Single in the City: ‘Voel je niks van’

18 mei 2017 om 12:26 door Iris Hermans
Single in the City: ‘Voel je niks van’

Metro’s Iris is single. Een kijkje in haar vrijgezelle leven, al gaat het er (helaas) niet altijd even wild aan toe. Overeenkomsten tussen bestaande manspersonen en verhaalpersonages, berusten niet op louter toeval.

Die wordt van mij

Mag ik deze even in je zak hangen? vraag ik vriendelijk. Hij kijkt me aan, lacht dan breed en pakt mijn telefoon. Soms is er nu eenmaal niet meer voor nodig dan een lege iPhone.

Ik sta op een feestje midden in de stad en was tot iets daarvoor naarstig op zoek naar iemand met een oplader. Mijn oog viel op de broek van een blonde jongen. Een wit snoer hing uit zijn zak en ik wist meteen: die wordt van mij. Na de telefoon wisselen we personalia uit en als hij erom vraagt, fluister ik mijn leeftijd.

Hij is wel wat jonger, zo vertelt hij. „Maar voel je niks van” en een grijns siert zijn twintigers lippen. „Of juist wel”, vul ik met mijn ondeugende dertigers knipoog aan. Hij heeft ze véél ouder gehad, doet hij er een opschepje bovenop. „37 en zelfs een van 48.” Zijn pretogen stralen ineens nog meer plezier uit.

Terwijl ik nip van mijn Moscow Mule, krijg ik een flashforward naar een Privé uit 2021 en vraag hem of hij Patricia Paay zou doen. Hij twijfelt geen seconde. „Ja, tuurlijk” en plotsklaps voel ik me een jong blaadje, klaar om geplukt te worden.

Hoe staat het met mijn telefoon? knik ik naar zijn zak. Hij vraagt om mijn pincode en toetst daarna iets in. Zijn nummer, onder J. „Zin om nog wat te doen?” appt J.

Samen met een vriend van hem lopen we door de verlichte straten van nachtelijk Amsterdam. Het is woensdag na twaalven, over minder dan een half etmaal heb ik een groot interview en het kan me niets schelen. De zomer hangt in de lucht, geroezemoes uit de cafés en frituurwalmen van de snackbars van het Rembrandtplein werken bijna als een afrodisiacum op mij en wanneer de arm van J per ongeluk niet per ongeluk mijn blote arm raakt, heb ik al lang besloten: ik ga nog niet naar huis, nog lange niet (nog lange niet).

Ze zullen toch niet denken dat ik een trio wil? schiet het even door mijn hoofd, maar wanneer J nog een keer zachtjes tegen me aanschuurt, besef ik me dat dit geen toeval is. De kaarten zijn reeds geschud. Zijn vriend gaat op een bankje zitten om een pretpeuk te roken, onze aandacht wordt getrokken door de aanstekelijke muziek en fluorescerende letters van Smokey, een van de feestcafés op het plein. We kijken elkaar aan en hij pakt mijn hand. Kom, zegt hij sensueel dwingend met zijn Amsterdamse accentje, „Daar gaan wij naartoe. Nu.”

André Hazes zingt ons tegemoet wanneer we het klamme etablissement inlopen en Lil’ Kleine volgt hem op als we ons nestelen aan de bar. In de 53 minuten die volgen, proosten we met Jägerbombs op André, de woensdagnacht, het leven en nog maar een keer op de woensdagnacht. En nog een keer, want die bommetjes drink je weg als Limoncello. En slaan in als een ware sexbom, merken we allebei, getuige de afstand tussen ons die steeds minimaler wordt en de temperatuur die maar lijkt te blijven stijgen.

En dan zoent hij me, daar aan de bar van de Smokey. Je voelt er inderdaad iets van, schiet het nu door mijn lichaam. Het is woensdagnacht, de week hebben we zojuist snoeihard doch tergend lekker langzaam doormidden gezoend en morgen is morgen. Of vannacht.

 

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!