10 juli 2017 om 10:06
Lezerscolumn van: M Susebeek
M Susebeek

Mens & Maatschappij

"Kijk eens wat ik kan!"

Deze column in de krant?
37

Laatst was ik met mijn dochtertje in een indoor speelparadijs. We bevonden ons allebei in hetzelfde speeltoestel. Zij zat heerlijk ergens beneden te spelen waar ik haar een beetje kon zien en vooral goed kon horen en zelf lag ik wat hoger languit op een soort van mat te mijmeren over de vraag of ik nou lui of moe was.
‘Ons’ deel van het toestel was verlaten tot er een meisje van een jaar of 5, hooguit 6, mijn kant op kwam klimmen. Ze keek hoe ik languit lag en liep vervolgens naar het kabelbaantje vlakbij terwijl ze naar me riep “Kijk eens wat ik kan!”

Ik kwam overeind: “Wat kan jij dan?” Ze klom op de kabelbaan en demonstreerde enthousiast hoe ze zelfstandig heen en weer kon gaan. “Goed hè?” Ik stond inmiddels bij het kabelbaantje: “Heel goed!”
Ze kwam tot stilstand en klom er meteen weer op. “Ik kan ook nog heel snel, wil je het zien?” Haar ogen straalden. “Natuurlijk wil ik dat zien!”
Ze glimlachte even en zette zich af. Terwijl ik liet merken dat ik onder de indruk was, ging zij een paar keer heen en weer.
Precies in het midden stopte het kabelbaantje. Ze spartelde wat met haar beentjes boven de grond, waarna ik vroeg of ze wilde dat ik haar zou duwen. Dat wilde ze.
Met de tevreden geluiden van mijn dochter op de achtergrond, gaf ik het meisje een zetje. Ze ging nog wat harder dan de keer daarvoor en vond het erg spannend en leuk. Na nog een paar keer te hebben gedemonstreerd wat ze allemaal kon en mijn bewondering te hebben geoogst, vroeg ze me of ik haar nog een keer ‘op mijn allerhardst’ wilde duwen, wat ik deed. Ze giechelde en was onder de indruk van hoe hard ze ging. We speelden nog wat, waarbij ze me iedere keer stralend aankeek, dingen vertelde en me dingen vroeg waar ik naar luisterde en die ik beantwoordde, tot werd omgeroepen dat het speelparadijs ging sluiten. Ik vertelde haar dat het tijd was om te gaan en dat we naar beneden moesten klimmen.

Na een laatste stralende lach van haar en een minstens zo grote glimlach van mij, gingen we allebei een andere kant op; Zij naar haar vader en ik naar mijn dochtertje. Ik heb nooit gevraagd hoe ze heet. Ik weet niets van haar. Ik zie haar waarschijnlijk nooit meer terug, wat ook niet hoeft, maar het moment dat we deelden was echt; betekenisvol. Ik weet dat zij zich gezien voelde en ik zag hoe fijn ze dat vond.

Iedereen verdient het om gezien te worden. Iedereen verdient oprechte aandacht. Het is heel eenvoudig; Het kost helemaal niets.

Heb jij vandaag al met aandacht naar iemand geluisterd?

37