START

Column: Wel of niet mee in die cryptobubbel?

Metro's Constance neemt je de komende weken in haar columns mee in de wereld van beleggen.

Foto van 'Constance van Amstel'

29 NOV 2017

Metro's Constance neemt je de komende weken in haar columns mee in de wereld van beleggen.

„Linda, je ethereum is 350 waard geworden. Ik hoop dat je ze nog hebt”, zegt een van mijn vriendinnen onder het genot van een wijntje. „Jep! Gekocht, verkocht, dikke winst”, reageert Linda direct met een triomfantelijke glimlach.

Zo gaat het nu al tijden. Via via is een van mijn vriendinnen in de cryptocurrency beland en daar razend enthousiast over. Zo enthousiast dat ze ons, haar vriendinnen, het liefst allemaal daarin mee wil nemen. ‘Koop ook! Stap in! Dit is de juiste tijd!’. Een vriendin ging overstag. Zij belegt inmiddels ook in de virtuele munten en als ik het allemaal zo hoor, gaat het nog lekker ook: er wordt druk gespeculeerd over vliegtickets naar verre oorden die van de winst gekocht gaan worden.

Het knaagt

Natuurlijk knaagt het ook bij mij. Moet ik niet ook instappen en mee op deze hype voor hij straks weer over is en er geen rooie rotcent meer mee te verdienen is? Een klein cointje van het een of ander kan toch geen kwaad? Een paar uur na het gesprek is ethereum zelfs al naar 420 gestegen. Had ik vanmorgen gekocht dan had ik nu al meer winst dan mijn spaarrekening mij in een heel jaar oplevert!

Toch doe ik het niet. En ga ik het ook niet doen. Noem me een Brave Henrik(a), maar ik durf het niet. Zo’n beetje alle financiële waakhonden waarschuwen om niet mee te gaan in deze bubbel, en dat doen ze toch niet voor niks zou je zeggen. Er is bijvoorbeeld geen toezicht op hoe deze munten tot stand komen en mocht het misgaan, dan heb je niet alleen geen poot om op te staan, ook je geld is in rook opgegaan. Laatst nog las ik een verhaal van een jongen die tienduizenden euro’s zag verdampen omdat hij zijn ‘sleutel’ was verloren bij een update van zijn telefoon. Waar gáát dit over?!

Pensioen

Inmiddels ben ik wel begonnen met beleggen. Nou ja, een beetje dan: mijn pensioengeld wordt sinds deze week belegd door de bank. Het was een keuze die ik moest maken wegens het verdwijnen van mijn oude pensioenfonds, maar toch.. Spannend! Ik vroeg verschillende mensen om advies en waagde na lang wikken en wegen de stap. Pensioen, dat duurt misschien nog wel 40 jaar en toch nu al zo nerveus over mogelijke verliezen. Het maakte een ding duidelijk: die cryptobubbel is aan mij niet besteed.

Lees hier de andere columns van Constance over beleggen:

Advertisement

BEKIJK OOK


Views

100+

Waarom multicultureel talent lastig een baan vindt

Foto van 'metronieuws'

GISTEREN

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft behoefte aan hoogopgeleid, jong en multicultureel talent. Toch is het voor jonge hoogopgeleiden met een niet-westerse achtergrond lastig om een baan te vinden. Hoe komt dat?

Het is moeilijk om Nederlandse bedrijven en starters van niet-westerse afkomst samen te brengen. Dat zegt Melvin Tjoe Nij van Young Global People, een recruitmentplatform voor multicultureel talent. Twee weken geleden organiseerde hij samen met zakenman Edzard Koole voor de derde keer het Diversity Dinner in Rotterdam. Tijdens deze avond eten starters met een multiculturele achtergrond samen een diner met recruiters van grote Nederlandse organisaties. Dit zijn bedrijven als Unilever, Rabobank en de overheid. „Want samen eten verbroedert”, legt Tjoe Nij uit. „Tijdens een informeel gesprek leren recruiters en talenten elkaar beter begrijpen.”

