Waarom we ziek worden van drukte

1 juli 2017 om 05:02 door Margot Smolenaars
Waarom we ziek worden van drukte

Tieners en twintigers belanden vaker dan dertigers en veertigers op de bank van de psycholoog. Opgebrand, in paniek, angstig, in de war of depressief. Zijn millennials zwak? Of is er iets anders aan de hand? Metro ging op zoek naar het hoe, wat en waarom achter de druktedepressie.

Als versteend zat Nienke Thurlings het eerste uur van haar werkdag achter haar bureau. Verlamd door haar eigen incompetentie, althans, zo voelde ze dat. Geen idee waar te beginnen, de adrenaline over de bergen werk gierend door haar lijf. ‘Dan maar geen lunchpauze’, dacht ze nadat ze zichzelf gedwongen had eindelijk haar mailbox te openen, en werkte door. Vaker wel dan niet veertien uur aan een stuk. In het weekend ging ze feesten, liep ze festivals af en had ze de ene na de andere koffiedate. Op haar tijdlijn was Nienkes leven één grote aaneenschakeling van hoogtepunten. Work hard, play hard. In werkelijkheid lag ze nachtenlang wakker van de paniek, had ze continu een koortslip en liep ze soms wel drie keer in de maand een ernstige griep op. „Mijn lijf gaf het op”, zegt ze kernachtig. „De huisarts gaf me uiteindelijk de diagnose: burn-out.”

Nienke was toen 24 jaar.

Opgebrand terwijl je nog maar net begonnen bent aan je volwassen leven. Dat klinkt als een tegenstelling, maar voor 100.000 Nederlanders onder de 35 jaar is het de spijkerharde realiteit, becijferde het CBS. Het percentage jongeren dat kampt met stressgerelateerde klachten was nog nooit zo hoog.

Metro wilde weten hoe groot dat probleem werkelijk is. Daarom ging vorige week een enquête live, die door maar liefst 1816 jongeren tussen 18 en 34 jaar werd ingevuld. Dit zijn de bevindingen (houd je vast): 63 procent heeft een psycholoog bezocht, ruim 38 procent zit nu nog in therapie, voornamelijk vanwege werkdruk, de druk van het sociale leven of de combinatie daarvan. Redenen als ‘de behoefte eeuwig perfect te zijn op alle fronten’, ‘onzeker’, ‘de druk op het werk/stage is veel te hoog, want voor mij tien anderen’ en ‘te veel keuzes op jonge leeftijd’ worden vaak genoemd. 64 procent zegt minstens een paar vrienden te hebben die ook psychologische hulp hebben ingeschakeld. 24 procent is dagelijks bang een burn-out te krijgen, 14 procent is overspannen.

Wij vroegen jullie aan te geven wat de reden was dat je naar een psycholoog ging. In de afbeelding jullie antwoorden

Ook Omroep Human/3FM en MIND, een initiatief van het Landelijke Platform Psychische Gezondheid, Fonds Psychische Gezondheid en Korrelatie, liet in april 2017 onderzoeken hoeveel jongeren stressklachten ervaren, door 624 jongeren tussen 18 en 24 jaar te bevragen naar psychische klachten. 43 procent antwoordde ja op de vraag of ze psychische klachten als slecht slapen, piekeren, angstige of sombere gevoelens en problemen met eten hadden. Van die 43 procent bekende maar liefst 80 procent die klachten al langer dan twee maanden te hebben.

Generationeel gejank

Dat zijn geen misselijke cijfers. Wat is er toch aan de hand? Vraag het de oudere generaties, en die zullen neerbuigend zeggen: ze kunnen niks hebben. Te beschermd opgevoed. Gepamperd. Termen als applausgeneratie en millennial-sneeuwvlokjes vallen. Afijn: journalist Thomas Hogeling heeft inmiddels een aardige Tumblr vol generationeel gejank verzameld.

Het erge is: sommige millennials geloven dat. Zo houdt 41 procent van de ondervraagde jongeren uit het eerder aangehaalde MIND-onderzoek zijn of haar klachten stil uit angst voor een aansteller aangezien te worden. Maar liefst 30 procent vindt zichzelf ook écht een aansteller.

