Wie poep zaait…
De familie Bogaart is een tv-hit. Nu ben ik eerlijk gezegd niet zo’n tv-kijker. Ik heb niet zoveel met hysterische familieshows, een al dan niet frauderende BN’er uit Brabant of een schoonmoeder die met drie bezemstelen nog niet te temmen is.
Maar René Boogaart is wel een witte raaf in dat gezelschap. Een harde werker die een mega horeca-imperium heeft opgebouwd. Het is hem gegund.
Toch heb ik ooit zelf een bijzondere ervaring gehad met de Bogaartjes. Met poep, om precies te zijn.
Het was 1995. Ze begonnen hun discotheek Het Biggetje in Leidschendam en ik had de eer één van hun eerste entertainmentgasten te zijn. Ik had een gerespecteerd modellenburo, maar maakte via een ander bedrijfje af en toe een uitstapje naar een heel andere tak van sport: erotische evenementen.
Dat leverde snel en gemakkelijk aardig wat extra duiten op. En laten we eerlijk zijn: het waren andere tijden. Die avond stond een modderworstelshow op het programma. Het recept was simpel: vier meisjes, één badkuip en drie zakken modder. De meisjes en de kuip had ik al, ’s middags reed ik langs een tuincentrum. Ik had geluk! Aanbieding: drie zakken voor 10 – toen nog – gulden!
Gieren van het lachen
Met mijn busje vol vrolijke leuke meisjes en zakken modder reed ik naar Leidschendam. Rond acht uur arriveerden we. Terwijl mijn floormanager en ik de zakken uit de kofferbak haalden, begon zij te gieren van het lachen. „Wat staat daar, Jan?” Na drie keer kijken zag ik het ook.
Niet TUINTURF.
Wel TUINMEST, ofwel POEP!!
Er was maar één optie: ssst! De meiden en het publiek zouden zich onwetend mogen verheugen op… poepworstelen.
We kieperde de mest snel over in vuilniszakken en leegden die later met een pokerface in de badkuip. Kokend water erbij: klaar.
Ik kan u verzekeren: dertig liter mest die twee uur ligt te dampen, ontwikkelt een geur die zelfs door sfeerverlichting niet te maskeren is. Maar de show ging door. Na mijn enthousiaste aankondiging sprongen de niets vermoedende worstelmeisjes vrolijk in de bak. Naarmate de avond vorderde en de tap harder ging stromen, deden gasten uit het publiek ook mee. Steeds meer mensen rolden lachend door de steeds drassiger wordende eh…’modder’. In de pauze merkte één van de meiden voorzichtig op dat het een beetje stonk. Mijn floormanager reageerde bliksemsnel: de modder had waarschijnlijk te lang in het kokende water gelegen. „O, vandaar”, zei ze. „Nou ja, straks lekker douchen.”
Schuldig
Alleen, er was geen douche… Wegens verbouwing.
Dus stonden we uiteindelijk midden februari op een binnenplaats, waar de meiden zich met een tuinslang en ijskoud water probeerden schoon te spoelen. Eén van hen vond zelfs een plamuurmesje in de keukenla om elkaar te helpen de ergste resten weg te spoelen.
Schuldig voelde ik me wel. Ik stopte de meisjes ieder 100 gulden extra toe voor een fles parfum. Ik verwachtte vier draaien om mijn oren, maar kreeg vier kussen op mijn wang.
Ach, ons vrolijke poepfestijn heeft Bogaart waarschijnlijk geen Michelinster opgeleverd. Maar gelachen hebben we wel.