Voorbeeld

Dat is hard nodig, beaamt de Marokkaans-Nederlandse Siham Ammal (27). Ammal studeerde psychologie in Leiden. Ze begon op het mbo en eindigde met een universitair diploma. Ze is vlot, slim en gemotiveerd. Toch merkte ze dat een baan vinden lastiger is voor een niet-westerse starter. „De eerste reden is dat zulke starters vaak als eerste van de familie gaan studeren”, vertelt ze. „Thuis hebben ze geen voorbeeld of iemand die advies kan geven. Verder zijn ze vaak heel bescheiden opgegroeid. Ze zijn niet gewend zichzelf te verkopen tijdens een sollicitatiegesprek.”

Daarbij stellen recruiters niet de juiste vragen. „In bepaalde vakgebieden zien recruiters een bestuursjaar of vrijwilligerswerk als tekenen van motivatie en maatschappelijke betrokkenheid. Veel van mijn vrienden hebben niet die ervaring.”

Dat betekent niet dat ze niet gemotiveerd of betrokken zijn. Integendeel, vertelt Ammal. „Ze werken bij de Albert Heijn, omdat ze hun studie zelf moeten betalen. In hun vrije tijd helpen ze in de buurt of geven ze neefjes of nichtjes huiswerkbegeleiding. Dat staat allemaal niet handig op een cv, maar daaruit blijkt wel dat ze gedreven zijn.”

Hospiteren

Ook assessments zijn slecht afgestemd. Ammal spreekt perfect Nederlands, maar kwam in de taaltest toch woorden en uitspraken tegen die haar vreemd zijn. „Bijvoorbeeld het woord hospiteren”, zegt ze. „Ik wist niet zo gauw wat dat betekende, want ik ben niet op kamers gegaan. Als je dat uitlegt kijkt zo’n recruiter je raar aan. Die vindt het maar vreemd, terwijl het binnen mijn cultuur is het helemaal niet gek is als op je 27ste bij je ouders woont.”

Grote organisaties moeten hun wervingsproces beter afstemmen op de doelgroep. Dat vindt ook zakenman Koole, die Diversity Dinner begon vanuit de overtuiging dat meer diversiteit alleen maar voordelen heeft. „Het zorgt voor meer innovatie en creativiteit op de werkvloer, want mensen met een andere culturele achtergrond brengen andere ideeën mee.”

Andere plekken

Dat blijkt ook uit internationale onderzoeken naar het effect van groepen als vrouwen en minderheden op de werkvloer. Uit een beleidsonderzoek van Panteia (2017) blijkt bijvoorbeeld dat bedrijven met culturele verschillen op de werkvloer vaak een hogere omzet hebben, vernieuwender zijn en meer loyale werknemers hebben. Bedrijven als Google, Shell en NS zetten daarom volop in op diversiteit en boeken daar goede resultaten mee. Maar het is niet voor alle bedrijven vanzelfsprekend.

„In sommige organisaties lopen alleen maar witte mannen in grijze pakken rond”, vertelt Tjoe Nij. „Het gebrek aan vrouwen en andere culturen was een blinde vlek. Zeker op directieniveau. Daar komt nu verandering in. Het probleem is dat er in veel bedrijven een westerse, vaak mannelijke cultuur heerst. Daar voelt niet iedereen zich in thuis.”

Dat geldt bijvoorbeeld voor Ammal. „Ik vind het belangrijk dat ik mezelf kan zijn in een organisatie”, zegt ze. „Ik werk nu bijvoorbeeld bij een bedrijf waar je heel veel verschillende culturen terug ziet.”

Als bedrijven echt aan de slag willen met multiculturele werknemers, moeten ze de cultuur en communicatie beter afstemmen op hun doelgroep. „Het begint met de arbeidsmarktcommunicatie”, zegt Tjoe Nij. „Zoek bijvoorbeeld andere plekken en manieren om te werven. Als je altijd bij dezelfde corporale studentenvereniging zoekt, vindt je nooit ander talent.”

Niet standaard

Verder tipt hij recruiters om zich bewust te zijn van vooroordelen. „Sta eens wat meer open voor een ander profiel en verdiep je echt in een kandidaat, in plaats van de standaard vragenlijst af te werken.”

