Metro
Metro Lifestyle 28 jan 2017 / 07:00 uur

Tess van Zalinge: ‘Alles moet groter en beter’

Amsterdam FashionWeek is inmiddels in volle gang. Modeontwerper Tess van Zalinge showt voor de derde keer op het modefestival. Alleen deze keer in de grote zaal, de Gashouder.

En daarmee behoort ze inmiddels tot de gevestigde orde. „Alles moet groter en beter”, aldus van Zalinge. Tijd om terug te blikken op haar vorige collectie en te horen hoe ze zich klaarstoomt voor haar derde collectie op de Amsterdamse modeweek, die ze samen met Royal Delft vormgeeft. FashionWeek ging in gesprek met het jonge modetalent.

Even terug naar je vorige show. Hoe kijk je daar op terug?
„Daar kijk ik met een goed gevoel op terug. Toen ik voor de allereerste keer showde ging ik er een beetje bleu in en deed ik echt waar mijn hart lag. Bij mijn vorige collectie had ik mezelf als doel gesteld om te onderzoeken of ik echt mooie producten kon maken waarbij ik ook de consument in mijn achterhoofd hield, in plaats van alleen maar vrij te ontwerpen. Het was een test om te zien of dat zou werken en er werd gelukkig heel erg goed op gereageerd. Voor de aankomende collectie ben ik nu zowel de conceptuele kant als de commerciële kant aan het uitvergroten.”

Heb je items verkocht naar aanleiding van je vorige show?
„Ik heb heel veel aanvragen gekregen, alleen ben ik nog niet zover dat ik echt producties kan draaien. Maar de aanvragen waren voor mij wel een bevestiging en dat was heel fijn. Vier dagen na de aankomende editie, is er een event bij X BANK en dan ga ik voor het eerst daadwerkelijk stukken uit mijn collectie verkopen, die een paar dagen daarvoor nog te zien was tijdens Mercedes-Benz FashionWeek Amsterdam. Je merkt dat er een verandering gaande is in modeland en dat mensen datgene wat er te zien is op de catwalk, meteen willen kopen. Grote labels bieden die mogelijkheid al, maar voor kleine ontwerpers in dat heel moeilijk. Maar dat een X BANK mij hiervoor heeft benaderd, vind ik heel tof. En dat is ook weer een test voor mij om te zien hoe dat gaat. Ga ik daadwerkelijk dingen verkopen? En hoe werkt dat dan? Dat vind ik heel spannend.”

De vorige collectie was dus een groot succes. Hoe voel je je na zo’n hoogtepunt?
„Na mijn vorige show ging ik eigenlijk direct verhuizen naar Amsterdam. Ik had maar een dag om lekker op bed series te kijken en na te genieten en de dag erop was alles al ingepakt en ging ik opeens naar Amsterdam. Ik had dus niet heel veel tijd om er bij stil te staan. Daarna werd ik vrij snel geselecteerd door HTNK voor Global Denim Awards. En binnen no-time zat ik dus weer in een andere flow.”

Wat ging er minder goed vorig jaar?
„Hier heb ik het toevallig ook met vrienden over gehad tijdens oudejaarsavond. Een echt dieptepunt heb ik niet gehad met mijn label, al vond ik het wel jammer dat ik nog geen verkooppunten kon realiseren. Maar gelukkig gaat daar in begin 2017 alweer verandering in komen bij X BANK. Verder was ik vaak gefocust op een einddoel en keek ik niet verder dan een show of presentatie. Dit jaar probeer ik dat anders aan te pakken door niet alleen bezig te zijn met de show. Ik wil graag een gezond bedrijf van mijn label maken en meer hulp vragen in plaats van alles zelf te willen doen.”

Aan wie vraag je die hulp?
„Martijn Nekoui helpt gelukkig veel en laatst heb ik Frans Ankoné en Peter Leferink uitgenodigd in mijn atelier om mee te kijken naar mijn werk en om te sparren over waar ik mee bezig ben. Ik vind het fijn als ze naar mijn werk kijken en meedenken over welke kant het op moet gaan. En of ze het eens zijn met waar ik over vijf of drie jaar wil staan en of dat een logische zet is. Soms is het namelijk moeilijk om objectief en met een afstand te kijken naar je eigen werk. Al wordt het onderbuikgevoel dat ik zelf al heb, ook vaak door anderen bevestigd. Als je het soms even niet meer weet, dan is het fijn als anderen meekijken. Ook heb ik dit jaar voor het eerst drie stagiaires. Een afgestudeerd designer uit Finland, een student van AMFI en nog een derde coupeuse, die is afgestudeerd aan de Meesteropleiding Coupeur, waar ik voor deze collectie ook mee samenwerk. Heel fijn om zoveel hulp te hebben.”

