS en 9/11 noemen, maar ik weet het niet. Het is een angstige tijd.”

Saamhorigheid

Iets positiefs aan deze hele corona-tijd kan hij niet bedenken, toch siert een glimlach even zijn gezicht. „Ik ben blij verrast door de saamhorigheid die nu ontstaat. Brouwers en leveranciers die coulant omgaan met betalingen, ondernemers die elkaar appen met de vraag of ze kunnen helpen. We moeten dit met z’n allen sjaffen. Misschien is dat wel die Hollandse nuchterheid, dat we met elkaar de pijn willen verzachten.”

Hij hoopt met heel zijn grote horecahart dat mensen uit eten, drinken en logeren blijven gaan. Zelf zit hij vrijdagavond in elk geval aan de bar van zijn Melief Bender, het oudste café van Rotterdam. „Met een grote vaas Heineken. Ik wil heel graag benadrukken dat mensen hun vertrouwde horeca kunnen blijven bezoeken.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Grote horecazorgen: ‘Niet de vraag óf maar hoeveel faillissementen’
Sluiten