„Dat geldt voor beide kanten”, vindt Ammal. Zij is bijvoorbeeld sollicitatietraining gaan volgen en weet nu beter hoe ze zich moet presenteren bij een werkgever.


Views

1k+

Spaar of spendeer je jouw vakantiegeld?

Spaar of spendeer je jouw vakantiegeld?

Spaar of spendeer je jouw vakantiegeld? Foto: Colourbox

Foto van 'Rosan de Vos'

21 MEI 2018

Eind mei is voor velen een moment om naar uit te kijken omdat er ein-de-lijk extra centen op de bankrekening zullen staan: het vakantiegeld wordt gestort. Maar hoewel men voorheen massaal spaarde, trekken we nu de portemonnee. Hoe zit dit precies?

Vakantiegeld sparen of uitgeven?

„Mensen hebben jarenlang gespaard omdat het niet anders kon”, zegt consumentenpsycholoog Patrick Wessels tegen Metro. „In Nederland ging het economisch minder, men had weinig te besteden en het vakantiegeld was een extraatje dat men goed kon gebruiken.”

Wessels duidt op de cognitieve capaciteiten. „Nu gaat het economisch beter en kunnen mensen de verleiding om niet op vakantie te gaan slechter weerstaan. Juist op dit moment worden er veel advertenties vertoond voor vakanties.” „Daarnaast zijn heel veel mensen weer lekker aan het uitgeven”, vervolgt Wessels. „Dan denk je al snel: nu ben ik het zat, nu ben ik er ook aan toe.”

Is vakantiegeld een extraatje of hoort het erbij?

„Ondertussen berekenen we het vakantiegeld gewoon mee in ons salaris”, zegt Wessels. Je weet vaak precies welk bedrag je krijgt, je kunt het tot op de cent na uitrekenen of vergelijken met voorgaande jaren. „Als je er al vanuit gaat dat het komt, is het geen verrassing meer. Variabele beloningen maken echter veel gelukkiger, maar dat effect is volledig weg. Sommige mensen geven hun vakantiegeld 'mentaal' in maart of april al uit.”

Toch geeft Lenneke Manschot (26) haar vakantiegeld liever niet uit aan een zonbestemming, ze wil namelijk een eigen huis kopen. „Je hebt daar simpelweg flink wat eigen geld voor nodig. Daarnaast ben ik graag thuis, dus ik hoef niet per se op vakantie. Ik zorg er liever voor dat ik iets koop wat ik al langere tijd wilde hebben, of mijn studieschuld bijvoorbeeld aflos.” Ook Narita Derks (20) bewaart haar centen netjes op haar spaarrekening. „Ik wil mijn eigen stekkie. Maar om van een huis een thuis te maken heb je toch geld nodig. Meubels, likje verf aan de muur, you name it: het kost allemaal geld. Ik hoop met mijn vakantiegeld een heel eind te komen om dat allemaal te betalen.”

Wat maakt gelukkiger? Op vakantie gaan of een dikke bankrekening?

Het antwoord is steevast: op vakantie gaan. „Maar”, zegt Wessels, „dan moet je wel kunnen voldoen aan je verplichtingen en een redelijke spaarbuffer hebben. Als je dat eenmaal hebt, is op vakantie gaan een zeer goed idee. Ervaringen maken namelijk meer gelukkig dan spullen of veel geld op de bank.”

Vooraf boeken

Als je dan toch op vakantie gaat, werkt je vakantie vooraf boeken volgens Wessels dan vooral goed. „Bij een vakantie moet je vaak een aanbetaling doen of vooraf het hele bedrag betalen. Je brein gaat dat automatisch goedpraten: de voorpret die je hebt, zorgt ervoor dat je betaling geen pijn meer doet. Als je dan eenmaal gaat, voelt het als een gratis vakantie. Het nadeel is dan wel dat dat je op vakantie meer uitgeeft aan eten en drinken. Voor je geluksgevoel een goed idee, maar financieel is dat natuurlijk een nadeel.”

Maar je zou het ook zo kunnen zien: daar hebben we toch vakantiegeld voor?

BEKIJK OOK


Views

1k+


Likeability of 5

Heb jij een nuttige baan of een 'bullshitjob'?

