Gymles voor het hart
’Kijk eens wat vaker door de ogen van een ander,’ riep de lerares Nederlands vroeger al. We knikten braaf, maakten ons examen en vergaten de les zodra we de klapdeuren van de school uitliepen.
Maar wat als ‘invoelen’ geen vage filosofische opvatting is, maar een keiharde spier? Een biologisch mechanisme in ons hoofd dat je simpelweg kunt opmeten, voeden en trainen?
In onze hersenen huizen spiegelneuronen. Het zijn de minuscule bioscoopgangers van ons brein: zie jij iemand op zijn teen trappen, dan krimpen jouw eigen neuronen al in elkaar van de fantoompijn. Wetenschappelijke studies laten zien dat deze cellen rekbaar zijn.
Empathie is geen ingebakken karaktertrek waarmee je geluk hebt bij de geboorteloterij, het is een vaardigheid. En wat trainbaar is, is aanleerbaar.
Dat roept de vraag op: waar wachten we nog op? Waarom leren we onze kinderen wel de stelling van Pythagoras, de vervoeging van Franse werkwoorden en de werking van de fotosynthese, maar laten we hun maatschappelijke spierkracht aan het toeval over? Het wordt tijd voor een verplicht schoolvak: Empathie.
Stel je het rooster eens voor. Maandagmorgen, eerste uur: geen wiskunde, maar Invoelingsvermogen 101. Niet stampen voor een voldoende, maar leren luisteren zonder meteen je eigen gelijk erdoorheen te drukken. Discussiëren met de meningen die je diep van binnen verafschuwt, om te begrijpen waarom de ander denkt wat hij denkt. Niet om het ermee eens te worden, maar om het menselijke motief te snappen.
We leven in een tijdperk van verharding en bubbels. Algoritmes voeden onze hersenen dagelijks met het eigen gelijk, waardoor onze spiegelneuronen langzaam luiaards worden. Ze hoeven zich immers nooit meer in te spannen voor iemand die anders is dan wij. Als we kijken naar hoe polarisatie onze samenleving uit elkaar trekt, is een vak als empathie geen soft ‘geitenwollen-sokken-ideetje’ meer, maar een kwestie van onderhoud aan de beschaving.
Natuurlijk hoor ik de critici al zuchten: “Moet de school nú ook al de opvoeding overnemen?” Maar we geven kinderen toch ook gymles om te voorkomen dat hun lichamen dichtslibben? Waarom zouden we hun geestesgesteldheid dan wel aan hun lot overlaten?
Geef de jeugd wiskunde om de wereld te berekenen, taal om zich uit te drukken, en empathie om bij elkaar te blijven. Want een maatschappij vol genieën die elkaar niet kunnen verstaan, is uiteindelijk niks meer dan een heel slimme ruïne.