Maud
Maud Nachtboek van Maud 11 mei 2020 / 18:00 uur

#146 ‘Ik denk dat een afkickkliniek het enige is dat helpt’

Maud ziet op Koningsdag Tommy door de straat lopen als ze bij Rochella is. Hij is niet alleen, maar met een jongen én een meisje. Het blijkt allemaal verklaarbaar: het is de neef van Tommy met zijn vriendin en omdat die wel eens willen blowen kwam hij laatste de coffeeshop uitgelopen. Als Tommy langskomt bij Maud om te praten, lijkt het erop dat de twee eindelijk weer een beetje nader tot elkaar komen: de vonken vliegen ervan af. Maar als ze klaar zijn met de uitgebreide sekspartij die op het menu stond, gaat haar telefoon en hangt haar broertje aan de lijn. Maud, met mij. Waar ben je? Papa ligt in het ziekenhuis. Ik ben met 10 minuten bij je, want we moeten erheen.”

Ik schrik me helemaal kapot. Mijn vader in het ziekenhuis?! „Wtf is er gebeurd?”, vraag ik mijn broertje. „Ik weet het niet. Iets met zijn maag ofzo. Ik zie je zo”, roept hij terug en voor ik het weet heeft hij opgehangen.

Geschrokken kijk ik Tommy aan. „Maud?! Wat is er aan de hand?”, roept hij. „Je bent helemaal wit. Is er iets gebeurd?!”

Shitzooi

„Mijn vader ligt in het ziekenhuis… Mijn broertje komt me zo halen”, zeg ik verbluft en daarna voel ik dat de tranen naar boven komen. Shitzooi… ik heb me de afgelopen weken totaal niet beziggehouden met mijn vader, terwijl ik wist dat hij natuurlijk best wel veel dronk. Wat zou er aan de hand zijn? Straks heeft hij alcoholvergiftiging.

„Ik ga met je mee lieverd!”, roept Tommy vastberaden en hij gaat meteen over op standje ‘held’. Hij reikt mij kleding aan, trekt zelf snel zijn kleren weer aan en grijpt een weekendtas waar hij wat spullen in propt. Voor hetzelfde geld moeten we daar in de buurt blijven of overnachten… we hebben geen flauw idee wat er aan de hand is…

Als ik even later bij mijn broertje in de auto zit zeggen we geen woord tegen elkaar. Ik weet dat hij niet goed met emoties om kan gaan en zelf vind ik het ook lastig om met hem te praten over dit soort zaken. Tommy zit achterin en houdt zich op de achtergrond. We hebben mijn moeder gebeld; die was duidelijk ook geschrokken en zei ons dat ze ook naar het ziekenhuis zou komen. Eenmaal daar staat ze zelfs al voor de deur, met dikke ogen en een lijkbleek gezicht.

Eén tegelijk

We stormen op de balie af en vragen aan de vrouw die daarachter zit in welke kamer we moeten zijn. Ze kijkt ons streng aan. „Niet lullig bedoeld, maar jullie mogen niet allemaal naar die meneer toe. Eén tegelijk. De rest moet hier blijven.” Hè godverd*mme, krijgen we dat kutgedoe. „Ga jij maar Maud”, zegt mijn broertje tegen me. In zijn ogen zie ik dat hij niet goed durft en mijn ouders zijn natuurlijk uit elkaar dus mijn moeder die als eerste naar mijn vader zou gaan, zou een tikkeltje raar voelen voor hem. En Tommy is natuurlijk helemaal geen optie…

Ik krijg het kamernummer waar mijn vader ligt met verder erg weinig informatie. Op de automatische piloot loop ik door het ziekenhuis heen naar de kamer toe. Voor mijn gevoel duurt het echt een half uur voordat ik er ben, maar eenmaal gevonden hoor ik mijn vader al van een afstandje praten. O God, gelukkig! Hij is bij bewustzijn! Ik ren zijn kamer binnen en zie hem daar zitten in zo’n wit ziekenhuishemd en met een bleek gezicht en allerlei draadjes en dingetjes verbonden aan zijn lichaam.

„Verdomme pap, wat is er gebeurd?”, roep ik huilend terwijl ik hem een knuffel geef. Ook mijn vader huilt en knijpt me stevig samen. ,,Het spijt me Maudje… ik ben te ver gegaan”, snikt hij. Een paar minuten kunnen we elkaar alleen maar knuffelen en als ik hem daarna los laat en naast hem ga zitten lijkt hij direct meer kleur te hebben dan eerst.

Pijnstillers

„Wat is er gebeurd?” vraag ik nogmaals, maar nu rustiger. Mijn vader zucht en kijkt beschamend naar het voeteneinde. „Ik eh… Ik had te veel gedronken en ik had zo’n pijn. Ik had heel erg veel last van mijn maag. Ik heb pijnstillers genomen, maar was mij er niet van bewust hoeveel het er bij elkaar waren omdat ik zo dronken was. Heel veel dus… ik heb daardoor een maagbloeding gehad.”

Hij kijkt me beschamend aan. Ik besluit dat dit niet het juiste moment is om boos te worden. Mijn vader is zich er duidelijk van bewust dat hij het echt heel bont gemaakt heeft en ik ben alleen maar heel, héél erg blij dat hij nog leeft.

„Papa ik houd van je. Het maakt niet uit. Het komt goed”, zeg ik troostend en weer geef ik hem een knuffel.

„Ik weet het Maud”, zegt hij. „Maar ik heb wel hulp nodig. Ik ehm…”

Het valt stil. Wat wil hij tegen me zeggen? Nog voordat ik hem kan vragen wat er scheelt raapt hij alle moed bij elkaar en praat hij verder.

„Ik wil me aanmelden voor een afkickkliniek Maud. Ik denk dat dat het enige is wat gaat helpen.”

Lees ook: #145 Ineens komt alle woede naar boven

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
#146 ‘Ik denk dat een afkickkliniek het enige is dat helpt’
Sluiten