Foto: ANP

Foto van 'Jelmer Visser'

19 MEI 2018

Vind jij jouw werk nuttig? Heb jij je ooit afgevraagd wat er zou veranderen aan het functioneren van de maatschappij als jouw baan morgen niet meer bestaat? Antropoloog David Graeber in elk geval wel, hij heeft hier jarenlang onderzoek naar gedaan en schreef het boek Bullshit Jobs: A Theory. Zijn belangrijkste conclusie? Een groot deel van de banen in westerse landen zijn niks meer dan dagbesteding voor geld.

Bullshit jobs

Uit een vragenlijst is gebleken dat 37 procent van de werknemers in Groot-Brittannië en 40 procent in Nederland twijfelt aan het nut van hun functie. Graeber is het hiermee eens en veegt de vloer aan met een groot deel van de banen in de dienstensector. De wereld zou in zijn ogen niks veranderen als plotsklaps alle (tele)marketeers, consultants, lobbyisten, HR-medewerkers, bankiers, voorlichters, data-analisten, juristen, salestijgers, managers, agile-coaches en SCRUM-masters zouden verdwijnen.

Omdat de efficiëntie in de 20ste en 21ste eeuw van de arbeidsprocessen zo enorm is toegenomen, is er eigenlijk veel minder arbeid nodig dan vroeger. Toch betekent dit niet dat we massaal werkloos zijn. Er zijn allemaal nieuwe beroepen bedacht puur om het oude systeem in tact te houden. Dit heeft in de afgelopen decennia geresulteerd in een wildgroei aan 'bullshit jobs'. „Het is alsof de satire met allerlei onzinnige functies en werkprocessen in de serie The Office werkelijkheid is geworden. De grap is dat het geen grap is", vertelde hij aan de Daily Mail.

Honderden gesprekken

De antropoloog sprak voor zijn boek met honderden werknemers die twijfelden aan de toegevoegde waarde van hun functie. Een van deze verhalen gaat over een online marketeer die met zijn team fulltime bezig is met het ontwerpen en samenstellen van online advertenties voor op geld beluste bedrijven. En dit terwijl hij zelf ook prima beseft dat er niemand ooit bewust op deze banners zal klikken.

Op een ander moment was deze marketeer bezig met een nieuwe methode die moest achterhalen hoe website-bezoekers advertenties vanuit hun ooghoeken tot zich nemen. Dit zou moeten resulteren in meer 'clicks'. „Ze houden zich bezig met dit soort triviale details omdat de opdrachtgever alles zo perfect mogelijk wil hebben terwijl zij ook wel doorhebben dat het nauwelijks verschil zal uitmaken", vertelt Graeber aan de Herald.

Is het boek dan een oproep om maar te gaan doen 'waar je gelukkig van wordt'? Niet per se, de maatschappij werkt nou eenmaal op deze manier en deze banen, hoe zinloos ze ook zijn, zullen hoe dan ook geld op blijven leveren. Geld dat nodig is om een huis van te betalen of een gezin te onderhouden. Ook ziet hij een verschil tussen banen die misschien niet leuk zijn maar wel nuttig en banen die geen toegevoegde waarde voor de maatschappij vormen.

Vijf categorieën

De Amerikaanse antropoloog beschrijft in zijn boek vijf categorieën bullshit jobs. De eerste hiervan zijn de 'goons', dit zijn mensen die zich zonder schroom opwerpen in het belang van hun werkgever, zelfs als hun werkzaamheden zinloos of schadelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn lobbyisten, advocaten, telemarketeers en PR-mensen. Een andere groep bestaat uit 'flunkies' dit zijn functies die alleen in het leven zijn geroepen om anderen belangrijk te laten voelen; denk hierbij aan management-assistentes en receptionisten.

Categorie drie bestaat volgens Graeber uit Duct-tapers, deze mensen houden zich bezig met het oplossen van problemen die eigenlijk geen probleem zijn of die makkelijk geautomatiseerd kunnen worden. Hij beschrijft een voorbeeld van iemand die voor een reisbureau wijzigingen van vertrektijden van vliegtuigen moest kopiëren van een email en plakken in een Excel-bestand. De vierde orde van bullshitjobs zijn de box-tickers dit zijn functies die zich bezig houden met de verandering en efficiëntie van bedrijfsprocessen zoals analytici. Veel van deze werkzaamheden leiden nergens toe en met de resultaten wordt zelden iets gedaan.

