Single in the City: Carpe Momentum

11 januari 2017 om 21:28 door Iris Hermans
Single in the City: Carpe Momentum

Metro’s Iris is single. Een kijkje in haar vrijgezelle leven, al gaat het er (helaas) niet altijd even wild aan toe. Overeenkomsten tussen bestaande manspersonen en verhaalpersonages, berusten niet op louter toeval.

Drakenvleugel

Ik zit op een after, het is eigenlijk hoogste tijd om te gaan slapen, maar ik zie op tegen weer een brakke zondag alleen in bed. Piep piep, roept mijn telefoon dwingend en ik kijk op mijn scherm. ‘Moest ineens aan je denken, hartjeskussmiley.’ Afzender: ‘Rob Open Air (geile) beeremoji’. Wát een toptiming en met een glimlach ga ik terug in de tijd.

Ik kwam hem tegen toen het festival voorbij was en ik op de terugweg, banjerend door verkreukelde bekers, lege pakjes en halve muntjes op de grond, per se nog even mijn lippen wilde bijwerken. Ik probeerde gefocust in mijn spiegeltje de contouren van mijn mond te vinden met mijn MAC Lady Danger, ietwat bang uit te schieten en een horrorclown in reflectie te verwelkomen, totdat ik daarin een hoofd zag dat allesbehalve aan een horrorclown toebehoorde. Nieuwsgierig keek ik achterom.

190 centimeter Noord-Hollandse glorie pur sang, een hemd waaronder, behalve een zespak, de lijnen van een behoorlijke tattoo ontwaarden en een brutale grijns die mijn halfgestifte rode lippen instant deed opkrullen. „Zo zo, dat ziet er goed uit”, waren zijn eerste woorden. Ik beaamde dat, soms heb je nu eenmaal van die overzelfverzekerde gemoedstoestanden. We wisselden nummers uit, daar op die parkeerplaats bij de Gaasperplas.

Het appcontact kwam niet echt van de grond, tot zo’n tig maanden na dato. Ik zit dus op die after, krijg een appje van de eveneens nog wakkere Rob en na zeven berichtjes heen en weer, was het beklonken. Als ik thuiskom, bedenk ik me dat ik hem helemaal niet ken, maar in plaats van bang te zijn voor het onbekende, voel ik juist een tsunami van ongefilterde opwinding door mijn lichaam sidderen.

De bel gaat en ik hoor hem mijn vier trappen bestijgen. En dan staat Rob Open Air (geile) beeremoji voor me.

Hoi, zeg ik. Hoi, zegt hij. We kijken elkaar aan en worden bijna automatisch naar elkaar toe getrokken. Ik voel de immense spanning, zie hoe zijn mond weer in die grijns verandert en onbewust lik ik mijn rode lippen af, verheugd op wat gegarandeerd komen gaat, want dat voel ik aan alles.

Wanneer we zoenen, is het per direct volle bak aan. Al moet hij af en toe een hijs nemen van ‘zijn pijpie’, zoals hij die met zijn straatschoffie-accent noemt. Een vaporizer, waarmee hij naar vanille ruikende bijna blauwe walmen uitblaast, die niet veel later in mijn slaapkamer het mysterieuze duizend-en-een-dag-effect veroorzaken en waardoor ik me een Perzische prinses voel, daar tussen de lakens in mijn minimale zolderkamertje in Oud Zuid.

Eindelijk zie ik zijn tattoo in vol ornaat. Geen lullig ankertje, zo blijkt, want Rob heeft een voor eeuwig getekende drakenvleugel op zijn lijf, die vanaf zijn borst en via zijn arm tot op zijn rug loopt. Het staat hem ook nog.

Verdere details houd ik maar voor me, maar laat ik zo zeggen dat ik vóór deze jongen geen idee had wat je allemaal met een Ikea-hoekbank kunt doen. Als die bank toch Nederlands kon praten... En dan heb ik het nog niet eens over mijn tot daarvoor onschuldige barkruk gehad.

De reden waarom deze aantrekkingskracht zo intens was, ligt er hoogstwaarschijnlijk in dat we twee totaal verschillende personen uit compleet andere werelden zijn. Ergo: schaamteloos alle remmen los. Dat deden we dan ook, acht uur lang.

Daarna vertrok hij. De pijp was op, zijn pijpie ook.

 

 

l

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!