Hoe is het nu met je, zo vlak voor de Mercedes-Benz FashionWeek Amsterdam?
„Ik heb stress, heel veel stress. Ik heb nog nooit in zo’n korte tijd een grote collectie als deze weten te realiseren. Voor de Global Denim Awards heb ik een capsulecollectie gemaakt in samenwerking met een fabriek in het buitenland. Een superleuk en intensief programma, maar dat snoepte natuurlijk wel tijd af van de collectie die ik zou gaan showen op de Amsterdam FashionWeek. En dat betekent nu extra veel stress. Want ik ga deze keer showen in de Gashouder en veel meer looks presenteren. Alles moet groter, meer en beter. En dat allemaal in iets meer dan twee maanden.”

Hoe ga je om met de stress?
„Ik heb al vaak yoga geprobeerd, maar daar ben ik echt te onrustig voor. Dit jaar wil ik graag een hond. Dan kan de hond lekker de hele dag rondscharrelen in mijn atelier en kom ik tenminste nog een keer buiten. Ik moet echt een stok achter de deur hebben om dat soort dingen te doen. En daarnaast denk ik ook dat ik de stress volhoudt doordat ik mijn werk zo leuk vindt. Het proces naar een collectie toe, dat twijfelen en keuzes maken, vind ik heel ingewikkeld. Maar wanneer ik dan uitgeknipte stofdelen zie liggen of als er iets onder de machine vandaan komt en er goed uitziet, dan geeft me dat een goed gevoel. En ook van alle samenwerkingen krijg ik ontzettend veel energie.”

Wat vind je daar zo leuk aan?
„Ik vind het leuk om een soort van kruisbestuiving tot stand te laten komen, dat inspireert mij heel erg. Voor deze collectie werk ik bijvoorbeeld samen met Quality Textiles, het TextielLab die zijn eigen stoffen ontwikkeld, Meesteropleiding Coupeur en Royal Delft is mijn creatieve partner voor deze collectie. En ik werk ook samen met De Hoedenmaker. Ik wist nog helemaal niets van hoeden maken. Ik weet er nu nog steeds niet heel veel van, maar elke keer als ik bij ze langs ben geweest, kom ik terug met nieuwe ideeën. Ik word er heel erg blij van om mensen bezig te zien met iets waar ze heel gepassioneerd over zijn. Ik ben ook dingen aan het maken waar ik helemaal blij van word. En het werkt ook andersom als ik mijn werk weer aan hen laat zien. Dan worden zij weer blij van mijn energie, een ideale kruisbestuiving al zeg ik het zelf.”

Waarom show je dit jaar in de Gashouder?
„Iedere designer krijgt de mogelijkheid om drie keer te showen in het Transformatorhuis, maar ik wilde toch graag een groeicurve maken. Ik heb het er veel met anderen over gehad, die vonden het wel een risico om te showen in de Gashouder. Dus ik vind het ook wel heel erg spannend. Vorig jaar stond ik nog met trillende beentjes voor het eerst mijn show te geven in het Transformatorhuis, en dan sta ik nu opeens in de Gashouder, in die enorme zaal. Mijn collectie en signatuur is heel intiem eigenlijk en dat vond ik wel de grootste uitdaging om dat zo te houden. En ik hoop natuurlijk gewoon dat de zaal vol zit en iedereen superenthousiast is.”

En tot slot: wat zijn je doelen voor 2017?
„Ik zou heel graag de stap naar het buitenland willen maken. Ik ben nog een beetje in dubio over waar dat precies zou moeten zijn. Dat kan van alles zijn en het hangt er heel erg vanaf waar ik zelf heen wil met mijn bedrijf. Gelukkig zijn er veel ontwerpers die alle richtingen op gaan. Bijvoorbeeld Maison de Faux die richting New York is gegaan. Dat vind ik heel erg tof om te zien, dat mensen dat durven en die stap nemen. Ik heb al veel meningen verzameld uit mijn omgeving, maar ik moet nu nog voor mezelf een besluit nemen welke kant ik op ga. Maar het moet iets zijn waar ik mezelf fijn bij voel. Misschien als straks de show staat en ik alles voor me zie, dat ik dan duidelijk een richting zie. We zullen het zien.”

Tekst: Anne van Laarhoven / FashionWeek

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Tess van Zalinge: ‘Alles moet groter en beter’
Sluiten