De laatste categorie zijn de zogenaamde taskmasters, hiermee refereert de antropoloog naar nutteloze bestuurslagen en de daarbij horende managers. Het enige dat zij in zijn optiek doen is mensen vertellen wat ze moeten doen, terwijl zij zelf zonder hun aanwezigheid ook wel weten hoe zij hun functie moeten beoefenen.

Nuttige banen

Ben je na het lezen van dit verhaal vervallen in extitentiele zelfkritiek? Wees niet getreurd. Er zijn ook zat banen, de meerderheid zelfs, die volgens de auteur geen bullshit job zijn. Verpleegkundigen en docenten op de werkvloer (en niet hun leidinggevenden) bijvoorbeeld. De maatschappij heeft tevens horecamedewerkers, kunstenaars en vakmensen, die concrete producten met hun eigen handen maken, nodig. Bovendien moet er altijd nog gegeten, gedronken en gebouwd worden. Ook hier houden hele sectoren zich mee bezig.

Ironisch genoeg wordt er vaak op deze banen neergekeken en verdienen deze mensen minder dan werknemers in sectoren die de maatschappij minder ver op weg helpen. Stel je voor wat er zou gebeuren dat alle leraren en verpleegkundigen het werk neerleggen. De maatschappij zou volledig ontwrichten. Dit zag je al toen docenten slechts twee dagen staakten. Ouders, waarvan velen met een bullshit job, waren ten einde raad.

Overigens moeten de standpunten van Graeber wel met een korreltje zout genomen worden. Hij is omstreden onder economen en voorstanders van het neo-liberalisme. De antropoloog zou voorstander zijn van een universeel basisinkomen, de waarde van geld onvoldoende zien en verder weinig concrete oplossingen bieden. Ook stelde Graeber zelf al vast dat hij als antropoloog eigenlijk zelf ook een bullshit job had.

BEKIJK OOK


like
user_2f0155635339dcde5d4ea372aff06d3df58b484d_avatar

Views

3k+

Barista is baan beu en smijt met eigen vijg

Boy that escalated quickly... ©YouTube still

Foto van 'metronieuws'

18 MEI 2018

Een Canadese medewerkster van koffieketen Tim Horton liet op vrij opmerkelijke wijze merken dat ze helemaal klaar was met haar baan. Na een verhitte discussie over toiletgebruik, besloot zij toch te gaan.

Ze deed haar grote boodschap echter niet op het toilet maar op de werkvloer. En de drol? Die gooide ze op haar kersverse ex-collega's. De bizarre beelden (nsfw) van dit voorval gingen deze week het hele internet rond.

Rage [Q/S]hit

Nadat de boze barista haar behoefte had gedaan, veegde ze haar derrière af met een servet van de koffieketen. Daarna verliet ze het pand. De Canadese politie hield haar korte tijd later aan op een parkeerplaats. „We hebben haar kort in hechtenis genomen en ze zal voor de rechter moeten verschijnen", vertelt een woordvoerder van de politie. „Er moet nog gekeken worden of en op welke gronden we haar moeten gaan vervolgen."

Bianca Pettinaro, een woordvoerster van de koffieketen, laat in een reactie weten dat de medewerkster al vaker in de fout was gegaan en daarom geen toestemming kreeg voor een toiletbezoek. Het stinkende incident heeft ook gevolgen gehad voor de baan van de furieuze vijgensmijter; die is ze - begrijpelijke wijs - kwijt.

De medewerker die het meurende projectiel heeft geïncasseerd is niet gewond geraakt, maar vermoedelijk heeft hij wel uitgebreid gedoucht na het voorval.

BEKIJK OOK


Views

1k+

Voor welke beroepen kiezen seriemoordenaars?

