17 juli 2017 om 16:34
Lezerscolumn van: Cindy van Stratum
Cindy van Stratum

Mens & Maatschappij

Van Kunstenaar tot …

124

Al vanaf dat je een potlood kunt vast houden kun je tekenen, je komt erachter dat je er goed in bent, talent hebt zelfs. Op school krijg je complimentjes en je leven staat in het teken van tekenen. Je begint op de middelbare school met legaal graffiti spuiten en verdient toch een behoorlijk zakcentje voor een veertienjarige, verkoopt regelmatig je tekeningen. Rond je zestiende jaar begin je met schilderen en je blijkt er goed in te zijn. Stiekem denk je na over een toekomst in de kunst. Ondanks dat mensen je vertellen dat je beter geen kunstenaar kan worden. Want jeetje daar kan je toch geen geld mee verdienen!? Je bent zelfverzekerd en weet dat je het gaat maken in de kunstwereld. Hoe kan je anders al geld verdienen op je zestiende met een paar stomme schilderij’tjes en tekeningentjes.
Je exposeert een keer hier en daar, het gaat top en je gaat het helemaal maken!

Ja, zo had het moeten zijn zeg ik tegen mijzelf.
De realiteit ligt even anders. Ja ik heb inderdaad een groot talent voor tekenen en schilderen, was altijd bezig met kunst maar zal het niet gaan ‘maken’.

Mijn jeugd is anders verlopen dan die van de meeste mensen. Ik heb een hele grote rugzak gekregen, en daar zitten niet alleen penselen en potjes verf in. Ik heb een erg lastige jeugd gehad Zo het is eruit! Mensen schrikken vaak als ik hen vertel hoe het er thuis aan toe ging, ik hoor steeds vaker de zin: Jeetje erger kan bijna niet. Vaak lach ik die zin weg en zeg ik nou.. erg, erg… dat is wel een erg zware gedachte.

Want wat mensen ook van je weten, mensen verwachten dat jij mee draait. Ach iedereen heeft wel wat mee gemaakt toch? Dus waarom doe je bijvoorbeeld zo moeilijk over een parttime job en waarom ben je zo bezig met ‘ziek zijn’ en waarom zeg je dat je ziek ben? Je moet gewoon uit dat putje komen toch?

‘’Ah wat goed! Je hebt psychische klachten, wauw wat tof! Je bent nu juist een echte kunstenaar.’’

Ja, dankjewel denk ik, dan ga ik het misschien toch nog ‘maken’ in de kunstwereld!

124