Een linkspotige kat is veel liever. Nou en!

2 december 2017 om 05:58 door Anne-Fleur Pel
Een linkspotige kat is veel liever. Nou en!

Je leest geregeld over de gekste onderzoeken bij dieren waarvan je denkt: is dat nou echt nodig? Nee, luidt dan vaak het antwoord bij leken. Ze vinden het grappig om te lezen met een uitschieter naar interessant, maar nodig? Neem een Iers onderzoek naar de links- of rechtspotigheid van katten. Blijkt de kat een duidelijke ’pootvoorkeur’ te hebben, dan is hij liever. Dus?

Nou, dat soort onderzoeken zijn wel degelijk ergens goed voor, zeggen gedragsbioloog Claudia Vinke en hoogleraar neurobiologie van gedrag Louk Vanderschuren, beiden verbonden aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Ten eerste gaat het bij de berichtgeving over dit soort onderzoeken om de toon die de muziek maakt, meent Vanderschuren. Hij legt dit uit aan de hand van een voorbeeld. 

Lingerie voor dieren?

„Een onderzoeker deed onderzoek naar seksueel gedrag en in hoeverre mechanismen en leerprocessen in de hersenen hierbij van invloed zijn. Hij werkte met geurprikkels en gaf vrouwtjesratten een kraagje zodat dat kraagje de geur van dat vrouwtje opnam. Vervolgens keek hij hoe mannetjes reageerden op vrouwtjes met en zonder kraag. Wat bleek: de mannetjes trokken naar de kraagjes. In de media werd ervan gemaakt dat een onderzoeker in Canada lingerie voor ratten had ontwikkeld. Dan kan ik me voorstellen dat mensen denken dat hier geen belastinggeld naartoe moet gaan. Maar hier was geen sprake van; hij deed enkel onderzoek naar seksueel gedrag waarvan de resultaten ook belangrijk zijn voor de mens.”

Want voor veel onderzoeken is het werken met dieren eenvoudiger om inzicht te krijgen in het brein. „En de uitkomsten hiervan zijn ook toepasbaar op de mens”, benadrukt Vanderschuren nogmaals. „Ze kunnen ons veel vertellen over onze gezondheid. Bij proefdieren zoals ratten en muizen, maar ook bij honden en katten, is de opbouw van de hersenen gelijk aan die van mensen. Iets eenvoudiger, maar wel zeer vergelijkbaar.”

Resultaat versus ongerief

Daarbij mag bij dieren ook meer dan bij mensen, maar dan moet het resultaat van het onderzoek wel opwegen tegen het ongerief dat de dieren ondervinden, zegt Vanderschuren. „Er ligt een hele ethische discussie aan ten grondslag, maar bij dieren kunnen we veel meer (ingrepen) doen. Een commissie onderzoekt vooraf altijd of de kennis die je eruit haalt opweegt tegen het ongerief dat een dier heeft. Mag je een tumor in een muis planten om onderzoek te doen naar kanker? De tumor zorgt voor veel ongerief, maar kanker veroorzaakt veel leed en is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij de mens. Zo’n afweging is er altijd. Je mag een experiment niet doen als er weinig resultaat te verwachten valt of als het ook bij mensen uitgevoerd kan worden.”

In andere gevallen kun je alleen bij een dier de oorzaak van bepaalde problematiek onderzoeken. „Neem onderzoek naar welke factoren een rol spelen bij het verslaafd raken aan drank of drugs. Dit kunnen we beter onderzoeken bij een dier dat hieraan nog nooit is blootgesteld, dan bij een mens die door verslaving al in een kliniek is beland.”

Bij dierproeven denken de meeste mensen vooral aan muizen en ratten in een laboratorium. Maar onderzoeken waarbij kattenbezitters gevraagd worden om hun kat deel te laten nemen, geldt soms ook als een dierproef. Zoals bij de studie naar de links- of rechtspotigheid van katten. Waarom dit belangrijk is? Om uit te zoeken hoe de linker- en rechterhersenhelft samenwerken. Vanderschuren: „Beide hersenhelften lijken identiek, maar er zijn veel verschillen. Het is belangrijk om te weten hoe hersenen werken. Bijvoorbeeld als door een beroerte iemands ene hersenhelft is aangetast.”