Wat doet een seriemoordenaar in het dagelijks leven? © neosiam, Pexels

Foto van 'Jelmer Visser'

17 MEI 2018

Ook seriemoordenaars ontkomen er niet aan om hun vaste lasten te betalen. Om te kunnen voorzien in de kosten voor levensonderhoud nemen de meeste mensen een baan, dit is voor veroordeelde moordenaars niet anders. De Golden State Killer, die recent werd opgepakt, bleek gewerkt te hebben als politieagent, militair en magazijnmedewerker. Hier werd met grote verbazing op gereageerd.

Toch zijn de beroepen van de Golden State Killer niet heel erg verbazingwekkend volgens professor in de criminologie Michael Arntfield. In zijn boek, Murder in plain English, onderzocht hij de beroepskeuze van mensen die meerdere personen van het leven beroofden. Sommige beroepen, waaronder politieagent, waren hierin oververtegenwoordigd. Hij sprak met IFL Science over zijn boek.

Joseph James DeAngelo of 'The Golden State Killer' wordt verdacht van 12 moorden en 45 verkrachtingen ©ANP

Autoriteit en machines

Arntfield gebruikte de gegevens van de afgelopen vijftig jaar en kwam zo op twaalf beroepen die geliefd zijn onder seriemoordenaars. Onder de banen waar een vakdiploma voor nodig is, waren dit vliegtuig- en auto-monteurs en reparateurs zoals schoenmakers. In de tweede groep, sectoren waarbij een eenvoudiger diploma voldeed, waren dit houthakker/boomverzorger, vrachtwagenchauffeur en magazijnmanager.

In derde categorie, waar geen vooropleiding nodig was, kozen seriemoordenaars het vaakste voor een baan als algemeen medewerker, portier/beveiliger of tankstationmedewerker. De laatste groep bestond uit beroepen die juist wel veel opleiding vereisten. Hier waren politieagent, militair en mensen die een religieuze functie vervullen, zoals priesters, de favorieten onder veroordeelde seriemoordenaars.

Dit betekent overigens niet dat elke politieagent, houthakker of schoenmaker automatisch een seriemoordenaar is. Het gaat maar om zeer kleine percentages binnen deze beroepsgroepen, die wel hoger zijn dan bij andere sectoren.

Waarom?

Arntfield zegt dat seriemoordenaars zouden worden aangetrokken tot banen die passen bij hun onderliggende psychische stoornissen of gewoon vanuit praktische overwegingen. Seriemoordenaars kiezen banen waarbij een 'combinatie van mobiliteit, autoriteit, fysieke kracht' samenkomen.

Ook kwam in zijn onderzoek een correlatie naar boven dat 'mechafilie', een seksuele obsessie met machines, nauw verweven is met necrofilie en moordgedachtes. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de oververtegenwoordiging van bijvoorbeeld monteurs en vrachtwagenchauffeurs.

Psychopaten

In een eerder onderzoek van de Oxford Universiteit kwam al naar voren welke beroepsgroepen het populairste waren onder psychopaten. Hoewel niet alle psychopaten automatisch seriemoordenaars zijn, is psychopathie wel een veelvoorkomende stoornis onder moordenaars. Dit geldt overigens niet alleen moordenaars maar ook mensen die veroordeeld zijn voor geweldpleging of zedendelinquenten.

Dit zijn de tien beroepen die het meest voorkomend zijn onder psychopaten:

1. CEO en directeur

2. Advocaat

3. Media-persoonlijkheid

4. Sales

5. Chirurg

6. Journalist

7. Politieagent

8. Religieuze vertegenwoordiger

9. Kok

10. Ambtenaren zoals militairen, politici of beleidsmedewerkers

Betekent dit dat je ook mensen met een van deze tien beroepen maar beter kunt mijden? Nee, zeker niet. Psychopathie blijft een betrekkelijk zeldzame stoornis en komt bij minder dan een op de honderd personen voor. Bovendien hebben lang niet alle psychopaten een strafblad of vermoorden zij anderen. Dus mocht je in een van deze sectoren werkzaam zijn of iemand kennen die zo'n soort beroep heeft? Je hoeft je geen zorgen te maken. Waarschijnlijk.

BEKIJK OOK


Views

3k+

Iedereen wil meer salaris, maar hoe krijg je het?

