14 uur non-stop werken: zo lelijk kan kleding zijn

18 mei 2017 om 06:30 door Sofie Smulders
14 uur non-stop werken: zo lelijk kan kleding zijn

Irritant hè, als de knopen van je nieuwe jas van die grote winkelketen niet goed vastzitten of als er een naad niet goed gestikt is? Wat mensen soms vergeten, is dat veel van die kleding gemaakt is door andere mensen, voornamelijk door vrouwen en kinderen. De omstandigheden waaronder dat gebeurt, zijn vaak verre van menselijk. Om de misstanden in de kledingindustrie aan de kaak te stellen, is de campagne Women Power Fashion in het leven geroepen. Inclusief een nagebootste sweatshop, waar vrijwilligers zelf aan de slag kunnen. Metro nam een kijkje. 

Duur is niet altijd slecht

Onderweg naar Den Haag check ik wat ik aan heb. Een broek van een Spaanse keten, een jas van een Zweedse. Standaard labels waar veel jonge mensen in Nederland in lopen. Omdat het hip en voordelig is. De sweatshop staat midden in een drukke straat, waar het winkelend publiek langs loopt met tassen van de bekende ketens. Maar maakt jouw favoriete kledingmerk zich ook schuldig aan de productieprocessen waar organisaties Mama Cash en Schone Kleren Campagne hun vraagtekens bij zetten? Daar kom je achter door vragen te stellen. „Check waar je kleding vandaan komt”, adviseert Tara Scally van Schone Kleren Campagne. De simpele gedachte ‘goedkoop is slecht, duur is goed’ gaat echter zeker niet altijd op, zal ik later vandaag leren. 

De omstandigheden in kledingfabrieken zijn vaak erbarmelijk: gebouwen die op instorten staan, zonder nooduitgangen, waar rijen vrouwen bergen met kleding produceren. Werkdagen van 12 tot 14 uur zijn eerder regel dan uitzondering en tijd voor pauze is er niet of nauwelijks, de werkdruk is namelijk ongekend hoog. Het salaris is daarentegen ongelooflijk laag. „Van een shirt van 29 euro gaat er 18 cent naar degene die het gemaakt heeft”, vertelt Scally.

Bangladesh vs. Nederland

Dan mag ik zelf aan de slag met het in elkaar zetten van een stropdas. In de sweatshop is het benauwd. Vier vrijwilligers zijn er hard aan het werk. Op de achtergrond een teller: Bangladesh vs. Nederland. Hierop kun je goed zien in welk razend tempo de vrouwen daar werken. Dat moet ook wel, met de vraag naar kleding vanuit de westerse wereld. Maak je een fout, dan moet je overwerken. Mijn gebrek aan handigheid met de naaimachine had me in Bangladesh al heel wat extra uren opgeleverd. 

Scally: „Als consument heb je heel weinig zicht op wat er gebeurt in de fabrieken. Dat is precies wat we met deze campagne teweeg willen brengen: meer transparantie van bedrijven en meer bewustwording van consumenten.” De consument heeft macht, vertelt de Pakistaanse vakbondsleidster Zehra Kahn. „Het is belangrijk dat jullie in Europa ook de lelijke kant van de kledingindustrie laten zien.” Moeten we de winkels die hieraan meewerken tijdens een middagje shoppen dan maar helemaal links laten liggen? Nee, legt Kahn uit, want ze zorgen wel voor werkgelegenheid. De vrouwen daar kunnen de misstanden zelf vaak niet aankaarten, omdat ze dan hun baan verliezen of gevaar lopen. Daarom moeten wij dit voor hen doen, zodat de merken de omstandigheden in hun fabrieken verbeteren. 

De sweatshop staat nog tot en met 21 mei op de kruising van de Wagenstraat en de Grote Markstraat in Den Haag. Het winkelend publiek kan naast de vrijwilligers plaatsnemen en enigszins ervaren hoe het is om op zo'n plek te werken. Er worden stropdassen gemaakt, omdat dit kledingstuk staat voor mannelijke macht. De organisatoren roepen mensen op om de stropdas op een andere manier te dragen, bijvoorbeeld als strik, en dit te delen op social media met hashtag #myfashionstatement.

Sta je in de winkel en wil je snel te weten komen of het kledingstuk dat je koopt ‘schoon’ is? Raadpleeg dan de websites van Fair Wear Foundation en Rank a Brand. Laatstgenoemde heeft ook een app voor iPhone.  

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!
d