Iris Hermans
Iris Hermans Binnenland 1 dec 2016
Leestijd: 4 minuten

Balinees bed, kamelenkast? Martin heeft ‘t allemaal!

Een kijkje in het curieuze leven en de blauw-groene ogen van deze vrolijke koopman. „Ze veranderen telkens, ik lijk wel zo’n kameleonbeest!”

Warm

Hij praat over zijn antieke meubels bijna net zo warm als over zijn vrouw en kinderen en een favoriet stuk heeft hij niet. „Ik heb overal gevoel bij, alles heeft een verhaal.” Net als hijzelf, Martin Colmans van Verkoophuis Gerard Dou, hartje Albert Cuyp. Na een hectische jeugd, waar hij zich nog maar weinig van herinnert („zo leuk was het allemaal niet”), vertrok hij naar Israël. Hij ging het leger in, werd daarna vliegtuigbouwer en ontmoette er op zijn 23e Orly, dat ‘licht’ betekent in het Hebreeuws. Het werd zijn eerste echte lichtpunt in zijn leven en na drie maanden trouwden ze. „Iedereen verklaarde ons voor gek, jong als we waren, maar we waren verliefd.” 41 jaar later zijn ze dat nog steeds.

Prinses

Thaise pop van bladgoud (ook toen was de knot hot)

Ze staan in dezelfde zaak, maar lopen elkaar niet voor de voeten. Ooit had ze een prinses uit Qatar als klant. Ik ben ook een prinses, zei ze toen en hij moet weer lachen als hij eraan denkt. „De prinses van mijn man.” Hij zit nu zo’n twintig jaar op deze plek, daarvoor waren er andere winkels en hoe hij erin is gerold? Zoals alles eigenlijk in zijn leven, met een beetje toeval en dankzij een vriend met een uitdragerij op het Gerard Douplein. Het balletje ging rollen en waar het begon met oude tv’s en witgoed, zit Martin zo’n 33 jaar later in de exotisch geschilderde Pakistaanse ladekastjes, „heel gewild”, Engelse fauteuils en Thaise bladgouden poppen, onder andere.

Inboedels

Hoe hij eraan komt? Via zijn Engelse contact dat hij al 30 jaar heeft (‘gouden vent’), zolderopruimingen, containers van heinde en verre, inboedels… Al waren die laatste vroeger veel meer. „Nu leuren ze er eerst alle mooie spullen uit om ze via Marktplaats te verkopen en krijg ik de restantjes.” Van dat kringloopgoed, ja: „Word ik niet zo blij van.” Anderen blij maken is wel wat hijzelf graag doet. Persoonlijke service en iemand helpen waar dat kan. Een klacht? Lost-ie meteen op. „Al moet ik veel geld toeleggen, klanten tevreden houden, is wat ik wil.”

1001 Balinese Nachten

Als een kameel onder de Kamelenkast, vroeger tussen de bulten geplaatst

Hij strijkt over een bijzonder meubel, met een uitholling in het midden. „De kamelenkast, die werd vroeger hop tussen de bulten geplaatst.” Iets verderop staat een spannend bed dat zo vanaf de set van ‘1001 Indonesische Nachten’ lijkt te zijn weggeslopen. „Komt uit Bali”, en hij knipoogt ondeugend. „Als dat toch eens kon praten!” Hij houdt van de magie van spullen, de verhalen erachter en de geheime laatjes en vakjes. „Ik heb er weleens iets in gevonden…” Aan online verkoop doet hij niet, toch zijn er klanten uit alle windstreken. „Dan komen ze hier toevallig binnen tijdens hun zakenreis en laten hun favorieten opsturen.” Er komt van alles, al is-ie niet zo dol op backpackers, bekent hij hoofdschuddend. „Die kopen toch niets en stoten alles om met die grote zak van ze.”

Shaquille

Shaquille Uilkema is met zijn twintig jaar de jongste kracht. Drie jaar geleden kwam hij binnengelopen en is nooit meer weggegaan. Soms staat-ie in de winkel, maar meestal zit hij op de wagen om de meubels af te leveren. Martin slaat hem joviaal op de schouders. „Een betere kracht dan deze vind je niet. Hij is enthousiast en lacht altijd.” Shaquille krijgt een nog grotere lach op zijn gezicht, het licht uit de zilveren kroonluchter wordt mooi weerkaatst in zijn stoere gouden tanden. „Het werk is chill hier, altijd weer andere mensen en ze zijn altijd aardig.” Een bakkie koffie als hij de kast of bank komt afleveren en soms ‘een mooi fooitje’. En heel soms zijn er heel andere verzoeken van dames, maar daar gaat hij niet op in. „Dat gebeurt mij nou nooit”, verklapt Martin vrolijk.

Familiehuis

Zoon Sharon, normaal gesproken in de zaak, maar nu even in Brazilië

Ja, het leven is goed in zijn Verkoophuis dat een echt gezellig familiehuis is geworden. Zijn vrouw maakt elke dag ‘de lekkerste koffie van de markt’, dochter Shulamiet springt soms bij en zoon Sharon begon al op zijn veertiende. Ook hij kreeg het curiosa-virus te pakken en nu werkt hij bijna dagelijks met zijn vader. Ooit op een dag („wanneer die dag ook komt”), neemt-ie de zaak over. „Maar niet dat ik er dan nooit meer ben, hoor”, zegt Martin terwijl in zijn blauw-groene ogen een gouden twinkeling verschijnt die niet zou misstaan op een van zijn Chinese vazen of vergulde eierdopjes. „Ik hoop dat ik nog tot mijn honderdste kan blijven, ik ben gelukkig hier.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.