Sanne van Rij
Sanne van Rij Nieuws 27 aug 2018 / 11:40 uur

Brech of toch B.: hoe moeten we Jos noemen?

Geen naam verscheen de afgelopen dagen zo vaak (volledig!) in het nieuws als de door de politie gezochte Jos Brech. De vraag rijst: mogen we de verdachte in de zaak- Nicky Verstappen eigenlijk nog wel zo blijven noemen, nu hij officieel is opgepakt in Spanje?

Van achternaam tot hobby’s – we weten een hoop

Je hoeft geen bijzonder getrainde speurneus te zijn om online op details over Jos Brech te stuiten: zo zou je kunnen weten dat zijn vader ooit bij een hartoperatie is overleden, hij een ervaren ‘bushcrafter’ is en hij in 1985 verdachte was in een andere zedenzaak. Ook zijn uiterlijke kenmerken zijn geen geheim meer: met dank aan het opsporingsbericht herkennen we de grijze baard, bruine ogen en donkergroene parka uit duizenden. Wanneer iemand actief gezocht wordt, is dergelijke informatie natuurlijk van grote waarde: je zou toevallig zijn verschijning óf naam maar herkennen. Nu hij opgepakt is, ligt dat wellicht toch net anders: de klus is ‘geklaard’ en het proces tegen de verdachte kan officieel beginnen. ‘Mogen’ we Jos dan nog wel bij zijn volledige achternaam noemen, met het oog op privacy?

Terug naar 1953

De vraag doet denken aan een vergelijkbare situatie van jaren geleden – toen werd Volkert van der Graaf, net zoals Jos Brech nu, uitgebreid uitgemeten in de media. De moordenaar van Pim Fortuyn verwierf, met dank aan een scala aan kranten, tijdschriften en online websites, al landelijke bekendheid vóór zijn rechtszaak überhaupt begon. Inclusief naam en toenaam. Of dat mag? Ja, in principe wel. Het is echter in strijd met de zogenaamde initialenregel uit 1953: een richtlijn die ervoor moet zorgen dat journalisten gezamenlijk voorkomen dat verdachten en veroordeelden eenvoudig geïdentificeerd kunnen worden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn.

Veelbesproken onderwerp

De regel werd in de jaren ’50 opgesteld door een handjevol Nederlandse hoofdredacteuren bij wijze van zelfregulering. De media zouden moeten ‘berichten in plaats van berechten’, waardoor het, met het oog op verdachtenbescherming, wel zo redelijk zou zijn om verdachten en veroordeelden niet aan te duiden met hun volledige achternaam. Kortom: we spreken niet van een wettelijk voorschrift, maar een journalistieke afspraak. Je bent als medium dus niet strafbaar wanneer je besluit om een verdachte wél bij voor- en achternaam te noemen. Dit betekent echter niet dat er geen kritiek van lezers of andere partijen kan volgen wanneer je besluit het wel of juist niet te doen: de initialenregel is voor Ombudsmannen- en vrouwen (juist in de online tijd waarin we nu leven) een veelbesproken onderwerp.

Interpreteren kan je leren

Het NRC en EenVandaag kiezen er nu voor om Jos met B. aan te duiden; Metro, Nu.nl en de Telegraaf noemen de verdachte wel bij zijn gehele naam. EenVandaag stelt op Twitter dat ze Jos B. net zo willen behandelen als andere verdachten: het gegeven dat de verdachte de afgelopen dagen met zijn volledige naam in beeld is gebracht, doet daar dus niet aan af. De Telegraaf en Nu.nl zouden hun keuze om het in dit geval wél te doen kunnen verantwoorden aan de hand van één van de uitzonderingsregels van de initialenregel, die zijn opgesteld door de Raad voor de Journalistiek. Zo mag je een achternaam volledig noemen wanneer 1) het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient en 2) het vermelden van de naam gebeurt in het kader van opsporingsberichtgeving. Je zou kunnen zeggen dat Jos inmiddels, door het opsporingsbevel, zó algemeen bekend is dat het geen verschil meer maakt of je z’n gehele naam nou wel of niet noemt. Met de nadruk op zoú kunnen, want zoals je merkt, is er flink wat ruimte voor interpretatie. Daar maakt ieder medium dan ook geheel op eigen wijze gebruik van: waar de Volkskrant met B. kopt, duidt GeenStijl het nieuws liever als ‘BRECHEND’.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Brech of toch B.: hoe moeten we Jos noemen?
Sluiten