Nienke, inmiddels 31 jaar, moet daar een beetje van zuchten. „Ja, ik dacht heel lang ook zo, hoor. Kom op, zei ik dan tegen mezelf, je bent verdorie 24. Gewoon even doorbijten, dóór, dóór, dóór.” En kijk waar die houding haar gebracht heeft: „Omdat ik zo lang met klachten door ben blijven lopen, was uiteindelijk mijn hormoonhuishouding naar de klote, had ik nul concentratie en nul conditie meer en faalde mijn immuunsysteem. De eerste twee maanden kon ik nog geen boterham met pindakaas smeren, mijn moeder deed dat voor me. Ik wist gewoon echt niet meer hoe dat moest. Het heeft weken geduurd voor ik me weer een paar uur achter elkaar fijn voelde. Maanden voor dat fijne gevoel weken aanhield. Het kostte me jaren om die burn-out op te lopen, en het duurde net zolang om weer gezond te worden.”

Vier jaar geleden richtte Thurlings de site Jong Burnout op, die 80.000 unieke bezoekers per maand trekt. Inderdaad: 80 procent van al die eerder genoemde CBS-jongeren die officieel burn-out zijn. „Geloof je het zelf”, stelt ze de retorische vraag, „dat ik bijna alle jongeren met een burn-out bereik? Het probleem is véél groter dan de officiële cijfers suggereren.” De verklaring is volgens haar ontstellend simpel. Sinds 2012 is de behandeling van burn-out uit de zorgverzekering gehaald. De meeste verzekeringen vergoeden wel psychologische zorg, maar niet als het om burn-out gaat. „Met als gevolg dat psychologen andere stoornissen diagnosticeren en binnenskamers een burn-out behandelen.”

Millennial therapie

Eén van de psychologen die probeert te voorkomen dat het zover komt, is Ariane Faas. Haar praktijk biedt als enige in Nederland sinds een jaar Millennial Therapie aan. „Omdat we een doelgroep jongeren zagen die veel te lijden had en toch geen baat bleek te hebben bij reguliere behandelingen”, verwoordt Faas de reden voor het opzetten van dit traject. “Ze zijn niet echt depressief, maar wel op weg. En niet echt angstig, maar wel zodanig dat ze last ervan hebben. Niet echt overspannen, maar wel ertegenaan. Je kunt ze dus niet behandelen voor de stoornis, want die hebben ze nog niet.”

De crux van Millennial Therapie vat ze kernachtig samen: „We frustreren de boel.” Want, zo legt ze uit, de gemiddelde jongere zit met een scherp gedefinieerd ideaalbeeld in zijn hoofd. „Of dat beeld wel realistisch of haalbaar is, kunnen ze soms slecht inschatten. Daarbij zijn sommige gedachten over de wereld en hun plaats daarin, gevoed door hun schermgebruik, gewoon niet houdbaar.” Dat klinkt alsof Faas en co hun millennialklanten met beide benen op de grond zetten. „Ja, dat klopt wel. Tijdens de intake waarschuwen we ze ook, want onvermijdelijk willen ze ermee stoppen na één sessie, omdat ze denken dat we ze niet begrijpen. In feite leren we ze om te gaan met frustraties, negatieve gedachten en conflicten. Daar ligt de werkelijke worsteling voor deze generatie.”

Als het eenmaal ‘klikt’ in de hoofden van die jongeren, dan klikt het ook razendsnel. „Meestal is het na een paar sessies weer klaar. Ze zijn heel snel in staat om heel veel informatie te verwerken”, zegt Faas. „Deze generatie is heel idealistisch en heeft grote ideeën. Als het ze lukt om met hun frustraties om te gaan, zijn ze tot veel moois in staat.”

