Mijn stem

Wilbert Spierings 23 sep 2026, 

Je zegt wat ik denk, oké. Maar doe er dan wat mee.

Dat is eigenlijk wat ik verwacht wanneer ik mijn stem aan iemand geef. Je legt uit wat ik voel, je benoemt de problemen die ik herken en je vertelt me wat je eraan wilt gaan doen. Daar kies ik uiteindelijk voor. Niet voor je gezicht, niet voor je plek in de peilingen, maar voor de woorden die je uitspreekt en de beloftes die je eraan verbindt.

Ik heb toch voor jou gekozen.

Waren al die mooie woorden dan toch loze?

Want zodra de stemmen geteld zijn, lijkt er iets te veranderen. Voor de verkiezingen heb je mij nodig. Dan wordt er geluisterd, worden zorgen serieus genomen en hoor ik voortdurend wat er allemaal anders moet. Mijn stem kan het roer omgooien, wordt mij verteld.

Maar eenmaal op het pluche lijken sommige van die woorden ineens een stuk minder belangrijk.

Er wordt gepraat en gepraat. Er wordt onderhandeld, gerekend, geschoven en water bij de wijn gedaan. Natuurlijk begrijp ik dat politiek niet betekent dat één partij simpelweg alles kan uitvoeren wat zij wil. Democratie betekent juist dat verschillende stemmen samen tot besluiten moeten komen.

Maar ergens moet er toch iets overblijven van datgene waarvoor mensen hun stem hebben gegeven?

Want wat heb je aan een democratie waarin mensen het gevoel krijgen dat niemand hen hoort? Wat heb je aan verkiezingen wanneer je na afloop nauwelijks meer herkent waarvoor je hebt gekozen?

We horen steeds dezelfde woorden. We moeten geduld hebben. We moeten vertrouwen hebben. Het kost tijd, dat begrijp ik.

Maar hoeveel kun je van mensen vragen voordat dat vertrouwen weer verdwijnt?

Een stem is namelijk meer dan een vakje op een stuk papier. Meer dan dat ene moment, eens in de zoveel jaar, waarop ik met een rood potlood mag aangeven wie namens mij beslissingen mag nemen. Op dat moment geef ik iemand iets wat voor mij waarde heeft: mijn vertrouwen.

Ik geef je mijn stem niet om hem daarna kwijt te zijn. Ik geef hem zodat jij spreekt, ook namens mij. En nee, ik verwacht geen wonderen. Ik verwacht geen onhaalbaar ideaal waarin iedereen altijd zijn zin krijgt. Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Ik verwacht alleen dat de woorden die vóór mijn keuze belangrijk genoeg waren om uit te spreken, ná mijn keuze niet ineens waardeloos worden.

Dat luisteren meer wordt dan alleen maar horen.

Dat mijn stem onderweg niet verloren gaat.

Macht krijg je in een democratie niet omdat je boven de mensen staat die op je hebben gestemd. Je krijgt die macht juist doordat die mensen je tijdelijk het vertrouwen geven om namens hen aan de slag te gaan.

Misschien zit daar voor mij wel het grootste probleem. Niet dat politici compromissen sluiten. Niet dat plannen soms veranderen wanneer de werkelijkheid ingewikkelder blijkt dan tijdens een verkiezingscampagne werd voorgesteld. Maar dat mensen moeten kunnen begrijpen waarom iets verandert en nog moeten kunnen herkennen waarvoor ze ooit hun vertrouwen hebben gegeven.
Anders blijft uiteindelijk een simpele vraag over:
Aan wie kun je jouw stem nog toevertrouwen als je steeds minder herkent van wat je met die stem wilde bereiken?

Wat heb je aan beloften als niemand ze nog gelooft? Wat heb je aan vertrouwen als het langzaam wordt gedoofd?

Ik wil niet alleen horen wat ik graag wil horen. Ik wil kunnen zien dat degene die mijn stem vraagt, ook na de verkiezingen nog weet waarom ik die stem heb gegeven.

Je zegt wat ik denk, oké.
Maar doe er dan wat mee.
Want mijn stem gaf ik aan jou omdat ik dacht dat jij hem uitdragen zou.

Reacties