Wanneer de obsessie voor oppervlakkige regels het voordeel verdringt waarvoor die regels bedoeld zijn
Thuisloosheid beleeft iedereen op zijn eigen manier. Als ik ’s ochtends bij sommige opvanglocaties kom, zie ik mensen voor de deur staan die er vaak armoedig uitzien: versleten kleding. Soms zie je zelfs dat ze de resterende sigaretten die anderen op de grond weggooien, oprapen en alsnog gebruiken, soms duidelijk onder invloed van alcohol of drugs. Waar ze slapen, weet ik niet. Sommigen slapen misschien op een boot, anderen gewoon buiten.
Wat mij opvalt, is dat een slaapplek bij meesten niet de eerste prioriteit lijkt te zijn. Eerst alcohol, drugs of sigaretten, en daarna pas de vraag waar ze die nacht terechtkunnen. Bij mij is dat precies andersom. Voor mij is een slaapplek nummer één. Als ik weet waar ik slaap, kan ik daarna nadenken over de rest van mijn dag.
En juist daarom begrijp ik soms weinig van hoe het systeem werkt. Ik heb situaties meegemaakt waarin ik ruim 120 euro per nacht betaalde voor een hostel. In het weekend kan een kamer die normaal ongeveer 18 euro kost, ineens boven de 100 euro uitkomen. En de volgende ochtend loop ik vervolgens naar een opvanglocatie om samen met mensen die daar gratis terechtkunnen een ontbijt te krijgen.
Bij Prins(h)of van de Regenbooggroep is het vaak erg druk en chaotisch. Veel thuisloze mensen komen daar voor een douche. Daardoor kan het soms uren duren voordat je aan de beurt bent. Tegelijkertijd hebben ze daar alles wat je nodig hebt: handdoeken, zeep en andere spullen.
Omdat mijn hostel toevallig dichtbij was, vroeg ik vorige week een handdoek om in mijn hostel te douchen. Ik beloofde hem terug te brengen. Een nette, blonde jongeman gaf mij zonder problemen een goede handdoek. Na het douchen bracht ik hem netjes terug.
De tweede keer kreeg ik een andere medewerker tegenover me. Hij wilde mij geen goede handdoek geven, maar alleen een gewone. Ik zei opnieuw dat ik hem zou terugbrengen. Toch bleef hij moeilijk doen. Uiteindelijk dacht ik: laat maar.
De derde keer kwam ik bij een ervaren medewerker met wie ik normaal vaak grapjes maak. Ik dacht dat hij mij wel zou begrijpen. Tot mijn verbazing hij zei nee. Dat mag niet. Staat dat in de regels, vroeg ik hem. Zijn argument: “Als ik jou die handdoek meegeef, gaat iedereen dat vragen.”
Typisch zo’n argument waarbij de regel belangrijker wordt dan het verstand.
Ik vroeg hem: “Zit iedereen die hier komt in een hostel?”
Daar kwam geen logisch antwoord op.
Soms lijkt het alsof sommige mensen zo geobsedeerd raken door regels dat ze vergeten waarvoor die regels eigenlijk bestaan. Een regel hoort een doel te dienen, niet het denken te vervangen.
Ik wilde niemand iets afnemen. Integendeel: ik wilde mijn plek bij de opvang vrijhouden voor iemand die hem echt nodig had en zelf in mijn hostel douchen.
Misschien is dat juist het verschil tussen een regel volgen en een regel begrijpen.