Julia Osendarp
Julia Osendarp Gezondheid 20 mrt 2026
Leestijd: 9 minuten

Voedselprofessor Jaap Seidell waarschuwt voor ziekmakend voedselaanbod: ‘We weten niet meer wat er in voeding zit’

Voedselprofessor Jaap Seidell (68) probeert de maatschappij en de overheid te overtuigen om onze ziekmakende voedselomgeving te veranderen. Want het voedselaanbod is razendsnel veranderd en door onze natuurlijke aanleg voor gulzigheid blijven we maar produceren en consumeren. En dat moet anders, stelt de hoogleraar.

Seidell is voedingswetenschapper, emeritus hoogleraar Voeding en Gezondheid en zit binnen zijn expertise regelmatig om de tafel met belangrijke gezichten van de World Health Organization (WHO), Gezondheidsraad of andere overheidsorganen. Het is inmiddels zijn missie geworden om onze voedselomgeving gezonder te maken. En dat is nog een behoorlijke klus.

Seidell: „Ik ben al lang met dit vak bezig en zag de gezondheidsproblemen met de jaren steeds groter worden. Toen ik ooit begon met onderzoek doen naar overgewicht, waren er bijvoorbeeld weinig kinderen met obesitas. Maar dat probleem nam steeds meer toe. Toch klinken er nog steeds reacties dat de groep met overgewicht lui of dom is of niet over wilskracht beschikt. Maar dat kun je niet stellen als de halve bevolking inmiddels te zwaar is, dat dat allemaal, luie en domme mensen zijn zonder wilskracht.”

Eerder sprak Metro met diëtist en eettherapeut Jonathan Klaassen, die uitlegde dat afvallen niet op je bord, maar in je brein begint. En volgens voedingswetenschapper Marijke Berkenpas maken we voeding veel te ingewikkeld.

Jaap Seidell voedsel voedselprofessor voeding hoogleraar
Foto: Jaap Seidell

In het kort

  • Voedselprofessor Jaap Seidell pleit voor een gezondere voedselomgeving om welvaartsziekten te verminderen.
  • Hij benadrukt dat obesitas en overgewicht verdrievoudigd zijn door veranderingen in leef- en voedselomgevingen.
  • De industrie heeft baat bij de huidige ongezonde situatie en verzet zich tegen verandering, aldus Seidell.
  • Seidell stelt dat sociale ongelijkheid leidt tot ongezondere keuzes, vooral bij mensen met minder middelen.
  • Hij roept op tot een ministerie van Voedsel om beleid rond landbouw en gezondheid beter te verbinden.
  • Een gezonde schoollunch kan volgens hem voedingsgewoonten verbeteren en gezondheidsverschillen verkleinen.

Voedselomgeving gezonder maken

De cijfers omtrent obesitas en zogenoemde welvaartsziekten nemen toe en dat is volgens Seidell te verklaren. „In de afgelopen dertig jaar zijn die cijfers omtrent overgewicht verdrievoudigd. Dat komt doordat onze leef- en voedselomgeving is veranderd. Maar we hebben als mens tegenwoordig ook minder energie nodig door de komst van auto’s, computers en andere middelen die het gemak vergroten. Tegelijkertijd zijn we meer gaan eten, doordat we continu verleid worden. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar hoe onze supermarkten de afgelopen vijftig jaar drastisch zijn veranderd. En dan zijn er ook nog sociale verschillen die meespelen. Vooral de groep mensen die weinig tijd, geld, kennis en vaardigheden heeft, maakt ongezondere keuzes. Die groep koopt eerder inferieur gemaksvoedsel en ontwikkelt op de lange termijn allerlei gezondheidsproblemen.” Eerder waarschuwde ook huisarts Staf Hendrickx tegen Metro over de ziekmakende voedselindustrie.

Maar valt daar iets aan te doen? „Ja, we moeten de omgeving gezonder maken. Je kunt het mensen vertellen, maar het lukt de bovengenoemde groep niet om dat te doen. Daarom is het zo belangrijk dat we met overheidsorganisaties en andere betrokkenen nadenken over hoe we dat op de lange termijn gaan aanpakken.” 

Industrie en overheid 

Maar een ongezonde voedselomgeving simpelweg aanpassen, is dus niet zo eenvoudig. De voedselprofessor noemt daar vier oorzaken van op. „Om te beginnen gaat dat over de industrie. Die heeft namelijk baat bij de huidige voedselomgeving en wil dat niet veranderen. Daarom probeert de industrie op allerlei manieren te voorkomen dat er iets aan gedaan wordt. Lange tijd verkondigde de industrie dat zij zelf voor die verandering zouden zorgen, maar dat dat is niet gebeurd. De commercie heeft dus grote invloed op onze huidige, ongezonde voedselomgeving.”

