Pinkeltje spreekt de VN toe

Peter Roozendaal 3 okt 2026, 

Als je A.I. vraagt om een plechtige VN-toespraak voor een Nederlandse premier, krijg je vermoedelijk dezelfde bouwstenen die Rob Jetten gebruikte: Anne Frank, samenwerking, internationaal recht, Oekraïne, klimaat en een hoopvol slot. Ik beweer niet dat AI zijn tekst schreef. Een menselijke tekstschrijver kan dit net zo goed. Maar Jetten las zijn toespraak zo netjes voor dat ik nauwelijks een eigen gedachte hoorde. De onderwerpen waren groot; de spreker maakte een opvallend kleine indruk. Voor mij was Pinkeltje aan het woord.

Een dag later sprak de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, S. Jaishankar, dezelfde VN-vergadering toe. Hij sprak voor de vuist weg. Ik was het niet met alles eens, maar luisterde geboeid naar iemand die zijn onderwerp beheerste en zijn standpunten durfde neer te zetten. Bij Jetten wist ik steeds wat de volgende keurige alinea zou brengen.

Het interessantste moment kwam toen Jetten het Internationaal Strafhof verdedigde. “Hands off the ICC”, zei hij. Eindelijk een zin met tanden. Maar van wie moesten die handen afblijven? Trump had het Strafhof fel bekritiseerd. Jetten noemde hem niet. In Den Haag klonk het als een waarschuwing. In Washington hoefde niemand zich aangesproken te voelen.

Alle begrip voor diplomatie. Nederland is gastland van het Strafhof en moet met de Verenigde Staten blijven samenwerken. Toch wringt het. Jetten zei dat het internationaal recht voor iedereen geldt. Juist wanneer een machtige bondgenoot het Strafhof onder druk zet, wil ik weten wat die woorden waard zijn.

Anne Frank opende de toespraak, aan het einde werd de fakkel van vrede en gerechtigheid doorgegeven. Het klonk allemaal prachtig. Maar bij Jaishankar hoorde ik een man die iets te zeggen had. Bij Jetten hoorde ik vooral hoe zorgvuldig hij vermeed iets tegen iemand te zeggen.

Reacties