Foto van 'metronieuws'

14 MEI 2018

Vragen om een hoger loon, hoe en wanneer doe je dat? Tosca Gort is arbeidspsycholoog en verdiepte zich in het onderwerp. „Als je echt sprongen wilt maken kun je het best van baan wisselen”, is haar eerste tip. „Dan heb ik het over een salarisverschil van duizend euro of zelfs meer. Binnen je huidige baan krijgen weinig mensen dat voor elkaar, maar bij een nieuwe werkgever is het wel mogelijk.”

Toch is het zeker mogelijk binnen je huidige baan iets meer te verdienen. Je mag je huidige werkgever gerust om een salarisverhoging vragen en daarvoor moet je juist niet wachten tot je jaarlijkse beoordelingsgesprek. „Sterker nog”, zegt Gort: „Het geheim is zo vaak mogelijk vragen.”

Elk kwartaal

Volgens de arbeidspsycholoog kun je het best elk kwartaal je salaris bespreekbaar maken. Het minimum is eens per half jaar. „Op die manier oefen je druk uit bij je werkgever”, legt ze uit. „Meestal krijg je niet na de eerste keer vragen meteen meer loon, maar wie blijft aandringen krijgt eerder een verhoging dan collega’s die dat niet doen. Eens per kwartaal zo’n gesprek is de snelste weg naar meer salaris.”

Het is dus niet raar om te blijven aandringen op loonsverhoging. Sterker nog, uit een onderzoek van wervingsbureau Robert Half (200 Nederlandse financieel directeuren; 2016) blijkt dat 42 procent van de financieel directeuren verwacht dat werknemers het niet laten zitten bij een afgewezen verzoek tot salarisverhoging. Zij denken dat zij om andere vormen van beloning zullen vragen of het onderwerp snel opnieuw zullen aansnijden.

Niet wachten

Een functionerings- of evaluatiegesprek is een bekend moment om te vragen om meer salaris, maar daar moet je dus niet op wachten. Zeker als je slechts eens per jaar zo’n evaluatie hebt. Bovendien verschilt het per bedrijf hoe zo’n gesprek eruit ziet en of er ruimte is voor een gesprek over salaris. Bij het ene bedrijf moet de manager zich aan een vast stramien houden, bij het ander mag je leidinggevende zelf bepalen hoe het gesprek eruit ziet. Gort: „Vraag vooraf wat er wordt besproken. Zie je geen ruimte voor een salarisgesprek, plan dan een ander moment met jouw manager.”

Ook dat vinden financieel directeuren heel normaal. Uit het eerder genoemde onderzoek blijkt dat slechts een derde van de bazen een beoordelingsgesprek de meest geschikte gelegenheid vindt om salarisverhoging te bespreken. Zo’n 15 procent van de directeuren vindt ieder willekeurig ander moment geschikt. Andere goede gelegenheden om je salaris te bespreken zijn de start van een groot project of nieuwe verantwoordelijkheden (19 procent) of de afronding van een groot project (18 procent). Op zo’n moment verandert jouw rol als werknemer namelijk vaak, omdat grote projecten in de regel met meer verantwoordelijkheid gepaard gaan.

Deel informatie

„Laat je manager altijd weten dat een project of een onderdeel ervan goed is gegaan”, adviseert Gort. „Managers zijn minder goed op de hoogte dan ze zouden willen. Informeer je leidinggevende dus over wat goed gaat, daar help je hem of haar mee.”

Stuur dus mails zoals „ons team heeft project X goed afgerond” of „dit artikel heeft een paar duizend likes op Facebook.” Een paar extra positieve mailtjes in de maand voor je beoordelingsgesprek komen dat gesprek zeker ten goede. „Je resultaten zijn minder zichtbaar dan je denkt”, zegt de arbeidspsycholoog. „Bovendien gaat zo’n beoordeling over het algemeen over je meest recente prestaties.”

Bereid ook het gesprek goed voor. „Draai niet om de hete brei heen”, zegt Gort. „Vraag gewoon om meer salaris, maar weet dat je manager gaat vragen: waarom?”