Hij vervolgt: „Ook de overheid staat niet te springen om regels. Zodra onderwerpen als ‘frisdrank duurder maken’ of ‘groenten en fruit goedkoper maken’ aan bod komen, vliegen de argumenten over complexiteit en betutteling je om de oren. De politiek heeft nu eenmaal weinig zin om hiermee aan de slag te gaan.”

Voedselprofessor Jaap Seidell: ‘Geen algemene verontwaardiging over voeding’ 

 „Daarnaast is er weinig aandacht voor het verhaal achter dit probleem”, vertelt Seidell verder. „Dat de mensen met weinig tijd, geld, kennis en vaardigheden het meest vatbaar zijn in deze voedselomgeving. Ook daar staat de overheid niet bij stil, dat dit soort achterliggende factoren meespelen. En ook vanuit de samenleving is er weinig of geen urgentie rond dit thema. Er is geen algemene verontwaardiging over het voedselaanbod, ongezonde voeding op scholen of hoe kinderen verleid worden tot ongezonde keuzes. Dus wekt dat bij de politiek de indruk dat het dus niet nodig is.” 

De voedselprofessor benoemt ook dat er tegenwoordig meer aandacht is voor gezonde leefstijl en voeding. „Maar dat zien we niet terug in de cijfers wat betreft overgewicht. De gezondheidsverschillen worden namelijk groter. Je hebt de groep mensen die fysiek en mentaal gezond willen zijn en daarom bewegen en gezonde voeding eten. Maar dat zijn vaak mensen uit hogere sociale posities. Het gaat juist om de groep die ik eerder noemde en die door andere problemen niet in staat is om gezonder te eten. In Amsterdam zie je bijvoorbeeld dat het overgewicht in probleemwijken ernstig toeneemt. Terwijl in de wijken waar meer mensen wonen die bezig zijn met sport, fitheid, gezondheid of opleiding, dit soort cijfers juist omlaag gaan. Het probleem is er alleen niet mee opgelost, de gezondheidskloof wordt groter. Dat zie je ook op wereldwijd niveau.” 

Veranderingen in voedselsysteem 

Ziektes als obesitas, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, de ziekte van Alzheimer en sommige kankervormen, worden ook wel welvaartsziekten genoemd. Een term die Seidell niet per se passend vindt. „Dat wekt namelijk de indruk dat je door welvaart en geld, dik en ongezond wordt. Maar zoals ik al eerder sprak, is het juist andersom. De onderkant van de samenleving, met minder geld en welvaart, kiezen juist voor frisdrank en ander goedkoop en gemaksvoedsel.” 

Volgens de hoogleraar is onze voedselomgeving razendsnel veranderd. „In de jaren 60 aten we nog grotendeels lokaal en voeding van het platteland. Maar er is een hele snelle economische omwenteling gekomen. Mensen trokken naar de stad, het boeren werd minder en we pakten minder vaak de fiets. Meer mensen kozen voor banen in de digitale sectoren en gingen online werken. Er kwam meer aandacht voor goedkope arbeidskrachten en de export van grote voedselbedrijven naar arme landen. Tegenwoordig kun je overal chips en cola kopen.”

Hij vervolgt: „Grote multinationals, zoals Nestlé, Krafts en Danone, stortten zich op deze zogenoemde emerging markets en inmiddels hebben deze multinationals 80 procent van alle merken in handen. Daarna is het eigenlijk heel snel gegaan. Ook als je kijkt naar de voedselproductie in armere landen. In plaats van dat ze hun eigen voedselproductie hebben voor lokale producten, wordt de omgeving gebruikt voor productie van ingrediënten voor de voedselindustrie, zoals palmolie, kokosvet, soja en suiker.”

Gulzigheid 

In zijn nieuwste boek Grenzen aan de Gulzigheid benadrukt Seidell dat de mens een natuurlijke aanleg voor gulzigheid heeft. „Dieren en planten zijn niet gulzig. Zij eten wat ze nodig hebben en de rest laten ze staan. Gulzigheid is typisch iets van de mens. Uit oude geschriften blijkt ook dat de mens aan oppotten deed. Dat was toen functioneel, vanwege de seizoenen en schaarste die daarbij kwam kijken. Oftewel: ’Een deel van de opbrengst in zeven vette jaren opslaan om zeven magere jaren te kunnen overleven’. Maar tegenwoordig hebben we voortdurend meer eten dan we op kunnen. Dat geldt overigens niet alleen voor eten, maar ook voor geld. Mensen hebben veel meer geld dan ze nodig hebben. Bedoeld voor de toekomst.”

