Geen foto’s
Geen foto’s
Slechts herinneringen van jou en mij, zo lang gelee.
Tranen komen wanneer ik aan jou denk. Ik probeer je te zien in gedachten, maar dat lukt me niet meer. Het lukt me gewoon niet meer.
Je bent zo vaag, een silhouet in de verte, een schaduw in het donker, een engel in het licht. Ik mis je. Ik mis je zo erg.
Het voelt zo leeg in me, zo rusteloos, zo peilloos, zodat ik mezelf niet meer volgen kan. Ik snap er zelf ook niets van.
Wat de jaren hadden gebracht, was me in één dag weer ontnomen. Dat werd me te veel en ik ben er nog steeds niet overheen gekomen.
Ze zeiden: vergeet haar, het is beter zo. Maar voelen zij wat ik voel? Was dat maar even zo. Ze zeiden dat ik het moet laten rusten. Dat is gezegd, toch niet zo gedaan. Ik weet, ze is weg en ik verander daar niets aan.
Weer komen daar die tranen. Zo kende je me niet. Ik deed zo mijn best om die gevoelens op te sparen. Het was toch lang gelukt, die vele jaren, zoveel verdriet.
Wie ik ben, hoe ik doe of was? Ik weet het zelf ook niet meer. Enkel dat ik me beter voelde toen jij er met je liefde was.
Complex was wat de dokter zei. Het is verdriet of je hebt ze niet op een rij. De psychiater, nou, die draaide door door mij en het ziekenhuis had er twee patiënten bij. Maar ook daar kon men mij niet verder helpen. En met een half hart moest ik mezelf maar behelpen. Dat deed ik ook, op mijn manier.
Toch hielp niets. Niets bracht me rust of een vredig gevoel. En zeker niemand bracht me plezier.
Dus ik bleef alleen en belandde nu hier.