Maakbaar geluk

„Had zo’n therapie tien jaar geleden maar bestaan”, reageert Jasmine Groenendijk (31). „Dat had veel ellende kunnen voorkomen.” Ogenschijnlijk had Jasmine alles voor elkaar. Een druk leven als freelance journalist, een mooie interviewrubriek in een landelijk weekblad en een boekendeal voor een roman bij een gerenommeerde uitgeverij. Om het af te toppen ging ze in 2015 drie maanden naar Bali om daar als digital nomad te leven. „Daar is het helemaal misgegaan”, zegt ze. „Ik durfde de straat niet eens op, zat de hele dag in paniek en angstig in mijn hotelkamer. Uiteindelijk is een vriendin naar Bali komen vliegen met antidepressiva en had ik Skype-sessies met mijn therapeut. Terug in Nederland ben ik in bed gaan liggen en daar ben ik een paar maanden niet meer uitgekomen.”

Dat ze in een depressie afgleed, had Groenendijk wel door. „Alle seinen stonden daarvoor op groen. Ik was overwerkt, deed klussen die ik niet zo leuk vond en mijn relatie was uit, dus ik stond op straat. Op weg naar een interview klokte ik bijvoorbeeld een biertje naar binnen met Oxazepam, om maar verdoofd genoeg te zijn om de opkomende paniek te onderdrukken.”

Sinds haar laatste depressie kiest ze rigoureus voor rust. Ze blogt er openhartig over op Daily Dipster, maar verder matigt ze bewust haar (social) mediagebruik. „Het idee dat geluk maakbaar is, is heel hardnekkig. Uit ervaring weet ik dat dat niet klopt, en toch tuin zelfs ik er telkens in. Festivals en mensenmassa’s, dat doe ik bijvoorbeeld niet meer. Niet toegeven aan de gedachte dat het aan mij ligt, is een continue strijd.”

Pioniers

Daar roert Groenendijk een belangrijk verschil met oudere generaties aan: nooit eerder brachten jongeren zoveel tijd op social media door. Sterker nog, buiten millennials is geen enkele generatie ooit opgegroeid in een virtuele én een werkelijke wereld. Een wereld die bovendien razendsnel verandert en waarin vrijwel niets bij het oude blijft. Nienke Thurlings van Jong Burnout heeft daar ook zo haar gedachten over: „Oudere generaties zeggen, waar maak je je druk over, je hebt alles wat je kunt willen. Maar er is geen referentiekader meer. Hoe het vroeger ging, is niet meer relevant, want de wereld is veranderd. Je kunt de toekomst niet vormgeven door naar het verleden te kijken. En hoe de toekomst eruitziet, gaan deze jongeren uitvinden. Ze zijn pioniers.”

Hoogleraar psychiatrie Witte Hoogendijk onderschrijft dat. „Alle grote vraagstukken van deze tijd gaan hoe dan ook door onze jongeren opgelost worden. Klimaatverandering, robotisering, nucleaire dreiging, genetische manipulatie, dna-synthese: om maar wat te noemen. Die oplossingen komen er, daar maak ik me niet zo’n zorgen over. Over millennials, mijn kinderen en kleinkinderen dus, wel.” In Van Big Bang tot Burn-out, dat Hoogendijk met journalist Wilma de Rek schreef, onderbouwt hij een interessante theorie: onze hersenen kunnen de stress van de huidige informatiemaatschappij niet meer bijbenen. „Ons stressresponssysteem is ten dele vergelijkbaar met een verstandskies: een nutteloze tand, die kan ontsteken, waardoor je er nog last van krijgt ook.” Met andere woorden: ons stressresponssysteem bevat nog altijd ‘oude’ onderdelen, die stammen uit een tijd dat er nog niet eens leven op aarde was. Zo reageerden eencelligen al op hittestress door ‘heatshock proteïnen’ te produceren. „Tot op de dag van vandaag maken mensen bij psychologische stress hetzelfde type proteïnen aan. Zo bekeken is ons stressresponssysteem een opeenstapeling van verouderde bouwblokken. Daar moeten we het maar mee doen. Best zielig.”