Gedragsbioloog Claudia Vinke: „In zijn algemeenheid geeft het dierlijk functioneren, zowel gedragsmatig, fysiologisch of neurologisch, inzicht geeft in het menselijk functioneren.” „Dit kan ten aanzien van veel vraagstukken. Bijvoorbeeld om te kijken naar het verloop van de taalontwikkeling, waarom we agressie vertonen of over onze emotionele ontwikkeling. Aangezien diermodellen net een beetje simpeler kunnen zijn dan humane modellen, zijn de verschillende onderwerpen vaak net iets beter inzichtelijk te krijgen. Begin je onderzoek altijd met een eenvoudig model om complexere vraagstukken te begrijpen.”

'Onderzoek komt ook dieren ten goede'

Neem het onderzoek waaruit naar voren is gekomen dat honden ’s nachts wakker liggen omdat ze net als mensen piekeren. Leuke krantenkop, maar wat hebben we eraan? Veel, zegt, Vinke. „Dit experiment heeft te maken met stress gerelateerd onderzoek. Dit kan ook inzicht geven in stress en stressherstel bij mensen. En het is uiteraard ook zinvol voor de hond zelf als je bijvoorbeeld kijkt naar stressreductie bij kennelhonden.”

Want dat is ook wat Vanderschuren zegt: het komt vaak ook de dieren ten goede. „Wij houden veel dieren als huisdier of in de veehouderij. Als wij daar op een verantwoorde manier mee willen omgaan, is het belangrijk om te zien hoe zij zich gedragen en hoe mechanismen in de hersenen hierbij een rol spelen. Dan pas kun je zien of het gedrag dat zij vertonen natuurlijk is of niet.”

Neuroten zijn hebben voorkeur voor rechts

Afgezien van dat dergelijk onderzoek dus heel belangrijk is, is het voor de leek vaak ook gewoon vermakelijk om te lezen. Neem opnieuw de studie naar de ’pootvoorkeur en het temperament van de huiskat’ van de Universiteit van Belfast. Hieruit blijkt dat als een kat een duidelijke voorkeur heeft voor de rechter of linker poot hij een vriendelijk, speels en aanhankelijk huisdier is. Is er geen duidelijke pootvoorkeur dan is de kans groot dat het beestje neurotische trekjes heeft en angstiger, agressiever en minder gehoorzaam is. Om tot deze conclusie te komen moesten negentig katten vijftig pogingen doen om lekkernijen uit een voedseltoren te peuteren. Dit deden zij voor onderzoek naar de ontwikkeling van de linker- en rechterhersenhelft. Ook relevant voor mensen.

Of de piekerende hond. Volgens Hongaars onderzoek, dat werd gepubliceerd in The Royal Society, kunnen zij net zulke slechte slapers zijn als hun baasjes als ze iets dwars zit. Voor deze studie werd het slaappatroon van zestien honden bestudeerd. Zij werden net voordat ze gingen slapen blootgesteld aan positieve en negatieve emotionele ervaringen. Zo werden ze geknuffeld door de eigen baas of juist benaderd door een intimiderend persoon. De honden met de positieve ervaring bleken beter te slapen. De meer gestreste honden werden vaak wakker en bleven langer hangen in hun remslaap. Dit onderzoek heeft volgens Vanderschuren te maken met testen naar stressgevoeligheid of verstoorde slaap-waakritmes, wat ook weer voor mensen relevant is.

OVER METRO DOSSIER

Elke zaterdag vind je bij Metro verhalen over spraakmakende zaken. We kennen het, doordeweeks moet alles vlug, maar gelukkig is er in het weekend tijd om lekker lang te lezen over opzienbarende onderwerpen. Boeiend? Absoluut! Schokkend? Soms. Confronterend? Misschien. Interessant, met een knipoog en vanuit meerdere perspectieven belicht? Altijd!

Ditmaal: Onze liefde voor huisdieren is onbegrensd, zo lijkt het vaak wel. Hoe komt dat? En wat zijn de voordelen?

 

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!