Kankerpatiënt Oscar Westbroek: rennen voor het leven

13 september 2017 om 16:38 door Sander Schomaker
Kankerpatiënt Oscar Westbroek: rennen voor het leven

Oscar Westbroek (22) was twee jaar geleden net met zijn tweede jaar Bedrijfskunde begonnen op de Hogeschool Utrecht toen hij opeens onverklaarbare blauwe plekken en een uren durende bloedneus kreeg. Hij bleek leukemie te hebben, oftewel bloedkanker. Na een slopende periode met vele tientallen chemo’s en honderden chemotabletten gaat het nu een stuk beter met hem. Een belangrijke rol bij zijn herstel speelde het Helen Dowling Instituut, dat psychologische zorg verleent aan kankerpatiënten en hun naasten. Als dank gaat Oscar aanstaande zondag de Dam tot Damloop lopen om geld in te zamelen voor het HDI.

16,1 kilometer

„Ik weet eigenlijk niet of ik er klaar voor ben”, zegt Oscar lachend aan de keukentafel in zijn ouderlijk huis in Amersfoort. „Ik vind het heel spannend. Het zal zwaar worden. Dat merkte ik drie maanden geleden toen ik De Tien Kilometer van Amersfoort heb gelopen. Op een gegeven moment ben je op. De laatste kilometer was het gewoon slepen. En nu moet ik zes kilometer meer lopen.” 

Hij is blij dat hij zijn normale leven steeds meer kan oppakken, al merkt hij dat hij fysiek nog lang niet de oude is na twee jaar zeer intensieve behandelingen. „Ik heb vroeger heel veel gesport: gevoetbald, getennist en gehockeyd. Maar na alle chemo en medicijnen is mijn lichaam een stuk krakkemikkiger. Ik heb nu veel sneller pijntjes en blessures, dingen waar ik vroeger nooit last van had.”

12 kilo afgevallen

Toch ziet Oscar al weer normaal uit. Een jaar geleden was zijn gezicht nog helemaal opgezwollen. „Dat kwam vooral door de medicijnen en omdat ik veel meer moest eten dan normaal. Vanuit het ziekenhuis werd erop gehamerd: blijf calorieën innemen. Als ik niet het dubbele aantal calorieën at als voorheen, dan viel ik gewoon pijlsnel af. In het begin van de behandeling was ik me daar niet van bewust en at ik dus normaal. Toen viel ik binnen twee weken twaalf kilo af!”

Oscar kwam eerder in het nieuws omdat hij anderhalf jaar lang op zoek was naar een stamceldonor voor een stamceltransplantatie. Omdat hij een Indische vader heeft, had Oscar niets aan ‘Westerse-donoren’ en ‘Indo-donoren’ bleken er nauwelijks te zijn. „De kans op een match voor Westerse patiënten is 1 op 50.000, dus dat geldt niet voor mijn situatie. Daar is de kans nog héél veel kleiner. Als eerste wordt de familie getest. Ik heb twee oudere broers en daarmee is de kans genetisch het grootst: 1 op 4. Maar ook daarmee was geen match.” 

Plan B

Dat was een grote tegenslag en daarom werd voor hem een ander plan bedacht. „In het begin is de behandeling heel intensief. Toen zat ik op zo’n acht chemokuren per maand. In een half jaar heb ik toen 49 chemokuren gehad. Normaal gesproken ga je na dat eerste half jaar van behandelingen door naar een stamceltransplantatie, maar daar was dus geen donor voor. Toen werd er gekeken naar alternatieven en werd besloten om nog een jaar door te gaan met chemokuren en daarna nog een jaar met chemopillen.”

HDI

Door de intensiteit van de chemo’s in de eerste maanden van zijn behandeling had Oscar nauwelijks tijd te verwerken wat er allemaal met hem gebeurde.  „Om vijf uur in de middag kreeg ik te horen dat ik kanker had en drie uur later moest ik me melden in het ziekenhuis met genoeg spullen voor een hele maand. Nee, ik heb in die eerste periode nooit tijd gehad om iets te verwerken. Dat gebeurde pas een heel stuk later bij het Helen Dowling Instituut. Zij verleenden psychologische zorg en dat was heel fijn. Ik kreeg hulp bij angsten waar ik niet alleen uit kwam. En ik wilde niet mijn ouders belasten met: ‘goh, pap en mam, misschien ga ik wel dood’. Die angst hadden zij natuurlijk zelf ook wel. Maar dat houd je dan binnen. Daarom was het fijn om met een professionele therapeut te praten buiten de eigen omgeving, die weet wat de ziekte met zich meebrengt op psychologisch gebied.”

Dam tot Damloop

Nu Oscar langzaam de draad weer oppakt, kan hij genieten van de kleinste dingen in het leven. „Als het puur aan mijn lichaam had gelegen, had ik 2016 niet gehaald, nu gaan we al richting 2018, daar word ik heel vrolijk van.” Ook van sporten wordt hij gelukkig. „Die 16 kilometer is zondag echt een uitdaging voor me. Het is een doel dat ik ga halen, want ik loop hem sowieso uit, al zal ik dat waarschijnlijk op karakter moeten doen.”

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!