Collega’s

Houd de hele periode bij welke projecten goed zijn gegaan, welke extra taken je op je hebt genomen en andere successen. Denk ook aan cursussen die je hebt gedaan of complimenten van klanten. Houd het bij je successen, adviseert de arbeidspsycholoog. „Begin geen zinnen met ’omdat’. Het zal je baas een zorg zijn dat jij meer geld nodig hebt om je rekeningen te betalen. Hij wil weten wat het hem oplevert.”

Verder is het slim om te weten wat je collega’s verdienen. „Dat is niet alleen fijne informatie, maar dat jouw collega meer verdient kan ook een argument zijn. Bovendien krijg je meer inzicht in hoeveel ruimte er is voor salarisverhoging binnen de organisatie.”

Soms is loonsverhoging niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat het niet goed gaat met het bedrijf. Een andere reden kan zijn dat je werkt met een cao en dat je bovenaan jouw salarisschaal zit. Gort adviseert dan om te onderhandelen over secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals extra vakantiedagen of cursussen. „Denk na over je eigen doelen. Misschien is rijk worden niet het allerbelangrijkste: persoonlijke ontwikkeling en meer vrije tijd zijn ook waardevol.”

BEKIJK OOK


Views

2k+

‘Jij doet maar een mbo-opleiding’ 

‘Jij doet maar een mbo-opleiding’ 

Roosmarijn Dam (23), mbo-studente en voorzitter van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). Foto: SPN Media

Foto van 'Rosan de Vos'

12 MEI 2018

„In onze maatschappij kun je niet echt met volle trots zeggen dat je een mbo-opleiding doet”, vertelt Roosmarijn Dam (23), mbo-studente en voorzitter van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) tegen Metro. „Er wordt vaak negatief gedacht over het mbo. Vreemd eigenlijk, mbo’ers zijn juist ontzettend belangrijk.”

Meer waardering voor mbo'ers, dat is wat Roosmarijn Dam graag wil. „Opmerkingen als ‘Jij doet maar een mbo-opleiding’ worden nog te vaak gemaakt, dat kan echt niet door de beugel.”

Deelnemer vakopleiding

Volgens de overheid zijn mbo'ers studenten, maar volgens de wet heten deze ‘studenten’ nog altijd ‘deelnemers’ en doen ze geen ‘studie’ maar een ‘vakopleiding’, schrijft de NOS.

„Het veranderen van één woordje zal natuurlijk niet heel veel doen”, vertelt Dam. „Maar het start wel iets, en je moet natuurlijk ergens beginnen. Dat er nu zo over gediscussieerd wordt, betekent natuurlijk wel dat het speelt en meer gaat leven. Dat is een ontzettend goed teken.”

‘Jij doet maar een mbo-opleiding’ 

Roosmarijn Dam (23), mbo-studente en voorzitter van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). Foto: SPN Media

Studentenverenigingen?

Maar ook studentenvoordelen als: naar de kroeg gaan op donderdagavond, fikse studentenkortingen en de mooiste tijd beleven bij een studentenvereniging, gelden niet voor mbo’ers. „En het gaat niet eens om de kortingen, maar echt om het feit dat we als studenten gezien willen worden.”

Dat een studentenvereniging alleen toegankelijk is voor hbo’ers of wo’ers, kan Dam begrijpen. Hogescholen en universiteiten hier steken hier namelijk heel wat geld in. „Ik vind ook dat mbo-instellingen hier eens een slag in mogen maken en geld mogen investeren. Doe wat voor je studenten!”

‘Er hoeft heus geen dag van de mbo’er te komen’

Volgens Dam moet er meer begrip en bekendheid komen over het feit dat mbo’ers gewoon studenten zijn. „Men hoeft heus niet te zeggen dat mbo’ers geweldig zijn en er hoeft heus geen ‘dag van de mbo’er’ te komen”, vervolgt ze. „Maar als jij iemand vertelt dat je een mbo-opleiding gaat doen, moet de reactie positief zijn.”

„Mensen zouden moeten zeggen: ‘Hé, wat leuk en interessant’, in plaats van ‘Waarom ga je geen hbo-opleiding doen?’”

BEKIJK OOK


Views

1k+