Mediaplanet
Mediaplanet LHBTQI+ 24 jul 2020 / 11:55 uur

‘Ik probeerde in mijn puberteit te verbloemen dat ik op jongens viel’

Iedereen moet vrij en veilig zichzelf kunnen zijn. Producent en presentator Sipke Jan Bousema zet zich al geruime tijd in voor meer zichtbaarheid van LHBTQI+’ers. Al spreekt hij liever van de regenboogcommunity.

Dit artikel is gecreëerd door Mediaplanet.

Wat versta je precies onder de regenboogcommunity?

„Mensen struikelen vaak over al die letters, merkte ik tijdens mijn werk aan documentaires en events over dit onderwerp. Bovendien praten we over een groep die breder is dan hen alleen. Iedereen die geen mainstream hetero is maakt een extra ontwikkeling door in de zoektocht naar zichzelf. Daar zijn vaak ook anderen zoals ouders en vrienden bij betrokken. Al die mensen schaar ik onder de regenboogcommunity. Het is de jus van de samenleving, zoals iemand het ooit noemde, maar ook een groep die sneller obstakels kan ervaren. Ikzelf probeerde in mijn puberteit te verbloemen dat ik op jongens viel. Na mijn verhuizing naar Hilversum kon ik niet alleen mijn tv-droom najagen, maar ook in een andere omgeving mijn seksualiteit en wie ik ben ontdekken.”

Waarom is zichtbaarheid zo belangrijk?

„Iedereen heeft het grondrecht om te zijn wie hij of zij werkelijk is, om te houden van wie hij wil en om zich overal vrij en veilig te voelen. Veel leden van de regenbooggemeenschap moeten daar nog elke dag voor strijden. Er is veel onwetendheid. Zichtbaarheid zorgt dat dingen normaler worden. Het is de sleutel naar acceptatie, zoals een Jamaicaanse homorechtenactivist het verwoordt. Alles draait om acceptatie, erkenning en gelijkwaardigheid.”

Hoe is het daarmee in Nederland gesteld?

„Er is nog heel veel ruimte voor verbetering. In Noord-Nederland bijvoorbeeld zijn de discriminatiecijfers ten aanzien van LHBTQI+’ers de laatste jaren gestegen. In ons land worden homoseksuelen nog steeds bespuugd en in elkaar geslagen als ze hand in hand lopen. Voor sommigen is het dus heel moeilijk om vrij en veilig zichzelf te zijn. Over de grens ook. In Polen zijn er zelfs LHBT-vrije zones en wordt de community gebruikt als een soort zondebok.”

 „Voor sommigen is het dus heel moeilijk om vrij en veilig zichzelf te zijn”

Hoe verhoudt de situatie nu zich tot die van vroeger?

„In de jaren ’70 streden Nederlanders al voor homo-emancipatie en dat gebeurt in principe nog steeds. Toch was de acceptatie in bepaalde periodes groter. Nu we selectiever omgaan met media en informatie, komen sommige mensen minder in aanraking met de regenboogcommunity. Er is te weinig zichtbaarheid of er wordt nog niet structureel over het onderwerp gesproken in het kader van acceptatiebevordering en daar moet beleid voor worden gevoerd. Landelijk, maar ook regionaal.”

Wat is jouw persoonlijke motivatie om je in te zetten?

„Ik had rood haar en sprak Nederlands in een Friese omgeving. Kennelijk was dat aanleiding om me te pesten. Ik weet hoe het is om buitengesloten te zijn, maar heb in die tijd ook geleerd om mezelf te verdedigen met het gesproken woord, en hoe veel kracht daarin zit. In die ervaringen ligt de oorsprong, denk ik.”

Wanneer is het werk ‘af’?

„Aan gelijkwaardigheid en acceptatie moeten we waarschijnlijk altijd blijven werken. Ik vind het wel hoopvol voor de toekomst dat mensen van de regenboogcommunity elkaar door technologie sneller en beter kunnen vinden. Vroeger dacht ik dat ik de enige homo was in Friesland. Nu vinden jongeren sneller gelijkgestemden waardoor ze misschien eerder hun ware kleuren durven te uiten.”

Hier lees je meer.

Redactie Mediaplanet: Marjolein Straatman

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
‘Ik probeerde in mijn puberteit te verbloemen dat ik op jongens viel’
Sluiten