Seidell vervolgt: „We verzamelen en hamsteren veel, zodat we voortdurend bezig zijn met meer vergaren dan we nodig hebben. Dat is prima als goede en slechte tijden elkaar afwisselen, maar niet in een tijd van constante welvaart. We hebben te veel eten, te veel voorraad en onze huizen puilen uit. Andere biologische wezens doen dat niet. Gulzigheid heeft voordelen voor de mens, maar nadelen als het gaat om overproductie en overconsumptie. Dat zie je inmiddels ook in de landbouw. We putten allerlei bronnen uit, gebruiken het met grote gretigheid, maar doen niks om het op lange termijn veilig te stellen. Op die manier raken natuurlijke hulpbronnen op.”

Dus moet de mens een beetje tegen zichzelf beschermd worden, stelt de hoogleraar. „En zelfbeheersing leren. We zitten er nu middenin. We zijn rijk en gulzig en dat moet anders. Anders is alles straks op. We moeten met het systeem, oftewel de manier waarop we produceren en consumeren, aan de slag.” 

Systeem veranderen 

Er moet iets van buitenaf veranderen, volgens de voedselprofessor. „Het systeem loopt stuk. Dat gebeurt op twee vlakken: onder andere het voedselsysteem, waar we ziek van worden. Maar ook op economisch vlak, vanwege de druk op de zorg door al die zieken. Je ziet in de afgelopen kabinetten wel dat het gedachtegoed hierover steeds meer verandert en dat we moeten investeren in de toekomst. Maar daarin is de aanpak wel verkokerd. Oftewel: de minister van Landbouw houdt zich bezig met stikstof, import en export vanuit dat ministerie. Terwijl de minister van Landbouw niet stilstaat bij gezondheid. Tegelijkertijd houdt de minister van Volksgezondheid zich niet bezig met landbouw.”

Seidell: „Daarom pleit ik voor een ‘ministerie van Voedsel’, zodat ministeries over elkaars horizon durven te kijken. Wel zie ik, zeker op lokaal niveau, dat bijvoorbeeld gemeenten steeds meer aandacht schenken aan dit onderwerp. Die denken na over een lokaal en regionaal voedselsysteem. Maar je hebt ook organisaties die verenigen, waardoor verschillende terreinen samen optrekken, zoals Caring Farmers en Caring Doctors. Dat biedt hoop.” 

Stel, Seidell mocht nu iets rigoureus veranderen, dan zou hij een gezonde schoollunch introduceren voor alle kinderen in Nederland. „Dat is namelijk de meest goedkope en effectieve manier om voedingsgewoonten van toekomstige volwassenen te veranderen. Een schoollunch-beleid dat lokaal, duurzaam en gezond is. Als je dat introduceert, gebeurt er van alles. De gezondheid verbetert, schoolprestaties verbeteren, er komt meer tijd en ruimte voor andere dingen en het pestgedrag neemt af. Je kunt enorme stappen zetten met een simpele schoollunch.” 

Binding met voeding terugvinden 

Los van het kenteren van beleid, wat kan de mens zelf doen? „Het begint met het vergaren van kennis. In het boek Zelf Aan Zet, dat ik samen met hersenkenner Erik Scherder en Lili Genee schreef, vind je allerlei tips over hoe je gezondere keuzes maakt. Maar eigenlijk zouden we moeten beginnen bij het onderwijs. Ga volwassenen namelijk maar eens omkeren, dat is echt niet zo gemakkelijk. Maar als de voedseleducatie verandert, gebeurt er een hoop.”

Seidell vervolgt: „Een mooi voorbeeld is de schooltuin. Zodat kinderen begrijpen dat je leuk en lekker eten zelf kunt produceren. Kinderen zijn buiten, leren over het belang van insecten, weer, water, mest en dat je zelf eetbare dingen kunt maken. Daarmee verandert er iets in het brein. Door zo’n moestuin leer je weer anders kijken naar voedsel. Wij zijn de binding met ons voedsel namelijk kwijt. We weten niet meer wat er in voeding zit, hoe het groeit of waar het vandaan komt. Dat zouden we echt anders kunnen doen.” 

Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Het beste van Metro in je inbox 🌐

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang tot drie keer per week een selectie van onze mooiste verhalen.

Reacties