Femke van Rooijen
Femke van Rooijen Nieuws 18 jan 2019
Leestijd: 3 minuten

Vmbo- en mbo-school in 1: ‘We wisselen docenten uit’

Vmbo-leerlingen kunnen vanaf 2020 makkelijker doorstromen naar het mbo. Een nieuw wetsvoorstel van Minister van Engelshoven en minister Slob moet ervoor zorgen dat leerlingen op het vmbo al een begin kunnen maken met een vervolgopleiding. Niet voor alle scholen is dit nieuw. Sommige experimenteren al langer met een programma voor een soepele doorstroom of bevinden zich zelfs in hetzelfde gebouw.

Nu krijgen vmbo-leerlingen tot het behalen van een diploma les op de middelbare school. Wanneer ze hun diploma binnen hebben, kiezen ze een mbo-opleiding uit en volgen deze bij een mbo-instelling. Vanaf 2020 kunnen middelbare scholen de leerlingen dus al voor het behalen van een vmbo-diploma klaarstomen voor het mbo.

Een belangrijke ontwikkeling, vindt Ingrid Klink. Ze is afdelingsleider van het vmbo op het Almere College in Dronten en reageert enthousiast op het nieuws. „Het is belangrijk om de overgang zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. Leerlingen kunnen niet zomaar een opleiding kiezen op basis van een voorlichting en een open dag want in de praktijk blijkt de studie dan vaak tegen te vallen."

Overstap

Scholen krijgen vanaf volgend jaar de mogelijkheid om een doorlopende leerroute aan te bieden. Leerlingen in het vmbo kunnen dan al op de middelbare school een gezamenlijk programma met een mbo-opleiding volgen. Dat is volgens de ministers nodig omdat voor veel vmbo-leerlingen de overstap naar het mbo erg groot is.

Op het Almere College bestaat er al zo’n doorlopende leerroute. Na het behalen van een vmbo-diploma gaan sommige vmbo’ers daar direct aan de slag op de mbo-school. „Ze kunnen zich opgeven voor het programma en beginnen dan in de tijd dat geslaagden een paar weken extra vakantie hebben al onder begeleiding op het mbo", ligt Klink toe.

Vmbo-scholen en mbo-scholen moeten intensief samenwerken om doorlopende leerroutes vanaf volgend jaar aan te kunnen bieden. Op het Almere College delen de vmbo- en de mbo-school het gebouw en dat brengt voordelen met zich mee. „Sommige docenten uit het vmbo-team geven ook les op Landstede, de mbo-school. Dat is voor onze leerlingen heel fijn omdat ze bij de overgang naar het mbo bekende gezichten zien en les hebben in hetzelfde gebouw", zegt Klink.

Keuzepad

Naast dat de twee scholen in hetzelfde gebouw zitten, wordt er al vroeg aandacht gegeven aan het studiekeuzepad van de leerlingen. Vanaf de brugklas worden leerlingen doormiddel van kleine opdrachten aangespoord om na te denken over waar hun talenten liggen. „Dat doen we zodat leerlingen zichzelf leren kennen vóórdat ze een keuze moeten maken. Pas in het derde jaar beginnen we echt met het kiezen van een profiel, dat is dan nog heel breed", legt Klink uit.

Leerlingen kiezen bijvoorbeeld het profiel ‘techniek’, waarin ze alle facetten van deze carrièrerichting kunnen verkennen. In het vierde jaar wordt er gekozen voor verschillende beroepskeuze vakken. „Voor wie nog twijfelt bestaat er zelfs de mogelijkheid om vakken te kiezen uit verschillende werkvelden."

Vormgeven

De scholen mogen de leerroutes zelf vormgeven. Zo kunnen de onderwijsprogramma’s op één school worden gegeven. In dat geval gaat een vmbo-leerling dus al eerder naar een mbo-school. Maar middelbare scholen kunnen er ook voor kiezen om profielen aan te bieden die verbonden zijn aan het mbo.

Worden de verschillen tussen scholen dan niet te groot? „Nee, want alle scholen moeten nog steeds aan de exameneisen voldoen en vmbo’ers moeten uiteindelijk ook een diploma halen", aldus Klink. Zij ziet vooral voordelen. „We moeten per regio gaan kijken naar welke beroepen daar relevant zijn. Hier is veel werk binnen de techniek en zorg, dus daar ligt de focus. Als alle scholen dat doen, ontstaat er een prachtig keuzemenu voor vmbo’ers."

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Het beste van Metro in je inbox 🌐

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang tot drie keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.