Voortdurend alarm

Hoogendijk legt uit dat in het verloop van de tijd achtereenvolgens vissen, insecten, reptielen, zoogdieren en primaten miljoenen jaren de tijd hadden zich aan te passen. Evolutionair gezien komt de mens nog maar heel kort geleden het plaatje in wandelen, en daarbij heeft homo sapiens aardig wat aan zijn leefomgeving geknutseld: van agrarische tot industriële tot online revolutie. Die versnelling gaat veel rapper dan de evolutie. „Een half miljard jaar geleden ontstond bij vissen het belangrijkste deel van ons stressresponssysteem, waardoor deze kon vluchten of vechten. Zo moesten vissen een manier ontwikkelen om met gevaar en kansen om te gaan en bijvoorbeeld het immuunsysteem te activeren voor het geval hij gewond raakte en een infectie zou ontstaan. Tot op de dag van vandaag maken mensen bij psychologische stress diezelfde immuunstofjes aan. Je ervaart stress en voelt je lichamelijk ook niet helemaal top, alsof je een virusinfectie hebt opgelopen.”

In onze tijd slaat ons stresssysteem voortdurend alarm. Dat heeft in veel gevallen nut. Denk bijvoorbeeld aan een auto die te snel op je af komt, waardoor je je razendsnel uit de voeten maakt. Maar het slaat ook aan bij vijftig WhatsAppberichten in een uur tijd, of als je je mailbox opent en ziet dat er twintig mails op antwoord wachten. „Voor dat type psychologische en sociale stress is het systeem nooit ontworpen. Je kunt er immers niet van vluchten of tegen vechten.”

Wij vroegen jullie in één steekwoord te omschrijven hoe je je voelt als je je telefoon kwijt bent. In de afbeelding jullie antwoorden

Maximaal gemakkelijk

Om daar exclusief social media de schuld van te geven, gaat te ver, vindt Hoogendijk. „Social media zijn in dit verhaal een daily hassle, die je kunt vergelijken met luidruchtige buren”, zegt hij. „Het is nooit de reden dat mensen hulp zoeken of ziek worden.”

Daarbij zijn de huidige apps halffabrikaten: nog niet zover dat ze het ons maximaal gemakkelijk maken. Millennials zijn daar het haasje van. „Een kwart van mijn mail is spam en dus irritant”, legt Hoogendijk uit. „Maar het is een kwestie van tijd voor er filters zijn, zoals LinkedIn, die me ervan verlossen. Facebook is superhandig, maar het was nooit de bedoeling dat je er twee, drie uur per dag aan kwijt was. Op den duur komen er filters die dat voorkomen, door alleen relevante posts voor te schotelen. Millennials zijn de eersten die zich door al die halffabrikaten heen moeten worstelen, en er oplossingen voor moeten verzinnen.”

Maar, zo gelooft de psychiater: hierna wordt het beter. Véél beter. „Dat kan haast niet anders”, lacht hij. „We bevinden ons in een tussenfase, een scharnierpunt in dit door de mens gedomineerde tijdperk. Als deze generatie erin slaagt al die grote vraagstukken op te lossen in ons voordeel, gaan we misschien wel weer terug naar onze natuurlijke staat, en doen we alleen wat als het hoognodig is. Hoe fijn zou dat zijn?”

Over Metro's Dossiers

Elk weekend duikt Metro de diepte in! Hoe? Elke zaterdag vind je bij ons verhalen over de meest spraakmakende zaken. We kennen het, doordeweeks moet alles vlug maar gelukkig is er in het weekend tijd om lekker lang te lezen over opzienbarende onderwerpen. Boeiend? Absoluut! Schokkend? Soms. Confronterend? Misschien. Interessant, met een knipoog en vanuit meerdere perspectieven belicht? Altijd!

Onze beste auteurs, vormgevers, filmmakers en fotografen stellen deze bazige dossiers voor je samen. Zo heb jij op maandag gegarandeerd een tof verhaal om te delen met vrienden en collega's. Met Metro’s Dossiers ben je helemaal up to date. Stop met koppensnellen en verwen je hersencellen!

In dit dossier gaat het over stress en burn-outs: hoe komt het toch dat het lijkt alsof onze generatie massaal op de bank bij de psycholoog ligt en bovenal: hoe voorkom je dat je zelf met een burn-out eindigt? We deden een enquête onder ruim 1800 lezers, en vroegen experts en ervaringsdeskundigen naar hun visie op burn-outs. Allemaal met maar een doel: het taboe op burn-outs doorbreken.

Meer uit Dossier Burn-out

 

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!