Kasten, boeken en zacht geroezemoes
De regen valt met bakken uit de hemel en het was nog maar maandag. Code oranje hoorde ik al ergens, maar dat heb je tegenwoordig al snel.
Tussen twee buien door kan ik wel naar de bibliotheek in de stad, gok ik zo. Nee hoor, ik krijg alsnog de volle laag. Ik wil schuilen, maar het hoeft niet meer. Natter dan dit kan ik niet worden. Even later zet ik mijn fiets bij de bieb en loop snel naar binnen.
Rust, zoals dat alleen in de bibliotheek kan. Ik ben hier al lang niet geweest. Het is niet eens zo heel erg veranderd. Kasten, boeken en zacht geroezemoes. Ik neem een tafeltje aan het raam en klap mijn laptop open. Naast me leert iemand Nederlands van een taalmaatje. Het taalmaatje is een vrouw van een jaar of vijftig. Ze legt uit wat ‘op het nippertje’ betekent. Volgens mij red je het hier ook zonder die kennis, maar toch ben ik blij met ‘het nippertje’ op deze maandag. Het is als een klein knipperend lichtje in het donker van de dag. De vrouw legt verder uit dat als je niet weet of het ‘de’ of ‘het’ is, je altijd kunt kiezen voor ‘een’, wat een goede tip is.
Het is inmiddels half vijf. Buiten klaart het alweer wat op en laat de zon zich voorzichtig zien. Ik stap op mijn fiets en rijd richting de blauwe lucht.
Zo komt het toch nog goed met vandaag, maar wel op het nippertje.